vrijdag 7 april 2017

Schooldirecteur over het Passend Onderwijs



Ik sprak vandaag met een directeur van een praktijkschool over de gevolgen van het Passend Onderwijs. De bezuinigingen die hiermee gepaard gaan hebben er voor gezorgd dat ‘speciale kinderen’ veel moeilijker een indicatie krijgen voor SBO/VSO of praktijkonderwijs. Deze kinderen komen terecht op regulier onderwijs, terwijl zij eigenlijk op een SBO/VSO of het praktijkonderwijs thuis horen. Het scheelt de overheid veel geld door weinig indicaties af te geven voor dit type onderwijs We zien nu al dat kinderen vaak uitvallen op het reguliere onderwijs en dat geeft een fail ervaring. SBO scholen en praktijkonderwijs krijgen te maken met leerlingen met veel zwaardere problematiek dan een aantal jaren geleden.

Directeur praktijkonderwijs: “Ik heb het drie jaar proberen te ontkennen, maar nu kan ik dat niet meer. Vergeleken met de laatste vijf jaar zie ik meer leerlingen op mijn praktijkschool met behoorlijke gedragsstoornissen en flinke leerachterstanden. Ze doen op de basisschool klassikaal een test en daar komt dan een IQ van 70 uit. Reden voor de school om te zeggen, “mooi, die gaat naar het praktijkonderwijs.” Als je individueel goed zou testen dan scoren ze een IQ van misschien 56. Sommige hebben wel een IQ van 70, maar een leerachterstand van 90%. Die kinderen zitten op de bodem van het onderwijs en dat mogen mijn docenten dan opknappen. Dat redden ze niet, de kinderen niet en mijn docenten niet. Ook zijn er ouders die hun kind op praktijkonderwijs willen hebben, omdat ze niet willen dat hun kind op school zit met kinderen die zichtbaar een handicap hebben, dus kinderen met Down… ‘Niet tussen de mongolen’ zeggen ze dan, maar die kinderen horen eigenlijk op een cluster 3 school thuis (VSO). Daar is nog een wereld te winnen, want er heerst grote schaamte bij dit soort ouders. 

Ik lig nu in de clinch met een aantal ouders die zeggen ‘hij heeft een IQ van 70 en volgens de regels mag hij dan naar praktijkonderwijs’. Uit ervaring weten wij en zien we dat het kind dan op zijn tenen moet lopen, omdat ze een gigantische leerachterstand hebben. Het is haast ondoenlijk geworden. Dat hele passend onderwijs is een ramp. Het heeft er min of meer voor gezorgd dat de schaamte bekrachtigd wordt bij deze groep ouders en je bovendien als kind niet ‘anders’ meer mag zijn. Verplicht normaliseren dus. Deze kinderen zijn juist gebaat bij speciale scholen, waar ze andere kinderen ontmoeten die ook een beperking hebben. We doen op deze manier kinderen met een beperking tekort. Veel ‘speciale’ kinderen redden het niet zonder ‘speciaal onderwijs’ en dat breekt de politiek nu af. Mijn school is nog de enige in deze stad met klassen van twaalf leerlingen, het maximale wat dit soort leerlingen aankunnen.“

Ranada van Kralingen

Heeft u als ouder of onderwijzer ook deze ervaringen, dan kunt u deze mailen naar: ranada1967@hotmail.com

Het onderwijs wordt al gekker http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2016/02/het-onderwijs-wordt-al-gekker.html

zondag 2 april 2017

De ‘Taskforce’ gezinsintimidatie



Als ik ergens de term ‘Taskforce’ (1) tegenkom vraag ik me altijd af welk onoplosbaar probleem het nu weer betreft. Dit stoere Engelstalige begrip wordt vaak gebruikt als ze een onbeheersbare situatie op een militante manier tot een oplossing proberen te brengen, omdat de reguliere methoden hebben gefaald. Taskforce klinkt indrukwekkend, maar geeft eigenlijk aan dat men het niet meer weet en toch het publiek de indruk wil geven dat ze het probleem heel serieus nemen. Zoals de ‘war on drugs’ in de jaren ‘90, die ervoor moest zorgen dat er nooit meer drugs Amerika zouden binnen komen. We weten inmiddels hoe goed dat gewerkt heeft. Ongeveer net zo goed als de Drooglegging, waar de Amerikaanse maffia zo geweldig veel profijt van heeft gehad. Ik schat dat het resultaat van de Taskforce kindermishandeling zal zijn dat er onder een groot deel van de bevolking het idee zal ontstaan dat er in Nederland ontzettend veel kinderen mishandeld worden, zonder dat die kinderen ooit gevonden worden. Vergelijkbaar met het algemene gevoel van onbehagen onder de bevolking en vrees voor de toekomst, terwijl de meeste mensen zichzelf persoonlijk een hoog gelukscijfer toekennen. ‘Met Nederland gaat het slecht, maar met mij gaat het goed.’ Zo kunnen we ook stellen ‘Er worden ontzettend veel kinderen mishandeld, maar met de Nederlandse jeugd gaat het goed!’.

Marketing van kindermishandeling

Er is een paar jaar terug door Ouders Online een artikel geschreven over ‘De marketing van kindermishandeling’. (2) Het is namelijk gewoon business, die machtige lobby om overal kindermishandeling te vermoeden en iedereen die met kinderen werkt cursussen te laten volgen om zo snel mogelijk te melden met alle gevolgen vandien voor de gezinnen die in staat van beschuldiging worden gesteld. Hoe stoerder en indrukwekkender het taalgebruik, hoe rijper de puist begint te worden en hoe harder hij straks zal worden uitgeknepen. Al dat melden geeft een overbelasting bij Veilig Thuis die niet meer toekomt aan de echte probleemgezinnen(3), maar ondertussen wordt naar het publiek gecommuniceerd dat men goed bezig is vanuit de Augeo Foundation.(4) Ze geven zoveel om zielige kindertjes dat ze er alles aan zullen doen om met de kracht van het gemiddelde het grootst mogelijke aantal ouders te beschuldigen en verdacht te maken, om zodoende een klein groepje echt mishandelde kinderen eruit te zeven. Dat lijkt ze wel een goed strategie die op de lange termijn veel vertrouwen zal geven in de hulpverlening! (5) Wat dat voor schade doet aan gezinnen en kinderen wiens ouders met die stress moeten leven, daar hoeft de sociale inquisitie zich toch niets van aan te trekken? Jeugdbeschermers doen immers altijd alles ‘in het belang van het kind’. Maar als we dat nu eens omdraaien en stellen: ‘Kinderen handelen altijd in het belang van jeugdbeschermers’.

Het belang van jeugdbeschermers

Kinderen zijn ‘professioneel’ onschuldig en hoeven hun onschuld niet te bewijzen. Dat moeten ouders doen en daarom is de strijd over de schuld of onschuld van ouders ook niet een strijd in het belang van het kind, maar een krachtmeting met als beloning het kind. Eén van de twee partijen, ouders of jeugdzorg, zal ermee vandoor gaan. De meeste kinderen hebben geen beschuldigingen geuit naar hun eigen ouders en ze willen ook het liefste bij hun eigen ouders zijn, afgezien van de heel schrijnende situaties. De hulpverlening moet niet aan ouders worden opgelegd als een taakstraf, want daar heeft het kind geen baat bij. Welk kind wordt er gelukkig van dat zijn ouders worden vernederd en onderworpen aan dwangmaatregelen waar ze zelf het nut niet van inzien? Als het de juiste hulp is, maar de ouders hebben er geen trek in, kan de vraag gesteld worden of ze überhaupt geschikt zijn als ouders. En als de hulp niet toepasselijk is en de ouders hebben er om die reden geen zin in, is dat juist een teken van goed verstand en de juiste pedagogische mentaliteit. Het moet maar eens een keer over zijn met die valse cliëntrelaties die niets anders zijn dan hulpverleningschantage vanuit de juridische macht van jeugdzorg. Een ouder die ergens van beschuldigd wordt voelt zich helemaal niet geholpen en naar die ‘klik’ kan de hulpverlener wel fluiten als het eerste Veilig Thuis-onderzoek is geweest en het dossier wordt doorgestuurd naar de beschermtafel.

‘When no one else can help you….’

Taskforce kindermishandeling wil zeggen: ’Het probleem is zo groot geworden (of ze willen die indruk wekken) dat we nu de Special Forces gaan inschakelen om deze “Moeder aller kindermishandelingoorlogen” tot een goed einde te brengen.’ En daarbij is beeldvorming veel belangrijker dan de resultaten, want de praktijk wijst al jaren uit dat er van alle kinderen die bij jeugdzorg onder toezicht staan of die uit huis geplaatst zijn, een viervoud(!) aan potentieel mishandelde kinderen niet gevonden wordt. En we melden al jaren bij het AMK en Veilig Thuis, dus waar zijn ze dan? Om nog maar eens een keer de Transitie de grond in te stampen (we hebben nu de wind mee), het was natuurlijk de bedoeling dat de Sociale Wijkteams in een vroeg stadium zouden signaleren welke kinderen er in de knel kwamen thuis, maar daarvoor moest aan twee belangrijke voorwaarden worden voldaan: Ouders moeten vaak langskomen en ouders (plus ketenpartners) moeten vertrouwen hebben in de professionaliteit van die teams.(6) Met beiden wil het niet zo lukken, vandaar dat nu de ‘superheroes’ van de Taskforce worden ingeschakeld, met zelfs een aparte jongerengroep binnen de Augeo Foundation, want het indoctrineren moet vroeg beginnen. Je wil niet dat die jongeren eerst onderscheidend verstand krijgen en levenservaring opdoen, want er moet geoogst worden.

‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’

Nog even ter verduidelijking voor lokale bestuurders: je kunt geen cliëntvertrouwen opbouwen als de langzaam verkregen goodwill op wijkniveau (adviesgesprekjes met de Ouder en Kindadviseur) wordt ondermijnd door de ‘special forces’ die iedereen in staat van beschuldiging stellen. Er is geen middenweg tussen vertrouwen en dwang. Het is of vertrouwen of dwang, maar wat we al twintig jaar zien in de jeugdzorg is dat een gebrek aan vertrouwen bij de cliënt als gevolg van een belabberde zorgkwaliteit, wordt ondervangen door jeugdbeschermers met juridische dwang. De Transitie had juist als doel om die patstelling te doorbreken en op die manier zwaardere jeugdhulp en strijd met ouders tot een minimum te beperken. Helaas laten ze nog iedere dag (en steeds intensiever) de mishandelinglobbyisten door hun sociale wijkcohesie heen fietsen met hun eeuwig durende gevaren-progapanda, zonder dat iemand begrijpt dat juist de vele gezinsdrama’s die we in jaren voorbij hebben zien komen gekoppeld waren aan het onvermogen van jeugdbeschermers om gevaren goed in te schatten. Dan spreken we dus over het traject ná de melding. Toch iets om over na te denken…

Sven Snijer      


 
(3)….de Nijmeegse wethouder Bert Frings bij het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn aangegeven dat het maar eens over moet zijn met al die campagnes tegen kindermishandeling , omdat ze de capaciteiten niet hebben als gemeente om alle meldingen af te handelen en daardoor niet meer aan de acute gevallen toekomen. http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/4290098/2016/04/27/Stop-campagne-tegen-kindermishandeling.dhtml



zaterdag 1 april 2017

Wie benoemt het echte Transitie-probleem?



Twee jaar na de start van de Decentralisatie is er nog geen enkele aanwijzing dat de beloofde verbeteringen in de jeugdzorg zullen worden gerealiseerd, blijkt uit de derde jaarrapportage van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) (1). Er worden in het rapport tal van problemen vermeld waarvan de meesten organisatorisch van aard zijn, zoals liquiditeitsproblemen bij specialistische instellingen, administratielast bij bovenregionale aanbieders, te weinig uniformiteit bij administratieprocessen van gemeenten en onvoldoende innovatie en transformatie van de jeugdhulp. Allemaal verschrikkelijk saai en niet waar het in de kern om gaat bij de problemen van de Decentralisatie. Het grote mankement waar iedereen omheen blijft draaien omdat het te pijnlijk is om bloot te leggen, is dat de Sociale Wijkteams niet naar verwachting functioneren. Het wordt in het rapport wel op een indirecte manier aangeroerd, maar zonder duidelijk te maken dat dit de reden is waarom er twee jaar na de Transitie nog steeds overal geld bij moet en de preventiedoelen onhaalbaar zijn.

‘Het duurt nog wel even voordat vroege interventies er echt toe leiden dat het beroep op gesloten jeugdhulp afneemt én er blijft altijd een groep kinderen over die dat soort hulp nodig houdt. Wij zeggen: zie dit onder ogen, het speelt nu nog niet, maar we zien wel signalen in die richting.’  

Het lammetje snuffelde aan de takjes en vroeg zich af 'Wanneer is strakjes?'

De zorg die hier wordt uitgesproken is gestoeld op de valse verwachtingen die men nog steeds niet wil opgeven met betrekking tot de wijkteams. Uiteindelijk zullen die preventief gaan werken (‘vroege interventies’) en tenslotte zal de vraag naar specialistische jeugdhulp naar beneden gaan, maar tot die tijd mag er niet te snel en te rigoureus op bezuinigd worden. Dat is eigenlijk de boodschap, maar niemand weet hoe lang ‘tot die tijd’ zal gaan duren, want er wordt door geen enkele politicus of bestuurder een termijn aangegeven wanneer we de concrete resultaten mogen verwachten. Nog steeds is alles van een voorlopig karakter en slaagt men er op zijn best in om het niet slechter te doen dan in het oude systeem. Niets wijst erop dat ze het binnen korte tijd beter zullen doen en daarom spreekt men oeverloos over administratieve problemen en financieringsmiddelen, alsof dat een voldoende verklaring is waarom er nog geen betere resultaten worden bereikt.

De innovatie en transformatie van de jeugdhulp komt nog onvoldoende van de grond, constateert de TAJ verder in haar rapportage. De belangrijkste reden daarvoor is volgens Sint dat het tempo van de door het rijk opgelegde bezuinigingen niet in de pas loopt met het tempo waarin de baten van de vernieuwing van de jeugdhulp kunnen worden geïncasseerd. ‘Je hebt financiële ruimte en armslag nodig om die transformatie te kunnen beginnen.’

Ze moeten nog beginnen...

U leest het goed, de transformatie moet nog beginnen! Er komt nu een innovatiepotje (gelukkig hebben ze nog ergens 122 miljoen liggen) en daarmee gaan ze de innovatie innoveren. De Transitie was met het concept van de Sociale Wijkteams namelijk zelf de innovatie waar iedereen nu naar op zoek is. Omdat het innovatieve concept van de Wijkteams onder gemeentelijke regie en gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de financiering nog niets heeft opgeleverd aan preventie probeert men nu innovaties te bedenken binnen de innovatie die ‘Decentralisatie’ heet (Een aquarium bouwen op de bodem van je aquarium). Je hoort nu geen enkele politicus meer spreken over de laagdrempelige hulp door de wijkteams waarmee zwaardere (specialistische) of meer dwingende jeugdhulp bespaard kan worden, omdat daar om twee redenen niets van terecht zal komen. Ten eerste is de oude jeugdzorgmentaliteit onder gemeentelijke regie niet verdwenen (over het juridische aspect denken gemeenten geen controle te kunnen uitoefenen) en ten tweede is er met het handhaven van de vrije doorverwijzing via de huisarts naar specialistische hulp voor ouders de mogelijkheid om de wijkteams te omzeilen en meteen kwalitatief hoogstaande hulp te regelen voor hun kind met autisme of ADHD zonder de speculaties van sociaal werkers over de opvoed/thuissituatie met hun ‘dranghulp’ en de rest van het onheilstraject.

Geld en zorgkwaliteit

Een van de redenen waarom men ooit op het idee kwam van Decentralisatie was dat zowel de Commissie Financiering Jeugdzorg (2) als de Rekenkamer te weinig duidelijkheid kregen van Jeugdzorg Nederland over hoe ze haar geld besteedde en wat eigenlijk de kwaliteit en het effect van de hulp was. Men dacht dat er onder gemeentelijke verantwoordelijkheid beter toezicht op de financiën zou komen en meer kwaliteitsbewaking van de jeugdhulp, maar dat was een vreemde vooronderstelling omdat niemand goede instrumenten had om de kwaliteit van jeugdzorginterventies te meten. Vooral niet op de langere termijn en dat is niet zo handig als je kinderen voor vele jaren in instellingen laat wonen met een kostenplaatje van tussen de €40.000 en €80.000 per kind per jaar. Dat wil je toch wel weten of de uithuisplaatsing echt noodzakelijk was en hulp binnen het gezin werkelijk onmogelijk. Je kunt wel jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming op hun woord geloven dat ze er ‘alles aan gedaan hebben’, maar het is beter om dat goed te toetsen. En de toetsing zoals die op dit moment door de meeste rechters wordt uitgevoerd leert ons niet veel over de daadwerkelijke bedreiging van de veilige ontwikkeling van het kind en nog minder over de kwaliteit van werken van jeugdzorg. De redenering volgt vaak achteraf; het kind is uit huis dus zullen de ouders wel niet gedeugd hebben.

De 'Gekkies' mogen wel herkansen

Daar staat tegenover dat er wel veel kinderen overlijden onder toezicht van jeugdhulporganisaties, omdat de echt gevaarlijke en psychiatrische ouders vaak eindeloos mogen herkansen onder de vleugels van de hulporganisaties, want die hebben er een goede boterham aan. Waar normale ouders soms binnen korte tijd gediskwalificeerd worden door de jeugdbeschermers (en grootouders in het verleden automatisch buiten spel stonden als ‘geen belanghebbenden’) krijgen de echt hopeloze gevallen die hun hele leven hulpverleningsafhankelijk zullen blijven opvallend veel ruimte en krediet.

Een paar voorbeelden:

-Een alleenstaande moeder wil zelfmoord plegen met pillen maar bedenkt op het laatste moment dat er een baby boven ligt te slapen en besluit het niet te doen. Ze mag haar kind houden.

-Een moeder is geestelijk instabiel vanaf de geboorte van het kind (dat vier jaar onder toezicht gesteld is geweest) en doodt uiteindelijk haar kind.

-Een dronken vrouw dreigt met haar kind van het dak te springen. Ze mag het kind houden.

-Ouders die hun zeer jonge kind op internet aanbieden voor betaalde seks mogen het kind in een later stadium gewoon houden.

-Een moeder die medeschuldig was aan de fysieke mishandeling van haar kind (ex is veroordeeld) mag het kind in eerste instantie houden, maar pas als ze weigert met de Raad mee te werken wordt het haar afgenomen.

-Een kind dat onder toezicht gesteld is mag met moeder bij opa gaan inwonen die een veroordeelde pedofiel is.

-Een kind dat zijn vader zijn moeder voor zijn ogen met meerdere messteken om het leven heeft zien brengen wordt door jeugdzorg gedwongen zijn vader in de gevangenis op te zoeken.

Waar zijn al die mishandelde kinderen?

Er bestaat een ten hemel schreiende ongelijkheid in de manier waarop ouders worden beoordeeld en behandeld door jeugdbeschermers, waarbij het er de schijn van heeft dat juist de meer intelligente en mondige ouders het zwaar te verduren hebben met jeugdbeschermers en dat heeft alles te maken met de machtsverhouding. De gebrekkige toetsing van zowel de zorgkwaliteit als de ontwikkelingsbedreiging van het kind maakt van veel jeugdzorgzaken showprocessen. Sommige rechters geven aan de dossiers niet eens te lezen en varen blind op de gezinsvoogd of raadsmedewerker. Er gaat bij niemand een lichtje op over hoe het toch komt dat er al vanaf de zaak Savanna  (2004) een voortdurende campagne aan de gang is voor het sneller melden van kindermishandeling en er nog steeds hetzelfde (hypothetische) aantal kinderen in de veilige ontwikkeling wordt bedreigd. Kloppen de cijfers niet of kunnen jeugdbeschermers niet zoeken? En waarom zijn zo weinig professionals bereid een melding te doen als jeugdzorg en Veilig Thuis zo professioneel zijn? De praktijk leert ze kennelijk anders. De heksenjacht werkt overduidelijk niet, maar gaat na de Transitie onverminderd door op gemeentelijk niveau terwijl twee jaar na dato ‘de innovatie en transformatie van de jeugdhulp nog niet van de grond komt’. En dat is ook niet zo vreemd als je geen instrumentarium hebt om de zorgkwaliteit te meten en je dus de gecontracteerde aanbieders nergens op kunt afrekenen. Hoe moeten andere jeugdzorgaanbieders zo met de huidige gecertificeerde instellingen concurreren?  

Gegoochel met woorden

Het is overigens een fabeltje dat de gemeenten geen invloed kunnen uitoefenen op het verloop van gedwongen trajecten, maar voorlopig hebben ze het zo druk met hun administratieve en financiële problemen en hun verlegenheid over de ontoereikendheid van de Sociale Wijkteams die de grote belofte waren in de hele operatie dat het meten van de zorgkwaliteit waarschijnlijk onderaan hun lijstje staat. Men blijft zoeken naar nieuwe en blije methoden van jeugdhulp, snapt niet hoe de energielekken gedicht moeten worden, hoe de angst voor de jeugdzorgterreur kan worden bestreden en laat de juridische werkelijkheid voor wat ze is, terwijl daar juist de sleutel ligt tot het terugwinnen van het vertrouwen van ouders. Iedereen is gebiologeerd door het idee dat er eerder en steviger moet worden ingegrepen in gezinnen, maar niemand onderzoekt structureel de noodzaak daarvan (alleen bij gezinsdrama’s) en wat het betekent voor de verlangde laagdrempeligheid die moet zorgen voor preventie door cliëntrelaties op wijkniveau. Nu ontstaat er weer woordgegoochel met de begrippen ‘vrijwillig’/’drang’/’dwang’ alsof je daar in de praktijk een scheiding in kunt aanbrengen.(3) De hulp van jeugdzorg is nooit vrijwillig, maar altijd onder dreiging van opschaling. Het enige wat de overheid kan doen om de vrees bij ouders weg te nemen is het zorgen voor betere juridische bescherming, maar die wordt juist afgebroken. Het technische geleuter over de randvoorwaarden voor de jeugdhulp zal nog wel een tijdje doorgaan, maar wanneer gaan politici begrijpen dat jeugdzorg niet alleen de brandweer is, maar ook de pyromaan?  

Sven Snijer



(2) http://925.nl/archief/2014/05/07/professor-heertje-is-woest-over-de-perverse-prikkels-bij-jeugdzorg/ Robin Linschoten deed onderzoek in het kader Commissie Financiering Jeugdzorg en concludeerde dat het gebrek aan informatie uit de jeugdzorgsector schrikbarend is. Hij stelde dat dit gebrek aan transparantie gevolgen zou moeten hebben voor de inkoop van de jeugdzorg door de overheid.
http://www.zorgwelzijn.nl/Jeugdzorg/Nieuws/2009/3/Commissie-Linschoten-jeugdzorg-op-prestaties-afrekenen-ZWZ013745W


donderdag 30 maart 2017

Waarheidsvinding – beterschapbeloften of wetgeving?



Ruim een jaar geleden (november 2015) hebben Jeugdzorg Dark horse en stichting SOS-jeugdzorg voorzichtig banden aangeknoopt met jeugdzorg Amsterdam (JBRA) om een mogelijke samenwerking te verkennen tussen ouderorganisaties en jeugdbeschermers. Na een wat moeizame aanloop en een verandering van de oorspronkelijke doelstelling van een autisme-voorlichtingsfilm voor scholen naar het organiseren van bijeenkomsten tussen ouders en gezinsvoogden kwam er tenslotte een concreet plan op tafel. De gedachte daarbij was dat het mogelijk moest zijn om met ontwikkelde ouders en welwillende gezinsvoogden een gemeenschappelijke grond te vinden over een jeugdzorg die echt in het belang zou handelen van ouders en kinderen. De workshop ‘Allemaal Gekkies?’ werd geboren waarvan de titel aangaf dat niet alle ouders emotionele en pedagogisch onbekwame mensen zijn, maar vaak heel goed weten wat kinderen nodig hebben om veilig en gezond op te groeien. De workshop is tweemaal met succes gegeven(1) en het leek erop dat het landelijk kon worden ingevoerd om overal ouders en jeugdbeschermers nader tot elkaar te brengen. Maar toen werd het opeens stil bij JBRA…

Onderzoeksrechter

Wat was er gebeurd? Dankzij een tweesporenbeleid van Dark horse en SOS-jeugdzorg bleef naast de verbeterde verstandhouding met jeugdzorg ook de kritische houding overeind en werd er inhoudelijk gewerkt aan de mogelijkheid om tot verbeterde wetgeving te komen om de rechtsgang in jeugdzorgzaken transparanter te maken. Samen met het Nederlands Advocaten Comité werd gewerkt aan een plan voor structurele verbetering in het controleren van de rechtmatigheid van het handelen van jeugdzorg bij het opleggen van gedwongen maatregelen. De term ‘onderzoeksrechter’ viel en die kreeg samen met het concept eromheen, dat de nadruk legde op het voldoende horen van ouders, grote bijval van verschillende partijen. Ook de landelijke politiek pikte dit op middels een motie voor het aanstellen van een onderzoeksrechter die op 23 februari 2017 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Met JBRA en het LOC was afgesproken om gezamenlijk een regiobijeenkomst te organiseren als voorbereiding op het landelijk congres Waarheidsvinding op 10 november 2017. Dark horse, SOS en JBRA zouden daarbij stevig de handen ineenslaan. Wat toen door Dark horse/SOS onverwacht op tafel werd gelegd - maar nog ruim op tijd voor de regiobijeenkomst- was het concept van de onderzoeksrechter en aanpassing van de wetgeving om jeugdbeschermers hun juridische macht in te perken. Het aanvragen van beschermingsmaatregelen zou zorgvuldiger en grondiger moeten worden getoetst door dit wettelijk te borgen, zoals naar voren gebracht door advocaat Huib Struycken.(2)

'Scheiden van feiten en meningen'

Dit betekende een veel grotere en meer concrete stap richting een eerlijke rechtsgang dan het zuinige ‘scheiden van feiten en meningen in jeugdzorgrapportages’ waar de discussie rondom waarheidsvinding tot dan toe om had gedraaid, zoals in het rapport van de Kinderombudsman “Is de zorg gegrond?”(3). Het signaleren van de problemen in de jeugdzorg en het adviseren hierin is al decennia bezig, maar niemand is in staat om verbeterde zorg of een eerlijkere rechtsgang te garanderen. Dit plan voor een onderzoeksrechter verzette dusdanig de bakens dat beterschapbeloften en convenanten voor een betere werkwijze door jeugdbeschermers er bij voorbaat door in de schaduw werden gesteld. De regels van het spel werden er compleet door veranderd, want het ‘belang van het kind’ werd in deze benadering niet primair toevertrouwd aan de jeugdbeschermers. Hun werkgelegenheid- en instellingsbelangen zijn door ouders en jeugdrechtadvocaten al vaak genoemd als hinderpalen voor een goede zorgkwaliteit en eerlijke rechtsgang, maar tot dusverre koos de politiek ervoor om jeugdbeschermers altijd het voordeel van de twijfel te geven vanwege de vrees bij politici over niet-geïnformeerde volkswoede bij weer een gezinsdrama met bijbehorende krantenkoppen. De meeste krantenartikelen vertelden er niet bij waarom het zo vaak mis ging en dat een ´hardere hand´ waar dan meestal meteen om geroepen wordt niet de oplossing was. Het valse redmiddel van nog meer repressie, nog meer melden bij Veilig Thuis, heeft de excessen nooit eerder een halt weten toe te roepen, terwijl een betere zorgkwaliteit en beter onderzoek naar het model van het strafrecht dat wel zou kunnen doen.


Al verliest de vos zijn haren....

Nu ontstond er tussen JBRA en Dark horse/SOS een wrijving die in de vorm van een bliksemafleider resulteerde in een conflict dat niets van doen had met de waarheidsvinding en het congres in november, maar dat desalniettemin een geweldige rem was op de voortgang van de nieuwe ideeën die ontwikkeld moesten worden over een onderzoeksrechter. Ook de workshop ‘Allemaal Gekkies’ scheen vanuit JBRA opeens geen prioriteit meer te hebben, terwijl Yvonne Fiege van SOS-jeugdzorg nog kort hiervoor geïnterviewd was door JBRA voor hun jaarverslag van 2016. Bij een samenwerking met jeugdzorg moet er natuurlijk altijd in het achterhoofd worden gehouden dat er sprake kan zijn van een PR-stunt om aan gemeenten te tonen dat men goede betrekkingen onderhoudt met ouderorganisaties, zeker nu jeugdzorg sinds de Decentralisatie het contract met de gemeente moet ‘verdienen’ door een goede kwaliteit van werken. Een goede verstandhouding met ouderplatforms kan helpen in die beeldvorming, maar dat mag ook weer niet teveel consequenties hebben voor de werkwijze van jeugdbeschermers.(4) Concrete plannen voor meer waarheidsvinding op een waarheidsvindingscongres kunnen de interne beeldvorming (jeugdzorgregio’s onderling) weer beschadigen en dus begon een veelbelovend traject vast te lopen. Gesteggel over één alinea tekst voor de workshopfolder moest opeens weken duren, het contact met andere jeugdzorgregio’s voor de workshops kwam maar niet op gang, JBRA meende zich te moeten bemoeien met het facebookgedrag van Dark horse, figuren met eigengereide bedoelingen in het grensgebied tussen ouders en jeugdzorg/overheid (VWS) werden niet de wacht aangezegd en de betuttelende trainerende houding die jeugdzorg zo kenmerkt in haar reguliere werkzaamheden met ouders stak nu ook organisatorisch de kop op. Kortom, het werd vervelend en onduidelijk.

Veiligheid impliceert 'gevaar'

Eigenlijk mocht het ook geen verrassing heten dat een platform met de titel “Ieder kind veilig” waar de workshops vanuit gingen, meer de belangen dient van jeugdzorg dan van ouders en kinderen. Voor ouders staat voorop dat de kwaliteit van de geboden hulp goed moet zijn en dat er door hulpverleners geen misbruik wordt gemaakt van hun macht. Dat kinderen veilig kunnen opgroeien is een automatisch gevolg daarvan. Het kan nooit een doelstelling van ouders zijn dat kinderen ‘veilig’ zijn, want dat impliceert á priori de onveiligheid van de kinderen waarbij ouders de risicofactoren zijn in plaats van verzorgers en opvoeders. Het is tekenend dat mensen van jeugdzorg niet langer het woord ‘zorg’ centraal stellen, maar ‘bescherming’(jeugdbeschermers), omdat ze hier niet voor zijn opgeleid. Primair zijn jeugdzorgwerkers met een SPH-opleiding sociaal werkers en hulpverleners, geen misdaadonderzoekers met een forensische expertise. De ongemakkelijkheid van de vaak jonge gezinsmanagers met deze opsporingstaak kennen we al enige jaren door het begrip ‘handelingsverlegenheid’ (eigenlijk ‘handelingsonbekwaam’) die impliceert dat ze een oneigenlijke taak uitvoeren als hulpverleners.(5)

Gaandeweg de samenwerking met JBRA werd het jeugdzorgtaalgebruik hoe langer hoe meer een obstakel in de eensgezindheid, want met taal kan de beeldvorming subtiel worden beïnvloed. Dark horse en SOS-jeugdzorg waren van mening dat ouders en jeugdbeschermers tegenover elkaar stonden en dat dit niet ‘schijnbaar’ zo was, want juridische maatregelen zijn echt en hebben een enorme uitwerking op gezinnen. Dat is geen inbeelding en het kan niet met een goed gesprek verholpen worden, hoezeer men ook probeert elkaar te begrijpen. Jeugdzorg Dark horse en SOS wilden een meer rechtvaardige jeugdzorg en niet enkel gevoelens met elkaar delen en daarom zette de samenwerking met het Advocaten Comité meer zoden aan de dijk. (6)

Symboolcongres

Nu stonden we wel voor de vraag in hoeverre we met de stagnerende verhoudingen in staat zouden zijn een substantiële bijdrage te leveren aan het Congres waarheidsvinding in november georganiseerd door het LOC (met subsidie van V&J) als de bedoelingen van JBRA niet duidelijker werden. Had het zin om vanwege pragmatische redenen aan te schuiven en te proberen zoveel mogelijk binnen te slepen voor onze zaak? Uitgaande van de te verwachte uitkomst van het congres -veel goede bedoelingen en beterschapbeloften binnen het kader van  een ontoereikende wetgeving- zou het per definitie een symbolisch gebaar zijn, maar wel met de mogelijkheid om onze ideeën breder ingang te doen vinden voor de langere termijn. Maar hadden we daarvoor dit congres nodig? We gaan uit van het idee dat vorm en inhoud één geheel moeten zijn en dat je de juiste kaders nodig hebt om de juiste ideeën naar voren te brengen. Een beoogde verandering in de wetgeving is bij voorbaat kansloos op een congres dat zal inzetten op een mentaliteitsverandering zonder dit juridisch te borgen.  

Ministerie van Veiligheid & Justitie
 
De website van het Ministerie van Veiligheid en Justitie laat zien dat er niets substantieels valt te verwachten van dit zoveelste ‘praatcongres’:

“Daarom worden komend jaar verschillende bijeenkomsten door ouderorganisaties georganiseerd. De RvdK, gecertificeerde instellingen, rechters, advocaten en gemeenten zijn betrokken bij deze bijeenkomsten. De verbeterpunten die uit deze avonden voortkomen, neemt de RvdK mee in de uitvoering van toekomstige onderzoeken.”(7)

'De verbeterpunten worden meegenomen'…Ter relativering wordt in dezelfde tekst vermeld dat er altijd discussie zal blijven bestaan over waarheidsvinding, omdat het jeugdbeschermen zulke ‘complexe zaken’ kent…De vraag is waarom dit congres dan volgens deze opzet gehouden moet worden, want bij voorbaat geeft men al aan dat de discussie over waarheidsvinding zal blijven bestaan. Ook valt aan de lijst van voorwaarden voor rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming af te leiden dat zij op dit moment al aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet met haar protocollen, dus nogmaals kan de vraag gesteld worden waarom er dan een congres over waarheidsvinding moet worden gehouden. Voldoen die protocollen niet of houdt men zich daar niet aan? Iets gaat er blijkbaar mis ondanks de protocollen, want de klachten van ouders blijven onverminderd bestaan. Vandaar dat wij geloven dat aanpassing van de wetgeving een beter resultaat zal geven dan deze beterschapbeloften. Het concreet toetsen van de beweringen van jeugdbeschermers zal de rechtsgang een stuk verder vooruit helpen dan ‘het meenemen van verbeterpunten’ want dat hebben we al zo vaak gehoord. Het gaat niet alleen om wat een dossier bevat, maar ook om hoe het aan de rechter wordt gepresenteerd.  

Gezien het bovenstaande zou het beter zijn om een eigen congres waarheidsvinding te organiseren onder de titel ‘De rechtmatigheid van het handelen van jeugdbeschermers’ en daar verschillende organisaties en politici voor uit te nodigen (vooral lokale politici die de dure en ineffectieve jeugdhulp moeten betalen) en samen te streven naar een concrete verandering in de werkwijze van jeugdhulporganisaties door uitbreiding van de huidige wetgeving, waarmee betere toetsing mogelijk wordt en er geen onnodige dwangmaatregelen kunnen worden opgelegd aan gezinnen. Dark horse en SOS-jeugdzorg zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen en tot aan november in ieder geval onze eigen ideeën verder uitwerken en hierover publiceren.

Sven Snijer



Tj W Strubbe: "De jeugdzorglobby hoort graag ouders en anti-jeugdzorgdeskundigen uit om voorbereid te zijn op hun kennis en onderbouwing. Het gaat vaak niet om mee te denken, maar om nieuwe sluipwegen in hun manipulaties naar rechters vorm te geven in wet- en regelgeving. De jeugdwet is immers ook zo ontstaan, met negatie van de echte deskundigen met wetenschap als basis. Zo ging het ook met het advies van het platform SCJF voor de implementatie van de Wet op de jeugdzorg voor 2004. Enige meningen op https://kinderbescherming.jimdo.com/kritiek-van-deskundigen/diverse-deskundige-meningen/, maar wat gebeurde er met de bevindingen van Joseph Doyle of Ursula Gresser? https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/ . Negatie."