vrijdag 26 augustus 2016

Pechtold en de pedagogische waanzin

D-66 leider Alexander Pechtold heeft beloofd dat hij zal vertrekken als zijn partij niet in de regering komt na de verkiezingen in maart, dus waarschijnlijk zijn we volgend jaar eindelijk verlost van deze beroepsfantast. We kennen ‘kereltje Pechtold’ eigenlijk maar van één ding; het gebruik maken van Wilders' populariteit door zichzelf op te stellen als het redelijke alternatief voor diens populistische statements. Het stokpaardje van Pechtold was dat Wilders nooit met oplossingen kwam, terwijl zijn eigen oplossingen vooral in het verlengde lagen van de strategie ‘kill the messenger’. Als Wilders nu eens zou ophouden met de integratieproblemen te benoemen dan konden Pechtold en de rest van links Nederland weer lekker slapen. Als je maar positief bent, dan komt het vanzelf goed. 

Essentieel voor linkse politiek lijkt het om problemen daar op te lossen waar ze niet zijn en niet te benoemen waar ze wel zijn. Overigens wordt deze mentaliteit als gedooghouding waargenomen bij het gehele politieke establishment van links tot rechts, waardoor ook veel mensen die Wilders liever niet in de populistische kaart spelen iedere keer in de verleiding komen om op hem te gaan stemmen, omdat het zo verschrikkelijk is om aan te zien hoe de rest van de politiek de kop maar in het zand blijft steken. Ja, er zijn wat integratieprobleempjes, maar over de hele linie gaat het toch goed? Er bestaat nu  een Salafistisch centrum voor Jeugd en Gezin in Rotterdam (1) gefinancierd door één van de golfstaten, dus straks weten moslimkindertjes vanaf jonge leeftijd wat er niet deugt aan Nederland. Heel verfrissend na al die jaren van tevredenheid.

De Turken worden vanuit Ankara als één levend lichaam aangestuurd bij alles wat ze denken en voelen en bij hoe ze moeten handelen tegenover Turkse medelanders van de verkeerde politieke kleur. Zonder onderscheid des persoons, want het zijn voor hen gewoon allemaal ‘terroristen’. De Turkse consul helpt Nederlandse burgermeesters in de regio Rotterdam te integreren in AKP-methoden van bestuur, dus ze zijn wel degelijk met ons begaan. En bovendien, een kleine burgeroorlog geeft weer eens wat afwisseling, want teveel vrede en veiligheid wordt al gauw saai. Wij hebben in Nederland nog geen grote aanslag gehad, dus laten we een beetje opwarmen met wat politieke, etnische en religieuze onlusten om alvast in de stemming te komen. Wie weet hebben wij dan volgende week onze eigen vrachtwagen op de boulevard van Scheveningen…

Elitaire übermenschen

Pechtold voelt haarfijn aan dat we vooral op deze weg door moeten gaan. Zijn plan om de tweedeling in het onderwijs tegen te gaan is weliswaar niet nieuw, maar evengoed zeer bruikbaar in een dappere poging het probleem op te lossen waar het niet ligt.(2) Kinderen in heel Nederland naar school sturen vanaf hun tweede jaar, als je weet dat vooral in de grote steden een probleem bestaat met taalachterstanden bij allochtone kinderen, omdat er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Een uitgelezen kans voor de D’66 leider om dat niet te benoemen en de Nederlandse samenleving als geheel de schuld te geven van de tweedeling. Want die wordt natuurlijk veroorzaakt door die elitaire übermenschen die hun kind thuis goed Nederlands leren en het volstoppen met biologisch voedsel en pedagogisch speelgoed. Hoe durven ze. Straks leren ze hun kinderen ook nog dat mensenrechten en westerse waarden te verkiezen zijn boven culturele en religieuze gebruiken uit de middeleeuwen. Zoiets wordt in linkse kringen weliswaar ook gedacht en nooit hardop gezegd, maar de gevolgen zijn er wel naar, omdat ook de Femke Halsema’s van deze wereld hun kinderen van zwarte scholen afhalen als het even niet lekker gaat. Idealen zijn mooi, maar liever in dromenland.  

Falende wijkteams

Verschillende pedagogen hebben al aangegeven dat de belangrijkste factor voor een kind om te slagen in het latere leven een goede begeleiding en ondersteuning zijn binnen het eigen gezin(3), maar je zou als sociaal-liberaal geen knip voor de neus waard zijn als je ouders de opvoeding niet uit handen zou nemen met een totalitair onderwijsplan dat moet camoufleren dat hele volksstammen hier niet willen integreren. Zelfs hoogopgeleide Turken en Marokkanen verklaren met enige regelmaat dat ze in eigen kring waarnemen dat derde en vierde generatie allochtonen nog steeds Turks, Arabisch of Berbers spreken thuis, maar in weerwil van de loftrompet die politiekcorrecte dwepers graag afsteken voor deze succesallochtonen hebben ze bijzonder weinig zin om hen inhoudelijk te volgen. Het gaat tenslotte om het mooie plaatje en niet om de geïntegreerde boodschap van Turken of Marokkanen die zich hier wél thuis voelen, door eigen inspanning. Dat past niet bij een infantiliserende overheid die liever het stokje van ouders overneemt door ‘achter de voordeur’ te komen om alle pedagogische taken op zich te nemen als ouders zelf niet kunnen of niet willen. En aangezien dat achter de voordeur komen ook niet erg wil lukken met de falende wijkteams vanaf januari 2015, kan de zeepbel enkel nog verder worden opgeblazen door kinderen al vanaf hun tweede jaar uit huis te trekken, zodat ze niet al eerder door hun eigen ouders worden verpest.

Hersencellen van de sociaal-liberalen

Ja, die Pechtold heeft een heldere kijk op onderwijs. Misschien dat het een idee is voor D’66 bij de verkiezingen van 2021 om in te zetten op het kinderen naar school sturen in de prenatale fase. Dat er dan mensen van het sociale wijkteam thuis langskomen om goed gearticuleerde Nederlandse zinnen tegen de buikwand uit te spreken, terwijl moeder ondertussen met een koptelefoon naar een ontspannen muziekje luistert. Je wilt immers niet dat geïntegreerde ouders de pedagogische overheidsbemoeienis gaan uitbuiten, door na afloop van de ‘buikwandsessie’ stiekem de lesjes staatsopvoeding nog een paar keer te herhalen voor hun ongeboren kroost. Op die manier krijgen de kinderen van onkundige en onwillige ouders wéér met een taalachterstand te maken en moet de overheid straks beginnen met kinderen op te voeden in de balzak van toekomstige vaders… En ze weten nog niet of geluidsgolven de opgeslagen zaadcellen weten te bereiken, net zo goed als ook nog niet helemaal duidelijk is of geluidsgolven de hersencellen kunnen bereiken van sociaal-liberalen.

Sven Snijer




maandag 8 augustus 2016

Turkse zaakgelastigde levert 'emotioneel bewijs'


Het interview met de Turkse zaakgelastigde van de ambassade in Den Haag dat vandaag verscheen in het AD over de mislukte couppoging in Turkije getuigt van de schrikbarende goedgelovigheid die momenteel zo kenmerkend is voor veel Turken, vooral binnen de AKP.(1) Dat de Gülenbeweging tegen alle waarschijnlijkheid in achter de couppoging zit, daar twijfelt Kurtulus Aykan geen moment aan. Er zijn doden gevallen, de coup was voor iedereen zichtbaar, dus moet de onvermijdbare conclusie zijn dat de genoemde beweging schuldig is. ‘De bewijzen zijn er voor wie ze wil zien’, aldus het hoofd van de ambassade.

Vooralsnog berust de bewijsvoering echter vooral op de bewering van Erdogan en iedereen die hem napraat, want de militaire bevelhebber die als eerste verslag deed van de mislukte coup heeft de beweging niet genoemd. In de VS wachten ze nog steeds met smart op bewijzen om de uitlevering van Gülen mogelijk te maken, maar Aykan heeft geen bewijs nodig.(2) Hij is zoals veel Turken een ‘emotioneel mens’ en dan heb je niet altijd het geduld om op de concrete feiten te wachten, maar moet je stevig optreden. En dat doet Erdogan dan ook. Daar kunnen duizenden militairen, onderwijzers,  journalisten, rechters en wetenschappers over meepraten. 

Volgens Aykan is de Gülenbeweging een organisatie die meer dan veertig jaar lang is geïnfiltreerd in de Turkse democratie. Ze bekleden hoge posities binnen de maatschappij en zijn een staat binnen de staat geworden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een couppoging die honderden mensen het leven heeft gekost. Een vreemd verhaal, want na veertig jaar effectieve (‘geruisloze’) infiltratie heeft zo’n machtige beweging geen coup meer nodig om aan alle touwtjes te trekken van het overheidsapparaat. Dan zouden ze hun eigen machtsstructuur omverwerpen, met zoiets primitiefs als een slecht geplande militaire actie. De bewering dat de Gülenbeweging al lange tijd op een verborgen manier maatschappelijke invloed probeert te verwerven is niet nieuw en wordt door verschillende Turkije-experts bevestigd, maar dat betekent niet dat een couppoging een logisch middel is voor deze beweging als sluitstuk van veertig jaar stille infiltratie.   

Vooral dat gebrek aan logica is storend als AKP gezinde mensen aan het woord zijn, want het houdt niet op bij één tegenstrijdigheid in het verhaal van de zaakgelastigde. Zo zouden er ook hooggeplaatste stafmedewerkers op de Turkse ambassade in verband gebracht zijn met de Gülenbeweging, ‘getalenteerde mensen met wie hij uitstekend heeft samengewerkt’. Niets wees erop dat zij met staatsondermijnende activiteiten bezig waren, dus voor mensen met gezond verstand zou het een logische reactie zijn om twijfels te hebben bij de geuite beschuldigingen (om niet te hoeven twijfelen aan de eigen mensenkennis en observatievermogen), maar niet voor een in samenzweringsdenken gemarineerde Turkse geest. De schuld van de tot voor kort gewaardeerde collega’s lijkt onmiddellijk vast te staan op grond van de wetenschap dat de Gülenbeweging zoveel talent heeft voor geruisloze infiltratie. Wie zou je dan niet wantrouwen?

Merkwaardig is ook dat de lijstjes die circuleren van Gülenverdachten al niet veel eerder gebruikt zijn voor de arrestatie van deze ‘terroristen’ lang voor de couppoging, als het bewijs voor hun staatsinfiltratie de afgelopen veertig jaar zo overvloedig beschikbaar is. Want de Turken zijn toch niet opeens in juli 2016 wakker geworden, of om wat preciezer te zijn in 2013, toen Erdogan een persoonlijke aanvaring kreeg met Gülen? Volgens Aykan wordt ‘wie veertig jaar infiltreert vroeg of laat door de Turkse diensten opgespoord’, wat ons ofwel moet doen geloven dat die diensten veertig jaar hebben liggen slapen of dat ze niet eerder mochten ingrijpen omdat dit een zekere AKP-leider zo uitkwam toen de politieke verhoudingen nog wat anders lagen. Bovendien was het naar zijn eigen theorieën waarschijnlijker geweest dat de Turkse diensten zelf na veertig jaar voldoende geïnfiltreerd zouden zijn door de Gülenbeweging om niets van ze te vrezen te hebben. Het gaat immers om mensen met ‘hoge maatschappelijke posities’ en het kunnen mensen zijn met wie je dagelijks werkt…
  
Sven Snijer


(1)http://www.ad.nl/dossier-nieuws/wie-gulen-steunt-is-een-terrorist~a1dabde2/

(2)“De Turkse regering heeft de Verenigde Staten formeel verzocht om uitlevering van de Turkse geestelijke leider Fethullah Gülen gevraagd. (…) Gülen had volgens de regering in Ankara de hand in de mislukte staatsgreep van half juli. Daar zou het uitleveringsverzoek echter niet mee te maken hebben. Het zou om andere zaken gaan. Onduidelijk is welke.” http://fd.nl/economie-politiek/1164527/washington-bevestigt-verzoek-ankara-om-uitlevering-gulen

Het toneelstuk van Istanboel



De Turken zijn voor het oog van de wereld verenigd en eensgezind in hun streven de ‘democratie’ in hun land te beschermen.(1) In werkelijkheid zien we geen politieke eenheid, maar een opleving van Turks nationalisme.
Het gepolariseerde land kent alles behalve eensgezindheid, want nooit eerder waren de politieke tegenstellingen in Turkije zo groot en de oplossingen zo ver weg. Het enige wat de Turken nu verenigt is de nationale trots voortkomend uit een gevoel van verongelijktheid richting Europa, het continent dat de groeiende autocratische neigingen van Erdogan met lede ogen moet aanzien. 

Erdogan vergroot iedere dag zijn greep op het land en in toenemende mate ontstaat er een collectief stockholmsyndroom onder de Turken buiten zijn AK-partij. De parlementaire onschendbaarheid van zijn politieke tegenstanders is opgeheven, dus is het tegenwoordig raadzaam om mee te buigen met zijn grillen en in te stemmen met zijn pogingen de aandacht van Turkije’s interne problemen af te leiden richting de Europeanen die zogenaamd niets begrijpen van Turkse politiek.

AKP is hypocriet

De heksenjacht op de Gülenbeweging vertegenwoordigt tien kilo boter op het hoofd van Erdogan die lange tijd heeft samengewerkt met Fetullah Gülen, totdat er vanuit zijn beweging beschuldigingen werden geuit richting de AKP en Erdogan’s familie over corruptie en wapendeals met Islamitische Staat. Vanaf dat moment werd Gülen de grote vijand en zijn organisatie werd van de ene op de andere dag beschouwd als staatsgevaarlijk. De verhalen dat Gülen op een georganiseerde manier probeerde te infiltreren in het staatsapparaat om op die manier de macht over te nemen in Turkije werden verspreid als een nieuwtje, terwijl deze bureaucratische en culturele machtsovername al jaren gaande was met toestemming van Erdogan en zijn AKP. Ze waren namelijk eensgezind in het streven de strikte scheiding tussen kerk en staat op te heffen en beiden hadden hun zinnen gezet op vermindering van de macht van de militairen, die in het verleden verschillende malen ingrepen met een coup of ermee dreigden als ze meenden dat de democratie in gevaar was door islamisme. Turkije heeft het bewijs tegen Gülen voor zijn poging tot staatsgreep nog steeds niet rond, maar evengoed waren de Turken daags na de mislukte coup al op hun teentjes getrapt dat de VS niet onmiddellijk wilden toegeven aan hun verzoek om uitlevering, waardoor ook zij verdacht werden van medeplichtigheid aan het ‘complot’ tegen Turkije.

Gülen niet achter couppoging

Volgens hoogleraar Turkse talen en cultuur aan de Universiteit Leiden Erik-Jan Zurcher is de kans dat de Gülenbeweging achter de coup zat bijzonder klein: "Het is niet de manier van werken van de Gülen-beweging", zegt Zurcher. "Die werkt veel meer via infiltratie van het overheidsapparaat, en niet via openlijk geweld. Daarnaast heeft de beweging weliswaar een sterke positie binnen de politie, maar niet bij het leger."(2) Toch wordt er nu een grote show opgevoerd waarbij het lijkt alsof de Turken zich massaal scharen achter hun grote leider met de Gülenbeweging als zondebok. Verschillende personen die zelf geen aanhanger zijn van Erdogan zullen hier baat bij hebben in het besef dat zij straks aan de beurt zijn als ze nu niet openlijk hun loyaliteit laten zien. Turkije is allerminst een politieke eenheid of zelfs maar één volk, want dat is een beeld dat men wil uitdragen naar de buitenwereld. Er woedt een virus van nationalisme dat samenhangt met een politiek isolement, zoals we dat ook zien in het Rusland van Poetin. De beste manier om je eigen volk te verenigen is het creëren van een gemeenschappelijke vijand en dat is voor Erdogan Europa en de VS.

‘Islamofobie en anti-Turkse sentimenten’

Het krokodillentranenverhaal van de Turkse minister Cavusoglu in gesprek met de NOS was wat dat betreft eersteklas poppenkast. (3) Erdogan zou nooit hebben gewild dat Gülenaanhangers in Europa aangevallen werden door AKP-sympathisanten, want hij rekende erop dat de afzonderlijke landen in Europa wel zouden zorgen voor de openbare orde. Alsof wij in Europa niets beters te doen hebben dan hier de politieke en etnische onlusten tussen Turken te bestrijden die het directe gevolg zijn van het opruiende en provocatieve taalgebruik van de grote schreeuwer uit Ankara. Het is overduidelijk dat de politieke zuiveringen die door Erdogan worden uitgevoerd met persoonlijke vetes te maken hebben en machtsstrijd. Wij hoeven als Europa geen partij te kiezen voor Erdogan of Gülen, omdat het niet uitmaakt welke persoon of partij probeert met onheuse middelen en maatregelen de eigen macht te versterken en politieke tegenstanders uit te schakelen; militairen, Gülen, AKP, PKK, etc. Cavusoglu speelde bij de NOS zijn slachtofferrol met verve: "Europese leiders en media gebruiken de coup en de nasleep daarvan om hun echte gevoelens te tonen: haat, islamofobie en anti-Turkije-sentimenten." De Gülenbeweging is volgens hem geen gewone oppositie, maar een ‘terroristische organisatie’. Waarom legt hij dan niet even uit waarom de AKP tot 2013 gewoon zaken deed met deze ‘terroristen’?

Tirannie van de meerderheid

Zorgelijker dan de valse boodschap dat Erdogan de democratie wil beschermen is het gegeven dat veel Turken -ook hier in Nederland- helemaal niet geïnteresseerd zijn in het democratisch gehalte van Erdogan en zijn partij. Ze willen graag een sterk Turkije, met een sterke leider. Het meerderheidsbelang dat alle minderheden en afwijkende meningen wegdrukt mag in Turkije gewoon ‘democratie’ heten. Ze schijnen niet te begrijpen dat pluralisme en machtsdeling evenzeer vitale bestanddelen zijn van een democratie, als het stemhokje. De tiran die geen tiran genoemd mag worden, omdat hij gekozen is door het volk. Hitler kwam indertijd ook door verkiezingen aan de macht en beloofde in menig toespraak dat hij voor vrede zou gaan zorgen. Dat zijn politiek handelen in de jaren dertig al duidelijk liet zien wat voor vrede dat zou gaan worden, daar zijn later talloze analyses van gemaakt, maar desondanks mag die geschiedenis zich in Turkije gaan herhalen. De dictatuur van de meerderheid wordt ons Europeanen aangeboden als de ‘wil van het Turkse volk’ inclusief de doodstraf, want ook dat is de wil van het volk. Wat dat betreft hebben de Turken een duidelijke identiteit en geven ze de boodschap af dat ze in Europa voorlopig niets te zoeken hebben, noch met hun politiek-culturele, noch met hun bestuurlijke opvattingen.  

Sven Snijer




maandag 18 juli 2016

De Turken en hun grote leider



De multiculturele verrijking werd weer eens goed zichtbaar gisteren in Rotterdam waar aanhangers van Erdogan een gebouw van het Nida belaagden, omdat zij banden heeft met de Gülen beweging. Daarbij werden voor de tweede dag journalisten lastig gevallen en bedreigd, omdat zij blijven rapporteren over de ondemocratische streken van hun geliefde leider. (1) Er is vooralsnog niets dat er op wijst dat Fetullah Gülen werkelijk achter de mislukte coup in Turkije zit van enkele dagen terug, want de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry heeft de Turkse regering opgeroepen om de beschuldigingen richting Gülen te substantiëren met geloofwaardig bewijsmateriaal. Als ze dat kunnen presenteren zal een uitlevering in overweging worden genomen door de VS volgens de principes van een normale rechtsgang. Dat bewijs is er niet en dus eist Turkije een uitlevering op basis van de beschuldiging van ‘terrorisme’, iets waar meerdere politieke tegenstanders van Erdogan mee te maken hebben evenals journalisten, om zonder proces of met een schijnproces via door Erdogan aangestelde rechters achter de tralies te verdwijnen.

Grote blijdschap

Je zou toch zeggen dat de Nederlandse regering die dolblij was met het mislukken van de coup en het overeind blijven van de democratische instituties in dat land (althans de façade ervan) nu eens met een verklaring zou komen aan het adres van de Turken hier in Nederland en tegelijkertijd gericht aan de Sultan van de Bosporus dat de beschuldigingen naar de Gülenbeweging en de VS vooralsnog geen enkele grond hebben en eerder lijken te passen bij de paranoïde houding van een megalomane leider die overal vijanden ziet sinds hij en zijn vroegere kameraad Gülen in 2013 uit elkaar gingen. De Turkse journalist en columnist voor de New York Times Mustafa Akyol was aanvankelijk een aanhanger van de liberale koers van Erdogan’s AKP toen zij zich in 2002 losmaakte van de politiek-religieuze Milli Görus beweging en wilde inzetten op betere betrekkingen met de EU. Maar van dat liberalisme is intussen weinig meer over nu de persvrijheid aan banden is gelegd, het vredesproces met Koerdische nationalisten uiteen is gevallen en de aanslagen van IS het land teisteren. Akyol noemt naast de autoritaire koers van Erdogan ‘de strijdbare, verdeelde en cynische politieke cultuur in Turkije’ het grootste probleem.

Het Turkse model

‘Wat ging er mis?’ vraagt hij zich af in zijn artikel van 5 mei 2016 waarin hij een analyse maakt van de cultuurverandering binnen de AKP de laatste jaren.(2) De aanhangers van Erdogan hebben het vaak over een ‘samenzwering’. Sinds Turkije door Erdogan te machtig en te onafhankelijk is gemaakt zouden er ‘schandelijke samenzweringen’ gaande zijn in het Westen en hun bedrieglijke ‘agenten’ in eigen huis zouden een campagne zijn gestart om een aanslag te plegen op de Turkse democratie. Akyol noemt deze ‘samenzweringspropaganda en de zelfrechtvaardiging die het reflecteert, en de haat waar ze voeding aan geeft juist een deel van het probleem’. Overigens is dit samenzweringsdenken een overblijfsel van de Milli Gorüs erfenis waarvan de leiders in het verleden grote interesse hadden voor personen als Hassan al Banna en Seyyed Qutb van de Egyptische Moslimbroederschap. In het gedachtegoed van de politieke islam speelt het samenzweringsdenken een centrale rol en in de huidige AKP-cultuur leeft het nog sterk maar richt het zich anders, van de ‘vijanden van de islam’ naar de ‘vijanden van de Turkse democratie’ of wat Erdogan daar onder verstaat. Akyol ziet echter geen signalen voor een terugkeer naar de islamistische wortels van de partij zoals hun Kemalistische opponenten en sommige westerse waarnemers denken. Het probleem is volgens hem veel banaler:
“De AKP adopteerde een liberale koers vanuit noodzaak zonder er verder echt over na te denken of door een echt proces van ideologische transformatie heen te gaan. Vanaf het moment dat de partij de macht greep werden de leiders ervan erdoor verleid, bedwelmd en gecorrumpeerd. De kaders en klassen die zich nu achter meneer Erdogan scharen hebben voor het eerst in hun leven de beschikking over geld, prestige en glorie. Ze schijnen vastbesloten dat niet meer te verliezen - ongeacht wat dat betekent voor de Turkse democratie.” Er zijn verschillende zaken die de visie van Mustafa Akyol lijken te bevestigen. Recep Tayyip Erdogan is misschien toch meer een klassieke dictator die zoveel mogelijk macht naar zich toe haalt dan een gevaarlijke religieuze leider, ondanks de afkomst van zijn partij. Zijn gemorrel aan de grondwet, het vervangen van rechters en politiefunctionarissen, zijn paternalistische houding, de retoriek over het belang van ‘moslim’ zijn (tegenover seculier), het gebruik van het woord ‘terrorisme’ om iedere politieke tegenstander uit de weg te ruimen, het opheffen van de onschendbaarheid van parlementsleden (om dezelfde reden) en zijn ophitsende polariserende taalgebruik zeggen waarschijnlijk meer over de persoon Erdogan dan over een politiek-religieuze agenda.

Erdogan de pragmaticus

Het feit dat juist de islamist Devatoglu het veld moest ruimen omdat deze de uitbreiding van de macht van Erdogan geen goed idee vond wijst eerder op een vermindering van islamisme dan een toename. Het aanhalen van de banden met joodse organisaties in de VS recentelijk is al helemaal niet te rijmen met islamisme dat virulent antisemitisch is in haar kern.(3) Hoewel de banden met Israël vanaf de machtsgreep van Erdogan aanvankelijk verslechterden lijkt er voor de opportunistische Turkse leider nu weer een kans gelegen in verbetering van de relatie, bijvoorbeeld in de strijd tegen IS en om uit het politieke isolement te geraken waar hij door zijn machtspolitiek in terecht is gekomen. Zonder de vluchtelingenkwestie waarmee hij een grote troefkaart in handen heeft richting Europa was zijn positie internationaal onhoudbaar geworden, maar vooralsnog wordt er na de mislukte coup voorzichtig voor hem geklapt door westerse leiders, omdat ze hun breekbare vluchtelingendeal niet op het spel willen zetten met een ongezouten mening over hoe ze hem echt zien.

Ondertussen levert deze gedooghouding de Erdogan-aanhangers in ons land extra speelruimte op om zich te manifesteren en ruimhartig de arrestatie van een Neder-Turkse columniste te steunen (Ebru Umar), Gülenaanhangers in Nederland te belagen en met journalisten op de vuist te gaan. De Turkse ‘democratie’ als exportproduct waarbij er uitbundig met rode vlaggen met halve maan gezwaaid wordt door Turkse Nederlanders die met ‘mijn land’ en ‘mijn regering’ Turkije en Erdogan bedoelen. Zo ziet de Turkse leider het graag en de Nederlandse regering die aan eerwraak, cliëntelisme en vervolging van onze columnisten nog niet genoeg waarschuwing heeft, wacht rustig af hoe de etnische en politieke conflicten van de Turken op onze bodem zullen worden uitgevochten, want de opruiende schreeuwer uit Klein-Azië tegenspreken in zijn volksmennerij en de ophitsing van zijn aanhangers in de diaspora, daar hoeven we voorlopig niet op te rekenen.

Sven Snijer





Samen tegen secularisme

Het lijkt erop dat het islamisme in Turkije niet enkel van Erdogan afhankelijk is maar een eigen dynamiek kent met of zonder de grote leider. De recente toenadering tot Israël moet volgens verschillende analisten vooral worden gezien als gevolg van de geïsoleerde positie waar Turkije in terecht is gekomen in de regio, omdat het land niet de militaire, economische of politieke macht heeft om de pan-Islamistische dromen te laten uitkomen van voormalig premier Devatoglu die in 2001 in zijn boek ‘Strategic Depth’ schreef dat Turkije ‘leider van de regio’ moest worden en zelfs een ‘wereldmacht’. Tot aan de breuk tussen Gülen en Erdogan’s AKP in 2013 trokken ze lange tijd samen op om Turkije meer islamitisch te maken en minder seculier. Ze werkten eveneens samen bij het onderdrukken van kritische media wanneer zij kritiek uitoefenden op de Gülenbeweging of Erdogans partij. De macht van de Gülenbeweging groeide met toestemming van Erdogan die toeliet dat deze in grote delen van het staatsapparaat infiltreerde, omdat dit de macht van de militairen kon terugdringen en hun strikte scheiding van kerk en staat. 

Ongeacht de persoonlijke drijfveren van Recip Tayyip Erdogan kent het islamisme in Turkije een lange geschiedenis. Volgens journalist Behlul Ozkan gebruikte de Turkse staat -anders dan seculiere dictators van islamitische landen in de regio- de islamisten als bondgenoot in de Koude Oorlog tegen het communisme waardoor ze zich vrij konden uiten en organiseren.(1) Vanaf 1970 hebben ze met verschillende partijen meegedaan aan Turkse verkiezingen en deelgenomen aan coalities. Islamisten waren vanaf de jaren ’90 burgemeester van Istanboel (Erdogan) en Ankara en het is daarom verkeerd om te denken dat ze een marginale onderdrukte groepering waren (vanwege militaire coups) die het Turkse systeem van buitenaf zou veranderen. De islamisten zijn al 45 jaar lang een integraal onderdeel van het systeem. Het islamisme van Erdogan is steeds ongrijpbaar geweest, omdat men in Turkije en de rest van de wereld graag wilde geloven in liberalisering van het politiek-islamitische gedachtengoed van de nieuw gevormde AKP in 2002. Met ideologische wortels in de Mili Görus-beweging werd het nooit helemaal vertrouwd, maar door de economische voorspoed van Turkije was er minder oog voor het totalitaire aspect van Erdogan’s politiek en de neo-Ottomaanse sentimenten in de partij, vooral in de persoon van Devatoglu.

Met het recente conflict tussen de AKP van Erdogan en de Gülen-beweging dat sinds de mislukte coup van enkele dagen geleden volledig op de spits gedreven wordt, ontstaan er steeds hardere scheidslijnen in de Turkse politiek die het land hoe langer hoe meer destabiliseren. De militairen, de Gülen-aanhangers en de AKP zijn aparte machtsblokken geworden met voorlopig de laatste als winnaar, maar de vraag is hoelang dit systeem van repressie kan worden volgehouden. Turkije is feitelijk een dictatuur geworden en de tegenkrachten die hierdoor worden opgeroepen zouden wel eens in het voordeel kunnen uitpakken van andere personen dan de leiders van de AKP of Gülenbeweging. Het bericht van Dirk Vermeiren op facebook geeft aan dat er zich onder de AKP-aanhang nog steeds traditionele islamisten bevinden (deze keer ook met baarden en zedenpolitie; dat is nieuw voor Turkije!) en die zien nu hun kans. Erdogan kan immers alle hulp gebruiken om zijn eigen positie te versterken en in het recente verleden heeft hij ook al laten zien het islamisme van harte te steunen. Tijdens de Arabische Lente in 2011 werd door hem nadrukkelijk contact gezocht met groepen als de Islamitische Broederschap van Morsi. Het lijkt erop dat de ideologische lijn die werd uitgezet onder de inmiddels uit zijn functie gezette premier Devatoglu geen politieke zoden aan de dijk heeft gezet voor Turkije, maar nog wel breed gedragen wordt onder de Turkse bevolking. Mocht Erdogan op zeker moment ten val komen, dan laat hij een hopeloos verdeeld Turkije achter waar iedereen een diep wantrouwen heeft naar iedereen en waar jihadistisch fundamentalisme van bijvoorbeeld IS goed wortel zou kunnen schieten. En die hebben dringend behoefte aan nieuw grondgebied nu het in Irak zo langzamerhand onhoudbaar voor ze wordt en wat is er nu mooier dan voet aan de grond krijgen in een NAVO-land?