zondag 8 juni 2014

Gerechtigheid is geen wraak


Een kleine twee weken na het officieel afsluiten van de blog Jeugdzorg Dark horse dat verder blijft bestaan als archief, voel ik de behoefte om opnieuw een jeugdzorgverhaal te publiceren, maar dan op Essays. Het betreft een verhaal van een jeugdzorgslachtoffer dat deze instantie vanuit het perspectief van een kind heeft meegemaakt.

(De brief)

Ik worstel al een hele poos met mijn eigen jeugdzorgverleden. Ik zal het zo kort mogelijk proberen uit te leggen. Ik kom uit een gezin met vier kinderen (ik ben de oudste). Toen mijn ouders gingen scheiden was ik een jaar of vijf. Ik en mijn zusje zijn bij mijn moeder gaan wonen, mijn broer en andere zusje bij mijn vader. Mijn moeder zat met zichzelf in de knoop en ze had het moeilijk, maar ik heb daar  als kind nooit echt onder geleden.

Modder smijten en bemoeienissen van familieleden hebben ertoe geleid dat jeugdzorg zich er meer mee ging bemoeien. Bureau Jeugdzorg heeft ons uit huis gehaald van de een op andere dag. Ik was zeven jaar toen ik in Hoek van Holland belandde in een zogenaamde crisisopvang aan de s' Gravensandscheweg geloof ik, als ik me goed herinner. Ik wist niet wat me overkwam. Ik was zeven en mijn zusje geloof ik pas drie bijna vier.

Ik heb nooit echt begrepen waarom Bureau Jeugdzorg het nodig vond om ons maar uit huis te halen. Volgens hen waren we getraumatiseerd...maar ik heb de meeste trauma's  aan hen te danken, aangezien ze niet rekening houdend met de wil en gevoelens van een kind handelen, want daar lijken ze glad maling aan te hebben. Na hoek van Holland zijn we overgeplaatst naar het Bergsche bos in Hillegersberg. Ik verlangde zo naar huis en het deed me zo’n pijn dat ik mijn ouders zo weinig zag. Ik kan me herinneren dat ze eerst eens in de twee weken een paar uurtjes op bezoek mochten komen… Pas veel later mochten we soms eens een weekendje mee.

Nachtmerries en angsten

Ik heb in dat Bergsche bos nooit liefde gehad...Mijn jongere zusje was helemaal klein en met haar had ik nog meer te doen. Ik vind het vreselijk dat een peutertje dit moest overkomen. Een klein meisje dat zo naar haar moeder en vader verlangde en ik zag haar lijden. Toen we eindelijk weer thuis mochten wonen was het leed helaas nog niet afgelopen..nachtmerries...angsten...bang dat we weer onterecht opgehaald zouden worden en uit huis geplaatst. We stonden tenslotte nog altijd onder toezicht van jeugdzorg. Uiteindelijk werd de angst een beetje minder, tot ik zelf kinderen kreeg. Het hele jeugdzorgverleden, de angsten, alles kwam weer naar boven.

Mijn moeder kreeg op jonge leeftijd COPD (ernstige longziekte). Na de scheiding met mijn vader heeft zij nog twee kinderen gekregen. Met de jongste stond zij er in 2009 helemaal alleen voor, want de vader had hen in de steek gelaten. Zij en mijn jongste broertje woonde dus alleen. Ik woonde destijds al samen. Ze werd steeds zieker steeds vaker waren er ziekenhuisopnames, omdat ze weer een longontsteking had of een benauwdheidaanval. 

Ik begrijp dat zo’n situatie voor een kind van (toen) vier jaar niet gunstig is, maar jeugdzorg beloofde haar hulp thuis en als zij opgenomen moest worden, dat mijn broertje dan bij mij kon wonen zo lang en bij opvangouders, zoals jeugdzorg het noemde.

 Zelfmoord

Maar waar ze zo bang voor was is uiteindelijk gebeurd, want jeugdzorg plaatste mijn broertje in een pleeggezin. Deze klap kon mijn moeder niet meer aan, want het was haar al een keer overkomen met mij en mijn zusje. Ze was heel lief voor mijn broertje en de opvoeding deed ze heel goed. Puur omdat ze een longziekte had is haar kind bij haar weggehaald. Een korte tijd daarna belde mijn moeder me op (01-05-2011) huilend...helemaal overstuur. Het was al laat in de avond. Ze vertelde me dat ze het leven niet meer zag zitten nu mijn broertje weg was gehaald. Ze woonde nu alleen. Ze vroeg me om niet boos te worden, want ze vertelde me dat ze pillen in had genomen en eruit wilde stappen. Ik moest weten dat ze heel veel van me houdt maar dat ze geen nut meer zag in het leven. Ze zei dat ik thuis moest blijven en niet naar haar toe moest komen want ze was toch niet thuis zei ze.

Ik heb de hele nacht geen oog dicht gedaan...De ochtend van 2 mei belde mijn oma dat mijn moeder was gevonden thuis, maar ze leefde nog en ze is met spoed naar het CWZ in Nijmegen gebracht. Daar lag ze op de IC aan apparaten en slangetjes en aan de beademing. Al snel was duidelijk dat ze er niet meer uit zou komen en we hebben (ook door moeders wilsverklaring) moeten besluiten tot het staken van medische behandeling. Op 3 mei 2011 overleed ze ten gevolge van haar zelfmoordpoging.

In het nauw gedreven

Tijdens ons laatste telefoongesprek kon ik aan haar stem alleen wanhoop en verdriet horen. Mijn gevoel zegt me dat ze het gedaan heeft omdat ze in het nauw is gedreven. Er word gedacht dat ik zoek naar een schuldige...Dat is niet zo, maar ik vind wel dat het handelen van jeugdzorg er mede toe heeft geleid dat ze het gedaan heeft.

Sindsdien is mijn hele jeugdzorgverleden nog erger naar boven gekomen. Zo erg dat ik er nu zelfs hulp voor wil hebben bij maatschappelijk werk. Ik word bijna elke nacht zwetend wakker in bed, omdat ik de traumatische ervaringen uit mijn jeugd naar boven zie komen. 

Ik had nooit uit huis gehaald mogen worden, want ik vind dat er geen aanleiding voor was. Ze hadden mijn moeder misschien wat extra begeleiding moeten geven thuis, zodat we gewoon daar konden blijven wonen. Elke dag ben ik ermee bezig en elke dag voel ik die pijn van dat internaat weer. De pijn van het niet naar mijn ouders mogen, de pijn die jeugdzorg altijd genegeerd heeft. Na al die jaren komt het er allemaal uit en realiseer ik me pas dat jeugdzorg niet heeft gehandeld zoals had gemoeten. Ik zit nu met de gevolgen van hun handelen.

Nog een zelfmoord

Mijn zusje is er helaas nog slechter vanaf gekomen. Die heeft het verleden nooit verwerkt. Ze geraakte door jeugdzorg destijds in een gevangenis in plaats van een instelling voor psychische hulp waar ze heen had gemoeten. Pas toen daar ruimte was, is ze van de ene instelling de andere in gerold. Weer een enorme blunder van Bureau Jeugdzorg. Ze was pas veertien jaar toen ze in een jeugdgevangenis belandde, terwijl ze geen strafbare feiten had gepleegd, maar hulp nodig had (borderline, schizofreen). Ze is er nooit meer overheen gekomen. Op 14 maart dit jaar heeft ook zij zichzelf van haar leven beroofd. Zij werd maar 22 jaar.

Ik begrijp niet dat zulke fouten door de beugel kunnen. Dat mensen zoals ik zo behandeld zijn als kind, dat er zoveel fouten worden gemaakt en dat ze maar niet begrijpen dat de gevolgen daarvan enorm zijn, ook in je volwassen leven. Ik zit er zelfs serieus aan te denken om jeugdzorg aan te klagen voor de fouten, maar ik weet niet hoe dit aan te pakken. Ik hoopte dat u me misschien kan vertellen hoe ik Bureau Jeugdzorg eventueel kan aanklagen en waar. Ik kan het gewoon niet laten rusten. Ik wil dat zij hun fouten erkennen, eerder kan ik dit hoofdstuk voor mijn gevoel niet sluiten.

Met vriendelijke groeten, 


Melissa H.


Tot zover het verhaal van een jeugdzorggedupeerde dat net zo goed het verhaal van duizenden anderen had kunnen zijn. Niet alleen is dit een aangrijpend verhaal over onnodig leed dat voorkomen had kunnen worden als het gezin zelf centraal had gestaan en niet weghalen van kinderen uit een volgens jeugdzorg onwenselijke situatie, zoals in het recente verleden de normale procedure was, maar wat mij in het verhaal vooral heeft getroffen is de zin ‘Er wordt gedacht dat ik zoek naar een schuldige…’. Dit is een laffe manier om iemand die al zoveel ellende heeft meegemaakt, nog een trap na te geven door de suggestie dat deze primair uit is op wraak. Iemand die het verleden niet kan laten rusten, een verleden waaraan zogenaamd niemand schuld heeft en waar een zondebok voor gezocht wordt door een getraumatiseerd persoon. Zo wil men het altijd graag voorstellen. Eerst is er het onrecht en later de afdekking van dat onrecht, door het slachtoffer het aangedane leed nogmaals te laten ondergaan, met verdachtmaking van het oprechte gevoel over wat er mis ging en wat zoveel beter had gekund.

Remzi Cavdar

De meeste jeugdzorgslachtoffers en critici zijn bekend met de subjectivering van het leed dat Remzi Cavdar is aangedaan door de William Schrikker Jeugdbescherming. Hij werd als hoogbegaafde jongen door ondeskundigheid van de WSJ geplaatst in een instelling voor kinderen met een verstandelijke beperking en gedragsstoornissen en later toen er door toedoen van één persoonlijk begeleidster die wel verder keek dan haar neus lang was, duidelijk werd dat de jongen een veel hoger niveau had, werd hij evengoed nog een paar jaar langer op de plek gehouden waar hij niet thuis hoorde. Kostbare jaren uit zijn jonge leven zijn op die manier verloren gegaan, jaren die van vitaal belang zijn voor de groei en persoonlijkheidsontwikkeling. Jaren die hij nooit meer terug krijgt. Het antwoord van de WSJ op zijn beklag hierover: ‘Jammer dat hij het zo heeft beleefd’, waarmee de feitelijkheid van het onrecht wordt weggelachen en alles weer bij het slachtoffer wordt neergelegd.

Zo stond er kort geleden in de Telegraafbijlage een verhaal van een haptonoom die een vrouw in behandeling had, maar daarbij een bepaalde grens over ging die ethisch niet te verantwoorden was. Het ging niet om misbruik, maar de emotionele grenzen werden overschreden en de therapeut had er beter aan gedaan de getrouwde cliënte door te sturen naar een collega. Toen zij enige tijd later de therapeut wilde aanklagen bij zijn beroepsgroep, liet hij weten daar alle begrip voor te hebben, want ook hijzelf vond dat hij ‘te ver’ was gegaan. Maar bij de zitting kwam hij met een heel ander verhaal en probeerde zijn voormalig cliënte neer te zetten als een volkomen labiel iemand, om er zelf onderuit te komen.

‘De daders straffen’

In onze zaak met de Signisschool waar we zoveel problemen mee gehad hebben (zie: Brief aan burgemeester Van der Laan) was het eveneens opvallend hoe wij als slachtoffers die hun recht wilden halen, door de eis serieus genomen te worden bij een  grensoverschrijdende situatie in de klas van onze dochter, al snel werden gebombardeerd tot moeilijke mensen die ‘alleen op wraak uit’ waren. Het lijkt niet meer dan normaal dat er bij een situatie van seksuele intimidatie als eerste gekeken wordt naar de aanstichters van het onwenselijke gedrag onder de kinderen en dat pas later de vraag van de aanpak en de verwerking een rol gaat spelen, maar zo ging het niet. Als eerste werden het slachtoffer en haar ouders ‘geproblematiseerd’  zodat alle andere betrokkenen buiten het zicht bleven. De school benadrukte in haar gesprekken met de instanties dat de ouders er enkel op uit waren ‘de daders te straffen’, wat een omkering was van ons verzoek om de daders te horen, evenals het horen van de medeslachtoffertjes, zodat duidelijk zou worden wat er precies aan de hand was.

Evaluatierapport

Deze ‘wraakzuchtige houding’ bleef ons achtervolgen, want het AMK nam deze suggestie over in haar rapportage en maanden later, bij een evaluatiegesprek van verschillende instanties (zedenpolitie, AMK, Bureau Jeugdzorg, gemeente Amsterdam, AMC-ziekenhuis) over de handelswijze van de school in de kwestie, kwam ditzelfde aspect als een sneeuwbal van de helling naar beneden rollen. Wij hadden als ouders geen weet van het plaatsvinden van deze evaluatie, die nota bene op ons verzoek aan de gemeente werd gehouden, wij hadden geen idee van de deelnemers en er was niemand aanwezig die ons als gedupeerden vertegenwoordigde. Desondanks was de conclusie van het evaluatierapport ook hier weer, dat ouders niet wilden doen wat in het belang was van hun kind, maar primair op wraak uit waren.

Een heerlijk onderonsje van participanten die elkaar in het begin van het traject ook al bij het handje vasthielden en die maanden later in het geheim bijeenkomend, opnieuw zichzelf en elkaar mochten beoordelen. Onfrisser kan het niet, maar volgens de gemeente was dit waar wij om gevraagd hadden. Dat de naaste medewerker van de burgemeester de evaluatie en de getrokken conclusies nooit aan ons had medegedeeld en wij er maanden later pas bij toeval achterkwamen, vond zij zelf niet verontrustend. Ze was het gewoon ‘vergeten’ te zeggen. Net zoals het AMK ‘vergeten’ was om het evaluatiegesprek mee te sturen met het opgevraagde dossier. En dan vergeet ik bijna te vermelden dat de voornaamste klacht die wij bij de gemeente hadden neergelegd, juist de vooringenomenheid van het AMK was geweest en wij nooit een onderzoek hadden gevraagd naar de handelswijze van de school, omdat hun falen wel duidelijk was.

Omdraaien, verdraaien, tegen-beschuldigingen, het onderuithalen van de feiten waar de oprechte gevoelens van het slachtoffer op zijn gebouwd, je kunt het als slachtoffer allemaal meemaken. In veel situaties lijkt het erop dat als eerste het slachtoffer wordt aangevallen om verdere schade voor de verantwoordelijken te voorkomen. Dat maakt het niet makkelijk voor mensen om met hun verhaal naar voren te komen, zodat er iets kan veranderen. Wat er meestal ‘geleerd’ wordt door verantwoordelijke personen en instanties, is hoe ze nog verder hun de-escalatiemethoden kunnen aanscherpen, die voornamelijk gericht zijn op het monddood maken van het slachtoffer of de klokkenluider, zodat ze zelf niet verder in het nauw geraken. Vanuit het vooroordeel dat slachtoffers uit zijn op wraak en vooral de daders willen straffen en juridisch vervolgen. Dit is waanzin.

De waarden van onze samenleving

De meeste slachtoffers zijn op zoek naar erkenning voor wat ze is aangedaan en willen het liefst zwart op wit dat diegenen die een aandeel hebben gehad in het leed, het zich aantrekken en verklaren dat ze anders hadden kunnen en moeten handelen, waardoor er bij de slachtoffers een zucht van verlichting geslaakt kan worden dat hun leed niet slechts een subjectieve beleving was, of met andere woorden aanstellerij. Ze willen bevestigd worden in menselijke waarden, want daar is de maatschappij op gebouwd. Het zijn de waarden die we van jongs af aan hebben meegekregen. Een trauma is voor slachtoffers veel beter te verwerken als er erkenning is voor wat ze is aangedaan, omdat het hun eigen mens-zijn herstelt en ze door het hersteld vertrouwen verder kunnen met hun leven en op die manier ook weer anderen kunnen bijstaan. Als we als samenleving hier niet goed mee omgaan, houden we mensen gevangen in hun trauma en hebben we als collectief gefaald. Voor verwerking van persoonlijk leed zijn we in therapeutische zin in de eerste plaats zelf verantwoordelijk, maar voor ons gevoel van rechtvaardigheid zijn we ook van anderen afhankelijk. Van de erkenning van mensen met wie wij samen een maatschappij vormen en als dit niet gebeurt wordt het vertrouwen in het leven in bredere zin enorm geschaad.  

Letselschade

In Nederland kun je met een letselschadeprocedure meestal geen deuk in een pakje boter slaan, want als je al in het gelijk wordt gesteld en de tegenpartij moet betalen, dan gaat het om verwaarloosbare bedragen in vergelijking met landen als Engeland of de Verenigde Staten. De houding die wij in dit land hebben tegenover het recht doen aan slachtoffers, wordt misschien wel het best geïllustreerd door de reactie van de moordenaar van Marianne Vaatstra, die de moord jarenlang verzweeg, terwijl het in alle media werd behandeld door de jaren heen. Nu hij eindelijk tegen de lamp is gelopen door grootschalig DNA-onderzoek en de familie van het slachtoffer €250.000 euro schadevergoeding eist, vindt de dader dit bedrag ‘exorbitant hoog’. Het is een brutaliteit die ik gezien de mentaliteit die wij in dit land over het algemeen bij slachtoffers aan de dag leggen, helaas goed kan plaatsen. In plaats van de verontwaardiging over het uitblijven van wroeging bij een individuele pleger van een zwaar misdrijf zoals in de zaak Vaatstra of bij de moord op Pim Fortuyn, zou ik liever zien dat we als samenleving in de spiegel kijken en ons afvragen waarom deze houding ook bij minder spectaculair en mediageniek onrecht zo veelvuldig voorkomt.

Sven Snijer

vrijdag 6 juni 2014

Brief aan Burgemeester Van der Laan



Burgemeester,

Wat een ongelukkig toeval was dat nou toch. Een dag nadat ik u per mail de mantel heb uitgeveegd over uw zoveelste armoedige, zelfrechtvaardigende brief waarmee u de totale onkunde en onwil van alle instanties waar wij in de zaak van onze dochter mee te maken hebben gehad blijft uitleggen als correct handelen, omdat u meent dat het ons ontbreekt aan het vermogen om dingen ’goed te duiden’, lees ik een artikel in de Telegraaf over de grote consternatie op een school in Haarlem, waarvan de overeenkomsten met onze zaak toch wel erg in het oog springen.

Ook daar gaat het om een zesjarig meisje dat misbruikt wordt op het toilet van de school door medeleerlingen en ook daar was de zaak geheim gehouden voor de andere ouders, weliswaar op verzoek van de moeder van het slachtoffer zelf, anders dan in onze zaak, maar de nieuwe directeur vond de toen gemaakte afspraken hierover van de voormalig directeur ‘niet verstandig’. Dat is ook de reden waarom wij nooit hebben verzocht om geheimhouding in onze zaak, maar in tegendeel, verzochten dat de andere ouders verteld zou worden wat hun kind mogelijkerwijze was overkomen. Onze dochter sprak over meerdere kinderen die slachtoffer waren van de seksuele intimidatie en ook dat andere kinderen werden aangezet tot een actieve rol in de seksspelletjes onder dreiging van fysiek en verbaal geweld, waarbij het belangrijk is om te weten dat het leeftijdsverschil tussen de oudste en jongste kinderen in die klas twee jaar bedroeg (van 4 tot 6 jaar), wat een aardig idee geeft van de macht die de oudere dadertjes hadden over hun slachtoffers.

Zoveel pijn en stress

U weet inmiddels dat wij als ouders na drie-en een half jaar niets meer van u verwachten, want we hebben u en uw medewerkers via allerlei kanalen onder druk gezet niet in de positieve verwachting dat u van harte bereid zou zijn onder ogen te zien wat het werkelijke onrecht is geweest in onze zaak (niet het misbruik, maar de behandeling van de ouders van het slachtoffer), maar we meenden dat verschillende personen en instanties tenminste net zoveel pijn en stress van deze zaak mochten ervaren als wij hadden meegemaakt, door de omkering van het slachtofferschap in daderschap door de malafide instantie genaamd AMK, waardoor wij in uiterste wanhoop bij de toenmalige wethouder van onderwijs en jeugdzaken Lodewijk Asscher aanklopten. 




Wij rekenden erop dat er van alle personen die wij aan het jasje getrokken hebben om het onrecht en de belachelijkheid van de situatie uit te leggen er toch iemand zou zijn die buiten de starre procedures kon denken en zijn nek durfde uit te steken voor twee ouders die het al zwaar genoeg hadden met een misbruikt autistisch kind van zes, die dat kind ook nog dreigden te verliezen aan een instelling of pleeggezin! Maar wij waren zo naïef… Natuurlijk kon er niemand menselijk met ons omgaan, want we vergaten dat we te maken hadden met beroeps-probleemzoekers (jeugdzorg) en politici (een woord dat verder geen uitleg behoeft), buiten natuurlijk de arrogantie van een scholenorganisatie die wel goed geld wil verdienen aan de meest kwetsbare kinderen, maar niet het fatsoen heeft om normaal met ouders om te gaan, die terecht zich niet laten afschepen met een beterschapbelofte, maar eisten dat er tenminste een orthopedagoog met hun kind in gesprek ging. Maar dat was al teveel gevraagd, net zoals de zedenpolitie ook onoverkomelijke bezwaren zag in het onderzoeken/ondervragen van onze dochter. Er hoefde niets onderzocht te worden, want na een grondige ‘w.c.-fluistersessie’ van de dienders op de school en een lekker kopje thee in de lerarenkamer, werd hen duidelijk dat er helemaal niets gebeurd was.

De reden voor het zorgelijke gedrag van het kind moest dus gelegen zijn in de thuissituatie. Even een korte samenscholing van AMK, school (Signis/Kentalis) en zedenpolitie zonder medeweten van ouders (terug te vinden in het logboek van de school) over de wenselijkheid van een AMK-melding en alweer was er een probleem opgelost. We boffen maar met zulke professionals!

Ieder mens met normaal verstand.....

Nu hebben wij zoals u weet kort geleden ons hele verhaal in een drie uur durend gesprek met een journalist van het NRC nog eens tot in detail uit de doeken gedaan, maar het had ons eigenlijk niet hoeven verbazen dat het aanvankelijke enthousiasme van deze persoon om iets met ons verhaal te gaan doen, na zijn gesprek met de gemeente opeens weer van tafel was. (De ‘magische’ werking van contacten met de gemeente, daar kan Elsevier ook nog van meepraten.) Met deze journalist hebben wij het natuurlijk ook gehad over het ontstaan van de hele kwestie met de school en over onze contacten met Lodewijk Asscher waar ik het al eerder over had. Over de hoop die wij op hem gevestigd hadden dat hij in zijn positie als wethouder (en geluksdubbeltje van de burgemeester als grote belofte van de PvdA en uithangbord van de stad Amsterdam) zou ingrijpen en ons niet aan ons lot over zou laten, want ieder mens met normaal verstand begreep toch wel dat er iets loos moest zijn in het gezin van de twee zusjes die primair voor de seksuele intimidatie verantwoordelijk waren?

En over die knoop in onze maag, toen na weken lang wachten (waarbij wij natuurlijk zelf overal achteraan moesten) de email binnen kwam van Asscher dat het ‘onafhankelijke onderzoek’ waar wij om gevraagd hadden, het AMK-onderzoek was van die bevooroordeelde malloten die ons juist met onze rug tegen de muur probeerden te zetten! Dank u wel wethouder.

Het voert te ver om alle details weer op te noemen, want dat is allemaal terug te vinden op de blog Jeugdzorg Dark horse, die wij uit protest tegen de manier waarop er met ons is omgegaan in het leven hebben geroepen. Een blog die ons heeft geleerd dat wij niet de enigen zijn die een vieze smaak in hun mond hebben overgehouden aan contact met het AMK en dat er meer ouders in Nederland zijn die door scholen een kunstje geflikt wordt met AMK -of zorgmeldingen op ondeugdelijke gronden. Maar die blog kent u wel en het is u bekend dat wij na een periode van flink uithalen naar iedereen die ons heeft laten barsten van officiële zijde, op zeker moment er een punt achter gezet hebben en zijn verder gegaan met publicaties over het onrecht dat andere ouders werd aangedaan door AMK, jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.

Onverwachts

Tot het moment dat onze zaak heel even ‘heropend’ werd, toen er na drie jaar toch nog andere ouders naar voren kwamen van een jongetje dat bij onze dochter in de klas had gezeten, op de bewuste school, in die periode (Ara klas - schooljaar 2010-2011). Dat had u nooit verwacht, en wij nog minder. Eén van de belangrijkste argumenten om verder nooit wat met onze zaak te doen richting de andere ouders van de Signisschool en ze niet in te lichten dat hun kind mogelijkerwijze seksueel was geïntimideerd, was dat wij de enige ouders waren die met dit verhaal naar voren waren gekomen, zodat het verder voor de andere ouders (en hun kind) niet van belang werd geacht het te weten. Natuurlijk werd die ouders zelf niets gevraagd en wij waarschuwden u voor de mogelijke gevolgen als het later toch uit zou komen. En dat is precies wat er gebeurde.

De ouders van het bewuste kind, het medeslachtoffer dat toentertijd vier jaar oud was, een kind dat voorkomt in de verslagen van de traumatherapie van onze dochter bij haar behandeling in Zaandam, wilden naar aanleiding van onze blog-publicaties onmiddellijk persoonlijk met ons in contact treden en we hebben ze een dag later gesproken bij ons thuis. En wat schetst onze verbazing? Ook zij hadden in die periode bij hun kind zorgelijke signalen vastgesteld, maar wisten niet waar deze aan toe te schrijven, want er was ze immers niets verteld over het verhaal van onze dochter. Hun kind werd plotseling weer onzindelijk (ging op school niet naar het toilet), was thuis opeens weer bang voor de w.c., maar kon zich moeilijk uiten hierover (spraak/taalschool) zodat de ouders in het duister tastten over de reden van het gedrag. Dat sluit toch goed aan bij het verhaal van onze dochter over het misbruik op de toiletten van de school. In samenspraak met de ontredderde en verontwaardigde ouders, schreven wij u een aangetekende brief waarin wij u op de hoogte stelden van de nieuwste ontwikkelingen (april 2014). Wij waren dus niet de enige ouders, maar dat hadden wij u al vele malen verteld. Nu was er bewijs.

Zorg voor ouders en slachtoffers(s)

De brief was vooral een gebaar van ons naar de nieuwe ouders toe, want wij zelf hadden er een hard hoofd in dat dit ook maar iets aan de zaak zou veranderen. Uw houding was immers al bepaald. Het ging er volgens u niet om of het misbruik mogelijk had plaatsgehad bij meerdere kinderen (u ‘sluit het niet uit’), maar dat er goed was ingegrepen door de school op zo’n manier dat het niet meer voor kon komen. Nu is dat natuurlijk een boude bewering, ervoor zorgen dat iets nooit meer kan voorkomen, want dat is in principe de doelstelling van iedere school, dat dit soort zaken nooit zullen voorkomen, maar dan de weerbarstige realiteit. Vijf jaar ervoor op een andere school van Kentalis in Almere was het ook al voorgekomen, misbruik tussen kinderen onderling in dezelfde leeftijdscategorie en het misbruik had bij afwezigheid van leerkrachten zelfs in de klas(!) plaatsgehad. En Signis maar beweren dat het vanwege hun reglementen nooit kan zijn gebeurd. Maar aan reglementen heb je natuurlijk niet veel als leerkrachten de klas uitlopen.

Waar ik uw visie op de gebeurtenissen van toen moet verhelderen, is het punt van wat hier de hoogste prioriteit had. Dat was niet het garanderen dat het nooit meer zal voorkomen, want dat spreekt eigenlijk voor zich. De hoogste prioriteit ligt bij de juiste opvang van het slachtoffer (en gezin) en het grondig onderzoeken tot hoever het misbruikt reikt, wat er zich voor de slachtoffers heeft afgespeeld en vooral hoe lang het al gaande was. Het is zelfs mogelijk dat het al bezig was voordat onze dochter op die school kwam.

De houding van de ouders van het nieuwe slachtoffer heeft mij als vader van de ‘klokkenluider’ zelfs nog verbaasd door de intensiteit waarmee ze het beleefden. Het is tenslotte al een tijdje terug dat deze dingen aan de hand waren, maar hun woede en verdriet was er niet minder om. De grootste pijn die zij hebben ervaren in de afgelopen weken, was de vertrouwensbreuk die zij ervaren om jaren achtereen vriendelijk te worden bejegend door mensen van de school, wetende dat zij voor hen hebben verzwegen wat er met hun kind gebeurd is (uit het verslag van onze dochter). Mijn vraag aan u is, waarom dat voor andere ouders anders zou zijn? U bent er gerust op dat het nooit meer zal voorkomen, maar kunt u kijken in de onderbewuste psyche van de kinderen waar het mee is gebeurd? Onze dochter heeft door onze zorg een succesvolle behandeling gehad voor het trauma, maar andere ouders werd dit van officiële zijde niet gegund.

Minachting en onverschilligheid

U kunt zich nog honderdmaal verschuilen achter de onwillige houding van de school in deze, maar u heeft als burgemeester de plicht om andere ouders in te lichten vanuit het standpunt van de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de kinderen (zedenpolitie/GGD). We hebben ondanks het gesol met ons gezin, het traineren, het afleiden, het gekonkel achter onze rug dat iedere keer opnieuw het gelijk moest bevestigen van incompetente personen en instanties, u toch een heel fatsoenlijke brief gestuurd over de nieuwe ouders. Maar ook deze keer was de minachting en onverschilligheid vanuit de gemeente niet duidelijker aantoonbaar te maken dan met het lullige briefje van uw medewerkers, dat deze ouders zich maar moesten wenden tot de vertrouwenspersoon van de onderwijsinspectie, waarvan u weet dat ze helemaal niets doen met dit soort klachten.

[Ik geef deze brief ter informatie aan de lezers die onze zaak hebben gevolgd en voor alle ouders die straks na de transitie ‘terecht kunnen’ bij de gemeente Amsterdam voor goede zorg voor hun kind.]

Brief aan Burgemeester Van der Laan van 15 april 2014


Aan: Burgemeester Van der Laan, Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik.
 
Betreft: Nieuwe ouders komen naar voren in zedenzaak Signisschool (Koninklijke Kentalis)

Geachte heer Van der Laan,

Naar aanleiding van de zedenzaak op de Signis school drie jaar terug in Amsterdam West hebben wij diverse malen contact met u gezocht en met uw naaste medewerkers over de merkwaardige situatie waarin wij als gezin belandden op het moment dat wij naar voren kwamen met het verhaal van onze dochter over seksuele intimidatie op de school.

Onze kritiek op de handelswijze van diverse instanties die zich hiermee bezig hielden of die wij hierover benaderden, hebben wij op verschillende manieren kenbaar gemaakt, zowel in brieven als met publicaties op onze weblog Jeugdzorg Dark horse. Onze verontwaardiging had voornamelijk betrekking op het niet grondig willen onderzoeken van het (op dat moment) vermoedelijke misbruik, door de school zelf, zedenpolitie, GGD, AMK/jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.

In plaats van een serieuze inhoudelijke behandeling van onze klacht als ouders van een slachtoffer, werden wij opeens aangezien voor de mogelijke daders en bleef de school verder buiten beschouwing, tot het moment dat vele maanden later uit traumatherapie van onze dochter, die wij zelf geïnitieerd hebben, de bevestiging kwam van hetgeen zij al veel eerder beweerde. Het misbruik dat niet alleen haar was overkomen (door klasgenootjes) maar waar ook andere kinderen met een grote mate van waarschijnlijkheid onder hebben geleden.

Naar aanleiding hiervan heeft u verschillende malen de school Signis (Kentalis) verzocht om openheid van zaken te geven naar de ouders van de andere kinderen, waar echter geen gehoor aan is gegeven door de school. Ook niet na het bekend worden van de uitslag van de therapie en wij (gedeeltelijk) in het gelijk zijn gesteld door de Landelijke Klachten Commissie voor het onderwijs. De school had het protocol F, aangaande vermoeden van seksueel misbruik niet gevolgd.

De zorgen die wij kenbaar hebben gemaakt ten aanzien van het welzijn van de andere kinderen, waarvan de ouders nooit in kennis zijn gesteld over wat zich op de school heeft afgespeeld heeft bij ons een zeer onbevredigd gevoel achtergelaten. Onze inschatting was dat indien ouders hier op enig moment alsnog achter zouden komen, zij dit niet licht zouden opvatten, omdat er naar hen toe niet aan een informatieverplichting is voldaan. Ouders hebben niet de mogelijkheid gekregen om hun kind te beschermen tegen mogelijk misbruik in de vorm van een gesprek met hun kind, een gesprek met ons als melders, eventueel therapie voor hun kind en overleg met de school hierover.

Vandaag, drie jaar na het misbruik op de school, doet zich de situatie voor dat twee ouders van Signis zich met ons in contact hebben gesteld, waarvan het kind een klasgenoot was van onze dochter ten tijde van het misbruik. Deze mensen wisten voordat zij de berichtgeving op onze blog lazen nergens van en zijn zeer verbolgen dat zij tot op heden nooit door iemand van de school (of overige instanties) hiervan op de hoogte zijn gebracht. Het betreft één van de kinderen die door onze dochter destijds is omschreven als medeslachtoffer van het misbruik. Ook hun kind heeft in die periode zorgelijke signalen laten zien, die zij toen niet konden plaatsen. 

De vader van het gezin wil weten hoe het komt dat er ook vanuit de burgemeester (zedenpolitie, GGD) nooit enige aansporing is geweest om deze zaak grondig te onderzoeken. (Het feit dat wij als ouders van S. nooit juridische stappen hebben kunnen ondernemen tegen de school, had direct te maken met het weigeren van de zedenpolitie om goed onderzoek te doen, wat ons tot een makkelijk doelwit maakte voor het AMK.)  

De ouders die wij uitvoerig hebben gesproken over de hele zaak, willen hun kind met onmiddellijke ingang van school halen en op een andere school plaatsen wegens ernstige vertrouwensbreuk. Vanuit het bekend zijn van deze ouders met wat ons gezin is overkomen in de hele nasleep van het misbruik (We zijn bijna onze kinderen kwijt geraakt op basis van valse beschuldigingen) kiezen de ouders er voorlopig voor om anoniem te blijven, totdat zij hun kind veilig elders hebben geplaatst. Zij zijn op de hoogte van deze brief en ondersteunen de inhoud ervan. 

De ouders die zich nu gemeld hebben zijn met ons van mening dat de ouders van de kinderen die toen met onze dochter in de klas/ op school zaten alsnog het recht hebben om te weten wat er toen op de school is voorgevallen, omdat zij de mogelijkheid moeten hebben om eventuele gevolgschade voor hun kind dat misschien te maken heeft gehad met seksuele intimidatie te kunnen duiden en daar passende hulp voor te krijgen.  

Wij hopen dat er nu eindelijk schoon schip gemaakt kan worden in deze zaak en kijken uit naar uw reactie. 

Met vriendelijke groet, 

S.S.S.Snijer

A.P.M van Kralingen

Deze brief haalde zoals gezegd helemaal niets uit en ook het NRC-artikel ging niet door, zodat het verder heerlijk rustig bleef in het gemeentehuis, of toch niet? Helaas had de SP wel ‘bloed in de oren’ en werd er achter de schermen stevig bij u op aangedrongen iets te ondernemen. Wij rekenden echter nergens op en hadden het weken later al zeer druk met andere zaken, toen er op een onverwachts moment een brief van uw hand op de deurmat viel, met daarin een bijzonder zwak betoogje, van hetzelfde slag als waar wij ons al vele malen groen en geel aan geërgerd hebben, waaruit eens te meer bleek dat er in uw houding niets is veranderd en dat u de kern van de zaak -een bredere verantwoordelijkheid van de instanties dan alleen naar ons gezin- nog steeds blijft afhouden.

Ik heb u, zoals aan het begin van deze brief gezegd, een stevige email gestuurd met mijn verontwaardiging over het feit dat u nog steeds probeert het falen van de instanties toe te schrijven aan ons onvermogen als ouders om dingen ‘op de juiste manier te duiden’, op de manier waarop de PvdA zichzelf na een grandioze verkiezingsnederlaag verdedigt met de uitspraak dat ‘de kiezer het niet begrepen heeft’. Maar burgemeester, deze twee kiezers hebben het heel goed begrepen, wat er allemaal niet mogelijk was en wat er niet bekend mocht worden. Daar kan wat ons betreft geen misverstand over bestaan!

Sven Snijer  

School intimideert ouders om niet met de pers te praten:

donderdag 5 juni 2014

Komt een man in het Westerpark…

Kort geleden bezocht ik het Westerpark waar ik al een tijdje niet meer was geweest, om tot mijn grote schrik te ontdekken dat ze tegen de schuine grashelling bij het waterbassin een roestige stalen constructie hadden geplaatst dat moest doorgaan voor kunstwerk. Een eindje verderop stonden er nog een paar van een wat kleiner formaat, wat robuuster vormgegeven, zodat ze tezamen de bezoekers onvermijdelijk van het rustgevende groen, het water en het weidse uitzicht afleidden richting het ‘statement’ van de kunstenaar.

Ik dacht dat we met de herwaardering van figuratieve (herkenbare en ambachtelijke) kunst wel zo langzamerhand verlost zouden raken van die groteske, onbegrijpelijke en peperdure verschijningen in de openbare ruimte, maar nog niet in Amsterdam. Daar is kennelijk nog genoeg geld beschikbaar voor die ‘linkse hobby’s’, waarvan een culturele elite altijd vond dat we het moesten leren begrijpen.

Hele orkesten worden tegenwoordig wegbezuinigd, bejaarden krijgen niet langer de zorg die ze nodig hebben, het speciaal basisonderwijs wordt afgeknepen, maar er is nog genoeg geld om een nauwkeurig geconstrueerde stapel roest neer te zetten in het mooie park waar ik zomers graag kom om te ontspannen, voor me uit te kijken en lekker te mijmeren in het gezelschap van andere bezoekers, wat vogels en nieuwsgierige eenden.

Ik kan geen ander nut voor het bouwsel bedenken dan het als uitkijktoren te gebruiken, wanneer het park weer eens afgesloten wordt met een ondoorzichtige omheining voor popconcerten waar je een kaartje voor moet kopen. Misschien kan ik boven in het kunstwerk een hangmat bevestigen en zo met wat drinken en chips gratis een stukje cultuur meepakken. Dan heb ik er op mijn eigen manier toch nog betekenis aan gegeven, want dat is geloof ik de bedoeling van moderne kunst.

Sven Snijer

woensdag 4 juni 2014

Zelfregulatie als ‘missing link’

Zelfregulatie is een term die ik gebruik om iets aan te duiden dat al van oudsher bekend staat als de ‘gulden middenweg’, een begrip dat in onze cultuur wordt opgevat als een wat gezapige levenshouding die weinig spannends belooft, omdat het lijkt alsof het een verbod betekent op iedere heftige beleving of groots verlangen. Het lijkt ook alsof het buiten onszelf ligt, die middenweg en we moeten volgen in een spoor dat reeds is uitgezet, wat een lichte wrijving geeft met ons moderne gevoel van zelfbepaling. Zelfregulatie is niets anders dan het midden houden tussen de extremen zoals het ook in de oudheid werd bedoeld, maar het woord ‘zelf’ maakt dat het voor mijn gevoel dichterbij staat en meer binnen mijn eigen verantwoordelijkheid ligt.

De moderne mens heeft een negatieve associatie met woorden als zelftucht of zelfdiscipline, die in het verleden synoniem waren voor zelfregulatie, omdat het te hard en bestraffend klinkt en veel mensen hebben al het gevoel dat ze zoveel moeten en proberen juist een moment en een gelegenheid te vinden om aan alle dwang te ontsnappen. De moderne mens wil ‘uit zijn bol gaan’ en zich even helemaal laten gaan om zich goed te voelen.



Toch zien we keer op keer dat dit uit je bol gaan niet zonder risico’s is, want in toenemende mate vallen er doden onder jongeren door onverantwoord gebruik van drank en drugs. Relaties staan in de huidige tijd onder grote druk door een overvloed aan mooie en aantrekkelijke mensen en het welvaartsidee dat iedere dag in het leven een ‘kans’ is, zodat je jezelf van geen enkel pleziertje wilt beroven. Er wordt ons voorgespiegeld dat we ons nooit mogen vervelen, omdat overal wel iets leuks te doen is, als je maar positief blijft. Reclames maken ons wijs dat we er voortdurend voor moeten oppassen iets te missen en suffig thuis op de bank zitten, terwijl anderen feest vieren. We leren van de shampoo-reclames dat we ‘het waard zijn’ en van de loterij dat we niet die kans op 10 miljoen moeten laten schieten, zodat straks de buren met dezelfde postcode die wel een lot hadden gekocht ons kunnen uitlachen. Ieder mens kan tegenwoordig opdreunen dat hij ‘alles uit het leven wil halen wat er in zit’ zonder te weten hoe dit moet worden waargemaakt, omdat geluk voelt als een soort verplichting, zoals vroeger iedereen automatisch geboren werd in ‘zonde’ , ook zonder te weten waarom.
 
Jonge mensen zijn hongerig

In de Telegraaf van een dag geleden was er een oproep van een GGZ-arts om bepaalde feesten waarvan bekend is dat er veel drugs wordt gebruikt voortaan te verbieden. Een pleidooi voor een ‘keiharde aanpak’ zoals die te verwachten valt na een periode waarin het gedogen is verworden tot een totale onverschilligheid. Opeens moet er flink opgetreden worden, zodat de jongeren zien dat het menens is en zich met een schok bewust worden dat ze op de verkeerde weg zijn. Opeens komt het heldere zonlicht van de braafheid door de mistwolken heen schijnen en zien ze het nut en het belang in van een meer gereguleerd leven in overeenstemming met de burgerlijke maatstaven. Ik dacht het niet.

Jonge mensen zijn hongerig naar ervaring en hebben inderdaad vaak nog niet het vermogen om realistisch de gevaren van bepaalde gedragingen in te zien als iedereen om hen heen hetzelfde doet en hun ouders van mening zijn dat ze niet te betuttelend mogen zijn, omdat dit de jongeren in het vinden van hun eigen verantwoordelijkheid zou belemmeren. Ik denk dat je jeugdigen net zo lang moet beschermen en voorlichten, totdat ze met hun gedrag hebben laten zien dat ze eigen verantwoordelijkheid aankunnen. 

Uiteindelijk gaat het niet om de gezondheid van jongeren, maar om de redenen waarom ze die gezondheid waarderen en er vrijwillig voor kiezen van hun lichaam en geest geen vuilnisvat te maken, roofbouw te plegen op hun gestel en omgang te zoeken met twijfelachtige figuren die er een destructieve levensstijl op nahouden. De manier waarop veel jongeren zichzelf naar de vernieling helpen is niet een kwestie van niet om kunnen gaan met seks, drank of drugs, maar op een dieper niveau niet om kunnen gaan met zichzelf. Met de dubbelzinnige boodschappen waarmee jongeren bestookt worden van aan de ene kant iets van hun leven te maken, met ambitie en professionaliteit, terwijl ze tegelijkertijd ‘gewoon zichzelf moeten zijn’ en alle remmen los moeten gooien, waarbij keer op keer het cliché van ‘je leeft maar één keer’ naar hun hoofd wordt geslingerd.

Waardenverlies door commercie

Ik denk dat veel volwassenen jongeren onbedoeld in de war maken, omdat ze het eigenlijk zelf niet zo goed meer weten. Wat zijn de waarden van een cultuur eigenlijk die in toenemende mate op geld is gebaseerd, waar een politiek stelsel langzaam in de uitverkoop gaat en het speelterrein wordt van de grootste Multinationals? Hoe kun je je kinderen eigenlijk nog wijs maken dat stemmen belangrijk is en ze geen stem verloren mogen laten gaan, als onverschillig waar ze op stemmen het kabinet dat gevormd wordt gewoon de plannen zal uitvoeren die al klaar liggen? Hoe leer je je dochter de betekenis van seks, liefde en intimiteit, als seks steeds meer een product wordt en steeds meer producten met seks moeten worden geassocieerd om ze te verkopen? Hoe leer je jonge mensen om hun geweten te volgen als de mensen op de meest invloedrijke posities in onze samenleving dit regelmatig zelf ook niet doen?   

Als bedrijven gegijzeld worden door hun eigen aandeelhouders, die geen belang hebben bij een gezonde onderneming op de lange termijn, omdat ze het bedrijf op de eerste plaats zien als een ‘geld-makerij’ zoals Henry Ford het  lang geleden al verwoordde en geen enkele interesse hebben in eerlijke producten. 

Mensen vluchten in het persoonlijke domein als de kaders van de hun omringende maatschappij steeds minder duidelijk worden. Maar op den duur is dat tevergeefs, want de maatschappelijke werkelijkheid die we met elkaar delen is uiteindelijk onontkoombaar. Als er geen beroepseer meer bestaat, maar alles draait om de snelle winst, met wat voor soort waarden moeten we jongeren dan grootbrengen? Als we eerlijke mensen van ze maken zullen ze in het maatschappelijk leven lelijk hun neus gaan stoten en ontdekken dat alles van de corruptie en de vriendjespolitiek aan elkaar hangt.

Dodelijk verveeld

Mijn vroegere conservatieve ideeën en mijn radicale afkeer van drank en drugs heb ik door de jaren heen losgelaten, want ik zie de middelen nu eerder als symptomen van een schreeuw om hulp dan als het feitelijke probleem. Mensen die hun geest constant benevelen en verdoven zeggen eigenlijk dat ze de druk van het leven niet aankunnen en geen weg weten te vinden in het normaal met zichzelf omgaan. Dit kan meerdere oorzaken hebben variërend van het wegdrukken van emotionele pijn die stamt uit het verleden, maar ook vaak ordinaire verveling, die samenhangt met een stuk betekenisverlies door het wegvallen van religie, spiritualiteit en algemeen gedeelde geestelijke waarden. Vroeger zopen mensen omdat hun leven uitzichtloos was. Nu zuipen mensen omdat er teveel mogelijk is en er daarom ook potentieel teveel dingen verloren zullen gaan waar ze eventueel ook voor hadden kunnen kiezen. De economische crisis is voor een deel van de jongeren een oplossing voor de zogenaamde welvaartsdepressie, het gek worden van de keuzemogelijkheden. Met minder opties en meer moeite moeten doen om te overleven, wordt het vanzelf wat rustiger in de bovenkamer. Een vernieuwde kennismaking met de rauwe kant van het leven, veroorzaakt door het langzaam wegvallen van de sociale zekerheden, doet bijna verfrissend aan.

Een Tibetaanse monnik werd eens gevraagd wat hem het meeste was opgevallen aan westerse spirituele zoekers. Hij antwoordde dat het hem opviel dat er weinig westerlingen waren op het spirituele pad die in staat waren met één soort van geestelijke oefening hun hele ontwikkeling te richten en hun discipline en wilskracht op te bouwen. Ze gingen naar zijn idee teveel kanten tegelijk op en probeerden van alles en nog wat. Ik herkende onmiddellijk wat hij bedoelde, maar het kostte me nog jaren om voor mezelf een manier te vinden om mijn eigen ontwikkeling op een eenvoudige wijze te richten en te stabiliseren. Bij iedere nieuwe fase van je levenspad heb je als westerling toch steeds het gevoel dat er opeens ‘van alles mogelijk is’ en je merkt dat je geest al begint te anticiperen op dingen die misschien wel nooit zullen komen. De verwachtingsvolle geest van de moderne mens is in veel opzichten een handicap geworden, omdat het een virtuele benadering van het leven oplevert die niet doet wat mogelijk is met wat beschikbaar is, maar die steeds hardnekkig werkelijkheden blijft creëren los van het hier en nu.

Zoek het zelf maar uit

Gameverslaving is een ander voorbeeld van willen ontsnappen aan een maatschappij die overweldigd. Je urenlang concentreren op een spelletje geeft de illusie van een bereikbaar doel en haalt de gedachten af van de doelloosheid van je werkelijke bestaan, of het is juist een manier om je geest permanent bezet te houden, om thuis met jezelf alleen de stilte uit de weg te gaan of de intimiteit van een goed gesprek met je levenspartner. Wegduiken, verschuilen, verdoven, dat is de werkelijke oorzaak voor het gebruik en later het misbruik van allerlei genotsmiddelen en verslavende gedragingen. Als duidelijke positieve waarden in de opvoeding niet worden meegegeven, dan kunnen mensen niets anders dan door de pijn heen gaan van het overschrijden van hun eigen grenzen om te ontdekken wat die grenzen zijn en welke waarden ze willen nastreven om die grenzen voortaan bij zichzelf te respecteren. Voor mijn gevoel laten we jongeren in onze cultuur het allemaal teveel zelf uitzoeken waar ze met hun leven naartoe willen en gaat er een hoop tijd verloren voordat ze eindelijk het goede spoor voor zichzelf vinden. Daarbij lopen ze door bijvoorbeeld overmatig drankgebruik vanaf jonge leeftijd flinke schade op aan de hersenen, zodat het de spreuk ‘je moet alles een keer geprobeerd hebben’ niet altijd opgaat.

En ook al zijn de gevolgen van het excessieve gedrag bij veel jongeren bekend, de doden na house-feesten door verkeerde pillen of oververhitting van het lichaam door te lang door te gaan op pepmiddelen, comazuipers die het avondje met hun vrienden bijna niet konden navertellen, toch gaan ze er vrolijk mee verder, zodat geconcludeerd kan worden dat we in een cultuur leven waar dit soort verschijnselen helemaal geen afschrikkende werking hebben. De behoefte aan aandacht die wordt verkregen met dit ‘sociale gedrag’ is kennelijk groter dan de vrees voor de mogelijke gevolgen ervan. Het ontsnappen aan de innerlijke leegte weegt toch zwaarder. Daarom zou het goed zijn als we jongeren weer vertrouwd gaan maken met een bepaalde vorm van zelfregulatie, meditatie en zelfreflectie om spirituele waarden te ontdekken naast het eenzijdige volstampen van hun hoofden met ‘nuttige’ kennis. Want wat heb je eigenlijk aan kennis als je zo weinig van jezelf begrijpt dat je met je toekomstige baan de middelen gaat verdienen waarmee je jezelf in je vrije tijd naar de klote mag helpen?

Sven Snijer