zaterdag 28 maart 2015

De omgekeerde logica van Halbe Zijlstra


Als de hogedrukketel dreigt te ontploffen dan moet je het deksel ervan nog steviger aandraaien! Dat is zo ongeveer de gedachtegang van VVD- fractieleider Halbe Zijlstra die een nieuwe en ‘realistische’ benadering in het buitenlandbeleid voorstaat ten aanzien van dictatoriale regimes in het Midden-Oosten. 'Als er een stabiel regime zit, moet je dat koesteren en proberen door middel van geleidelijkheid de situatie te verbeteren voor de bewoners. We moeten ophouden met het opgeheven vingertje iemand aan te spreken.' (1)

In pragmatische zin op korte termijn geeft ik hem volkomen gelijk, want de schoolmeesterachtige houding van westerse politici richting het Midden-Oosten haalt al decennia niets uit. Niet alleen Nederland vangt er bot mee, maar ook een land als de Verenigde Staten, zoals in een recente documentaire op de BBC te zien was. Hillary Clinton kan de Arabische Sjeiks nog zoveel voorstellen doen voor de gelijkschakeling van de positie van vrouwen, maar ze laten het van zich afglijden als water van de rug van een eend. De manier waarop de autoritaire regimes het doen heeft altijd goed gewerkt, dus waarom zou het humaner moeten? Het feit dat de 'Arabische lente' is verandert in een IS-revolutie die het hele Midden-Oosten aan het destabiliseren is, maakt dat ze enkel in hun aloude conservatieve ideeën worden bevestigd.

Halbe Zijlstra besluit dat de tijd van idealistisch denken voorbij is en kiest partij voor de onderdrukkende regimes. Niet omdat hij ze zo geweldig vindt, maar in navolging van onze VVD-premier Rutte, omdat het voor onze eigen veiligheid in Europa beter is dat de terroristen daar creperen in plaats van dat ze hierheen komen. Als het regime van een gemiddelde dictator in die regio een paar opstanden hardhandig kan neerslaan, mensen kan laten arresteren, martelen en executeren, dan scheelt dat weer zoveel aanslagen bij ons. Dat is best goed rekenwerk en het praktische aspect ervan zal veel Nederlanders zeker aanspreken. Ik denk alleen dat meneer Zijlstra een verkeerd beeld heeft van waar het fundamentalisme en extremisme door gevoed worden, want het is juist dankzij het decennia lang kritiekloos steunen van de dictators in het Midden-Oosten dat de bevolking zo vaak zijn toevlucht zoekt tot religieus extremisme.

‘Vehicle of rebellion’

Stromingen als het salafisme en wahabisme en tal van terroristische groeperingen in het Midden-Oosten zijn juist een teken van het grote wantrouwen dat ze in die landen hebben jegens het westen en het opnieuw steun betuigen aan foute regimes (ook al zijn ze een handige golfbreker voor ons) zal dat alleen maar erger maken. De grootste hinderpaal voor de ontwikkeling van het Midden-Oosten, de islam en de moslims in veelal derdewereldlanden, is dat ze bang zijn voor het westen in economische, militaire en ideologische zin. Hun religie is hun ‘vehicle of rebellion’, het laatste wat er nog voor ze overblijft om een identiteit aan te ontlenen, omdat ze op alle andere gebieden, cultuur, wetenschap, vrijheid, democratie, vrouwenemancipatie, onafhankelijk rechtssysteem, enzovoort, hopeloos achter lopen. Ze zijn juist fundamentalistisch en bij tijd en wijle geneigd om aanslagen te plegen in het westen of op westerse doelen in de eigen regio, omdat ze kotsmisselijk zijn van de één-tweetjes jarenlang tussen de onderdrukkende regimes waar ze onder moeten leven en de westerse mogendheden met hun  handelsbelangen. Alsof ze niet weten dat de Arabische prinsen lopen te ‘hoeren en te snoeren’ in de westerse casino ’s en bordelen, terwijl ze de eigen bevolking eronder houden met de Sharia.

We moeten niet de dictators steunen omdat er fundamentalisme heerst in die landen, want het is precies andersom. Als de bevolking in het Midden Oosten oprecht het gevoel had dat het westen substantieel zou inzetten op het verwijderen van dictatoriale regimes en niet alleen met mooipraterij stichtelijk loopt te doen terwijl de oliebelangen de werkelijke doorslag geven in politieke beslissingen, dan zou het gevaar van aanslagen vanzelf kleiner worden. Saddam Hoessein lieten ze na de eerste Golfoorlog gewoon zitten, omdat de weg naar de olie van Koeweit weer was vrijgemaakt en met Saddam hadden ze toch maar een ‘stabiele’ leider in het gebied die met het westen altijd op goede voet had gestaan (afgezien van die ‘domme’ inval in het buurland), want de hoeveelheden wapens die de Europese landen in de voorafgaande jaren aan de Irakese leider hadden kunnen leveren logen er niet om. Het schijnt zelfs dat een Nederlands bedrijf een rol heeft gehad in het verkopen van chemische stoffen waar later de Koerden mee werden vergast. Saddam Hoessein werd pas opgeruimd tijdens de tweede Golfoorlog, omdat hij in de VN langdurig bleef dwarsliggen door het negeren van de ene na de andere resolutie, waardoor zelfs ‘kampioen pragmatisme’ Amerika uiteindelijk van hem verlost wilde zijn. Daar hadden ze wel het smoesje van ‘massa-vernietigingswapens’ voor nodig die er helemaal niet waren.

Vluchtelingen in Europa

En dan het probleem van de vluchtelingen die allemaal naar Europa komen volgens Halbe Zijlstra als we ‘te snel’ de onderdrukkende regimes zouden helpen omverwerpen. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, maar geef nu eens een keer toe dat die regimes daar misschien al niet meer hadden gezeten in 2015 als het westen eerder opgehouden was ze te steunen. Feitelijk is het ondersteunen van ‘regimes’ in het Midden-Oosten begonnen vanaf het moment dat de koloniale machten als die van Groot-Brittannië en Frankrijk zich daar begonnen terug te trekken. Er is in de meeste van die landen nooit een fatsoenlijk van Europa en Amerika onafhankelijk bestuur geweest. Via allerlei wegen hielden de westerse landen altijd een vinger in de pap in het gebied en waren de mensen uit de bovenlaag van de samenleving vaak stromannen van het westen. Het salfisme en wahabisme zijn al ontstaan toen het westen nog met zijn hele militaire macht in de regio aanwezig was en het is na de zogenaamde onafhankelijkheid van de landen in het Midden-Oosten niet verdwenen. De moslims zijn -realistisch of niet- altijd het idee blijven koesteren dat terugkeer naar de ‘zuivere islam’ ze uit het moeras van economische, militaire en culturele achterstand zou leiden en hebben nooit geloof gehad in westerse methoden of westers georiënteerde leiders. Als het westen weer openlijk steun zal betuigen aan bepaalde regimes die van de eigen bevolking geen steun genieten, dan zal dat ervoor zorgen dat ze zich nog dieper gaan ingraven in hun fundamentalistische gelijk, wat hun eigen kansen op ontwikkeling nog verder zal verkleinen en het gevaar van fundamentalisme en extremisme voor het westen op lange termijn nog meer vergroten.

Sven Snijer

(1)http://www.volkskrant.nl/binnenland/vvd-wil-meer-samen-optrekken-met-dictators~a3930948/

woensdag 25 maart 2015

Waarom de islam niet verder komt

Het artikel van islamdocent Mohammed Ajouaou van de Vrije Universiteit van Amsterdam getiteld ‘Ook imams moeten hun verantwoordelijkheid nemen’(1) is een nieuwe poging om de islam te helpen integreren in het westen. Het komt  in eerste instantie modern en liberaal over, maar is bij nadere beschouwing toch niet zo vooruitstrevend is als wel lijkt. Als vanouds wordt er weer om de hete brij heen gedraaid, al komen we met zijn positionering toch een klein stapje in de goede richting.


Ibn Taymiyya

Waar in meerderheid de moslims en politici in het Westen nog om het hardst roepen dat de islam 'vrede' is en dat extremistisch geweld helemaal niets met de ware islam te maken heeft, komt er nu eindelijk erkenning van een stukje militante houding vanuit de moslimgelovigen naar andersdenkenden. Het artikel vermeldt dat de ‘wij-zij’ mentaliteit van het orthodoxe wahabisme dat wereldwijd de oorzaak is van zoveel intolerantie naar niet-gelovigen of te vrijzinnige moslimgelovigen terug gaat op schriftgeleerden van zevenhonderd jaar terug. Met name Ibn Taymiyya zou hier als hoofdschuldige moeten worden aangewezen, wiens ideeën vijfhonderd jaar later zijn doorontwikkeld door Mohammed ibn Abd al-Wahad. Zij zouden in de Koranteksten en uit de Hadith vooral die elementen hebben geselecteerd die de houding van moslims naar anders -of minder orthodox-gelovigen op de spits zou drijven en geweld in die zin legitimeren. De islam is niet gewelddadig, maar door het selectief omgaan met teksten is de islam naderhand gewelddadig gemaakt.

Daar kunnen nogal wat vraagtekens bij gezet worden, zowel historisch als tekstkritisch. Ten eerste staat het iedere moslim vrij om de nadruk te leggen op Koranteksten waar hij zich het meeste door aangesproken voelt en als dat radicale teksten zijn kan niemand beweren dat dit ‘niet-islamitisch’ is, waardoor het pleidooi van Ajouaou om als moderne moslim zelf te kiezen hoe je het eigen moslim-zijn definieert (in het kader van moderniteit en mensenrechten) net zo goed omgekeerd geldt en ook een orthodoxe of extremistische lezing kan inhouden. Daarnaast is het zo dat er enkel selectief gewinkeld kan worden in het heilige boek (Koran) en de traditie (Hadith) als er een substantiële hoeveelheid teksten bestaat die geweld legitimeren en dat is inderdaad het geval. Daarnaast is het ontstaan van de islam met een enorme hoeveelheid geweld gepaard gegaan, zodat ook vanuit dat oogpunt een vredelievende interpretatie van heilige teksten eerder een verdienste is van de moderniteit en het humanisme dan van een juiste lezing van het heilige boek.

De ‘rechtgeleide kaliefen’

Om het ‘wij-zij’ denken toe te lichten; de profeet Mohammed heeft daar zelf al een begin mee gemaakt door de speciale belasting voor niet-moslims (joden en christenen), terwijl naderhand de hindoes en boeddhisten een nog lagere sociale status kregen van de verschillende moslimveroveraars in Centraal Azië en in India. De islam die de wereld veroverde met militaire middelen en niet door prediking en gebedsgenezing van apostelen zoals in de eerste eeuwen van het christendom, heeft zelf het stempel van geweld over zich afgeroepen. Niet alleen in de latere tijd van het wahabisme, maar door haar hele geschiedenis heen. Het is opmerkelijk dat de islam in de eerste vijfentwintig jaar na de dood van Mohammed al een enorm gebied had veroverd dat zich van Arabië uitstrekte tot Tunesië in het Westen, de grenzen van het huidige Afghanistan en Pakistan in het Oosten en Georgië in het Noorden. Dit was het werk van Mohammed en zijn opvolgers Omar en Othman, twee van de vier ‘rechtgeleide kaliefen’. Het waren door de religie gesanctioneerde oorlogen die geen ander doel hadden dan verovering en expansie, waarbij Omar en Othman die net als vele moslimstrijders de profeet goed hadden gekend, handelden in zijn geest. Van de rechtgeleide kaliefen wordt gezegd dat ze geen profetisch vermogen hadden zoals Mohammed, maar dat ze wel door god geleid werden. Het was dus geen vergissing dat ze oorlogen voerden en dat is een belangrijk verschil met andere religieuze oorlogen, waarbij vorsten soms de religie misbruikten voor hun eigen zelfzuchtige doeleinden, zoals in het christendom gebeurde.

Vorm en inhoud zijn in de islam één geheel. De militante teksten die oproepen tot geweld tegen de ongelovigen en de manier waarop de religie zich over de wereld verspreidde gaan hand in hand. Het is daarom onzinnig om extremistische moslimgroeperingen geen echte moslims te noemen. Men kan ze hooguit ouderwets noemen en niet in staat tot een meer humanistische interpretatie van een geloof dat voor een belangrijk deel gedateerd is. Maar het probleem gaat veel dieper, want als het enkel een militaire expansie was die de islam een slechte naam had bezorgd dan was daar nog overheen te komen. Veel erger is dat de profeet van de islam helemaal niet zo’n heilige was als vaak wordt voorgesteld. Een citaat van de Belgische islamkenner Koenraad Elst:

 "Ook de profeet beoefende of billijkte roof, gijzelneming, verkrachting, steniging van seksuele zondaars, het nemen en verkopen van slaven, sluipmoord en de terechtstelling van andersdenkenden die bezwaren durven te opperen. Praktisch alles waarmee de jihadstrijders het nieuws halen, is volgens de islambasisteksten voorgedaan door de Profeet zelf." (2)

Dat is het werkelijke struikelblok bij de modernisering en humanisering van de islam, want het is niet toevallig dat Ajouaou het probleem van de radicalisering veilig parkeert in de veertiende eeuw van Ibn Taymiyya. Op die manier blijft de profeet buiten schot. Dan hoeven we de werkelijke ontstaansgeschiedenis van de islam niet te bestuderen en kunnen we dankzij deze nieuw gevonden middeleeuwse ‘zondebok’ vrolijk doorgaan met de mythe van de islam als vredesreligie. Zo zien de politici het graag en zo proberen ze een internationaal probleem klein te houden binnen de grenzen van de Nederlandse samenleving. Andere Europese landen en de Verenigde Staten volgen precies dezelfde strategie, waardoor niet te verwachten valt dat Nederland zich hierin zal onderscheiden. Mohammed Ajouaou, die behalve als docent aan de UVA ook verbonden is aan het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het binnen deze politieke stellingname als zijn taak gezien de overgang voor de moslims in onze cultuur naar de moderniteit en integratie zo probleemloos mogelijk te laten verlopen en omzeilt daarbij het werkelijke probleem net als zoveel anderen. Het mythologisch denken wordt niet doorbroken, waardoor er twee werkelijkheden blijven bestaan; de prachtige liefdevolle islam met een voorbeeldige profeet en de ‘islamvervormende’ terroristische acties van ‘criminelen’ die misbruik maken van het geloof. Was het allemaal maar zo makkelijk…




Islam verliest gezicht op het wereldtoneel

Om een beter begrip te krijgen van waar het terrorisme en religieus extremisme werkelijk vandaan komen moeten we terug gaan naar de periode dat er gelijktijdig drie moslimrijken op instorten stonden in de zeventiende eeuw, het (Turkse) Ottomaanse rijk, het (Perzische) Sawafidische rijk en het rijk van de Groot-Moghuls in India. De redenen voor het instorten van die rijken zijn heel divers en lopen uiteen van wanbestuur, corruptie, nepotisme, strijd tussen islamitische geloofsrichtingen,  buitenlandse legers, strijd tussen moslimlegers onderling en nog meer complexe oorzaken, tezamen met het onvermogen van de islamitische wereld om de technologische ontwikkelingen in Europa bij te houden. Europa werd steeds machtiger door de overzeese handelsroutes en door versterking van zijn militaire apparaat. Het Ottomaanse rijk bijvoorbeeld, liep hier tweehonderd jaar op achter.

Het is van belang om te begrijpen dat de moslims nooit eerder in hun geschiedenis een ondergeschikte rol hadden gespeeld. Vanaf de begintijd van de islam zijn er alleen maar veroveringen geweest en de enige keer dat de moslims onder de voet werden gelopen door een buitenlands leger en verpletterende nederlagen leden en plunderingen, verwoestingen en moordpartijen over zich heen kregen was met de invallen van de Mongoolse hordes van Djengiz Khan en later Tamerlan. Maar die militaire nederlagen werden gecompenseerd door de ‘overwinning door het geloof’, omdat de Mongoolse krijgers zich na verloop van tijd bekeerden tot de islam. De islam is daarmee effectief nooit zijn greep op de veroverde gebieden kwijtgeraakt, met uitzondering van het Arabisch Spanje. De meeste moslims zijn daar na de reqonquiesta door Ferdinand en Isabella van Aragon weer verdwenen, zodat moslims eigenlijk nooit in gebieden hebben gewoond waar zij politiek, militair en religieus niet de baas waren.

Terug naar de ‘zuivere islam’

Dat is het grote verschil met de islamitische positie vanaf de zeventiende eeuw die wereldwijd alleen maar slechter werd. Het antwoord dat de moslims bedachten op de economische en militaire achteruitgaan van hun religie was terugkeer naar de ‘zuivere islam’. Ze vonden dat er door de eeuwen heen teveel vreemde invloeden in de islam waren terechtgekomen (soefisme, westerse filosofie, Perzische cultuur, Indiase cultuur en religie, machtswellust en hedonisme van de vorstenhoven, volksgeloof, heiligenverering, enz) en dachten dat ze de hele islamitische geschiedenis konden terugdraaien. Ze hadden geen enkel respect voor alle elementen uit andere culturen en de filosofisch-spirituele systemen (ook vanuit de islam zelf ontwikkeld) die de islam hadden verrijkt en vooruit geholpen in zijn ontwikkeling door de eeuwen heen. Ze wilden de hele islamitische religie strippen en terugkeren naar ‘de tijd van de profeet’ zich niet realiserend dat de opvolgers van de profeet zelf heel goed begrepen dat het groeiende moslimrijk alleen bestuurd kon worden met hulp van buitenlandse expertise in bestuur en ambtenarij. De islam is alleen maar beter geworden van nieuwe culturen.

Leven in twee werelden

Een heel nieuwe situatie is dat er nu miljoenen moslims in het westen wonen waar ze te maken hebben met een niet-islamitische context, zonder omringende cultuur die hun eeuwenoude geloofswaarheden bevestigt. De imams die hier prediken komen nog wel uit landen als Egypte, Pakistan, etc, maar kunnen niet helpen bij de culturele verschillen. Bijkomend probleem is dat moderne moslims die zelf hun geloofsinvulling willen ‘kiezen’ nog steeds gebonden zijn aan het land Saoedi-Arabië als het hart van hun geloof, in verband met de heilige steden en de pelgrimsreis die de moslim eenmaal in zijn leven moet maken. Ze staan daarmee in twee werkelijkheden, want het heilige land is ondanks olierijkdommen en technologische vooruitgang helemaal niet modern of ontwikkeld te noemen in culturele zin. Uit dat land en de omringende landen komen het door het westen zo gevreesde wahabisme en salafisme.

Het radicalisme in de islam is geen probleem dat in het westen alleen aangepakt kan worden met de-escalerende maatregelen, omdat het echte probleem de positie van de islam wereldwijd is. Moslims kunnen op mondiaal niveau nog steeds niet accepteren dat hun geloof niet langer dominant is en dat ze geen ‘eindoverwinning’ zullen behalen op de ongelovigen als ze maar strenger en consequenter hun geloof zullen beleven (en met fundamentalistische legers de strijd aangaan met het westen). Dit mythologische denken dat rechtstreeks terug te voeren is op het leven van Mohammed toen het leger van de profeet een overwinning behaalde op een grote overmacht, omdat ze zoals ze geloofden ‘Allah aan hun zijde’ hadden, speelt nog steeds in het collectieve denken van de moslims. De islam is bij haar ontstaan in honderd jaar tijd razendsnel verspreid over de wereld vanwege deze militair-religieuze overtuiging van begunstigd te worden door God in de strijd. ‘Allah is groot’ schreeuwden de moslimstrijders op de slagvelden van alle landen die door hen werden binnengevallen. Geloof en politiek-militaire dominantie hebben nooit los van elkaar gestaan in de islamitische wereld. En deze krijgshaftige religie moet zich nu aanpassen aan een geseculariseerde samenleving als de westerse, wat in een groot deel van de islamitische wereld volstrekt niet wordt begrepen. Waarom zou het ‘ware geloof’ zich moeten aanpassen?

Symptomen van een identiteitscrisis

Fundamentalisme en extremisme in de islamitische wereld zijn geen teken van crimineel gedrag van mensen die een vals beeld van de islam uitdragen, maar laten wereldwijd de identiteitscrisis van de islam zien. Hoe moet een geloof dat altijd functioneerde in een kalifaat of in een door islamitische waarden gedomineerde cultuur zich nu een weg vinden in een overwegend atheïstische samenleving waar geloof een gemarginaliseerde rol speelt? Een religie die in haar structuur een sterke vermenging van geloof en maatschappijinrichting kent en die niet eens begrijpt wat ‘mijn islam’ inhoudt, zoals Europese of Amerikaanse moslims het soms omschrijven. Westerse landen willen het probleem van radicalisering graag klein houden en moslims hier waarschuwen voor het ‘gif’ van het radicalisme. Ze proberen als het ware het immuunsysteem van moslims hier te versterken tegen de invloeden van buitenaf die toch niet tegen te houden zijn. Het is te vergelijken met preventiebeleid bij alcohol en drugs, ‘zeg nee tegen drugs!’, maar een deel van de jongeren zal altijd blijven gebruiken, omdat ze hun leven niet op een zinvollere manier invulling kunnen geven.

Hervormingspogingen door islamitische denkers

De modernisering en hervorming van de islam is al een tijd lang een moeizaam, om niet te zeggen ontmoedigend proces. Veel ‘verlichte’ denkers in de islamitische wereld hebben het geprobeerd, maar merkten dat ze geen voet aan de grond kregen bij hun geloofsgenoten. Hanafi probeerde de islam te verbinden met Spinoza, maar we hebben niets meer van hem of zijn ideeën vernomen na de jaren negentig. Arkoun probeerde de islam opnieuw te verbinden met het islamitisch humanisme van de tiende en elfde eeuw toen de (Griekse) filosofie nog een grote rol speelde, maar hij kreeg weinig bijval(3). Dit soort denkers worden door veel moslims toch gezien als geloofs -of cultuurverraders, omdat ze een gedachtegoed verspreiden dat afkomstig is van de westerse cultuur die de islam juist haar politieke en economische macht heeft ontnomen. Wat deze hervormers niet schenen te begrijpen is dat er voor een echte hervorming op het intellectuele niveau waarop dat nodig is, een basis moet zijn van economische en culturele voorspoed. Zolang de islam vooral in derdewereldlanden aanhang heeft, in landen die politiek instabiel zijn met een etnische, religieuze en bestuurlijke chaos, is het onmogelijk om een verlichte manier van denken in deze religie ingang te doen vinden. In het westen zou het kunnen lukken als er een laag van geslaagde moslimsburgers in onze samenleving zich gaat ontwikkelen en zich theologisch-filosofisch wil scholen. Maar de kans is veel groter dat voor hen het geloof een ondergeschikte rol gaat spelen naarmate ze zich meer in de westerse cultuur gaan thuis voelen.

‘Wie is moslim?’

In een video van Mohammed Ajouaou waarin hij wordt geïnterviewd over zijn boek ‘Wie is moslim?’beantwoordt hij een aantal vragen die relevant zijn voor moslims in het westen(4). De boodschap is vrij modern, met nadruk op secularisatie, mensenrechten, geen vijandigheid naar anders gelovigen, de nadruk op de praxis, de rituelen en de zingeving van de islam, met oog voor het gevaar van een radicale ideologie die zich daarvan losmaakt. Mijn bezwaar ontstaat als ik te vaak het woord ‘rituelen’ herhaald hoor worden en ideologie vooral negatief wordt gekenschetst. Want is het niet vreemd dat een religie -dat een systeem is van geloofswaarheden (ideeën!)- vooral dat element moet zien te omzeilen dat het meest bepalend is en alleen als een cultuurgoed mag verder gaan om niet met het westen en de westerse normen en waarden in conflict te komen? Wat is een islamitische praxis zonder de geloofswaarheden waaruit ze is ontstaan en waarom zou dit jonge moslims vervulling geven? Het lijkt erop dat Ajouaou iets wil wat helemaal niet kan; terugkeer naar de rustige islam van voor het wahabisme, van voor de migratie van moslims naar het westen, van voor de verwarring van seculiere waarden als de nieuwe omkadering voor een geloof dat altijd sterk sociaal-maatschappelijk verankerd is geweest.

Zelf de teksten lezen

Dit is niet het probleem bij de kop pakken, maar het omzeilen van het pijnlijke gedeelte van de inhoud, om zo tradities overeind te houden waarin toch al niet te zeer werd nagedacht. Het probleem van radicale moslims in Europa is inderdaad dat ze zelf de teksten uit de koran en hadith zijn gaan lezen en dat ze (hoe pijnlijk voor hun gematigde onwetende geloofsgenoten) helemaal geen moeite hebben met de radicale en gewelddadige kant van hun geliefde profeet! Sterker nog, ze brengen het in de praktijk alsof er geen veertienhonderd jaar verstreken zijn en doen er zelfs nog een schepje bovenop met hun extremiteiten in Syrië. Mijn idee is dat het radicalisme alleen echt bestreden kan worden door het probleem te zien voor wat het is: de realiteit van het geweld in de islam. Daar kan niet op religieuze gronden afstand van genomen worden, dat kan enkel op humanistische gronden. Een ‘islam van vrede’ heeft op deze radicaliserende jongeren geen enkele invloed, wel de harde feiten. Laat maar zien hoeveel miljoenen mensen om het leven zijn gekomen door veroveringscampagnes van moslimheersers door de eeuwen heen. Laat maar zien dat de islam nooit zo lang had kunnen bestaan zonder de externe filosofische, culturele en spirituele invloeden die haar hebben uitgetild boven de oorspronkelijke openbaringen aan een woestijnvolk. Maak maar duidelijk dat de historische Mohammed niets van doen heeft met het geëxalteerde mythische beeld dat onder invloed van mystieke broederschappen door de eeuwen heen van hem is gemaakt(5).

Ontmythologisering van het geloof

Alleen de realiteit kan zorgen voor echte integratie, want het krampachtig vermijden van de pijnlijke inhouden van een religie is uitstel van executie voor een geloof dat toch al ontworteld is in onze westerse context. Wat veel mensen beschouwen als de ‘gematigde islam’ is een islam die in de loop van eeuwen is uitgegroeid tot een stelsel van religieuze, filosofische, culturele en politieke invloeden die tezamen een divers en dynamisch landschap vormen waarbinnen moslims zich verschillend kunnen oriënteren, zoals Ajouaou graag wil benadrukken. Maar ik zie niet zoveel ruimte voor de ‘eigen keuze’ van moslims als er geen in Nederland opgeleide imams komen die de islam als een totale geschiedenis beschouwen met alle invloeden die daarin een rol speelden, met de nog te voltooien moderniteit en vooral ontmythologisering van het geloof als voorlopig laatste fase. ‘Jezus liep nooit over het water en Mohammed is nooit met een paardachtig wezen opgestegen naar de hemel’. Zo simpel. Als de islam dit soort inhoudelijke kritiek bespaard wordt (omdat we de olie-sjeiks niet boos willen maken of geen aanslagen willen) dan hebben we te maken met een vervalste integratie en wordt de pijn alleen maar vooruit geschoven. Laten we moslims alstublieft ook een beetje zelfbewustzijn en intellectuele emancipatie gunnen, want niemand is er bij gebaat om zachtjes in slaap te worden gesust .

Sven Snijer


Arkoun zegt over zijn eigen positie als publiek spreker: ‘Als ik geïnterviewd word, dan heb ik schrik om bepaalde woorden uit te spreken.’ Ook met een moderne denker als Tariq Ramadan is voor Arkoun geen echt gesprek mogelijk, omdat eerstgenoemde de traditionele uitgangspunten van de koranlectuur niet ter discussie stelt. Arkoun beschouwt het denken van deze predikers als een ‘grote gevangenis’. Vanwege de ‘geïnstitutionaliseerde onwetendheid’ in de Arabische wereld heeft hij weinig verwachtingen over hoe zijn werk daar zal worden ontvangen. Zijn hoop is uiteindelijk op Europa gericht, zo blijkt uit de slotpagina’s van zijn laatste interview.”

(4) ‘Wie is moslim?’- Mohammed Ajouaou https://www.youtube.com/watch?v=N5Rg7aaO2O4
 
(5)Mystieke broederschappen waar de salafisten en wahabisten paradoxaal genoeg niets mee te maken willen hebben.

donderdag 19 maart 2015

Het vrije woord - ‘Mag het een onsje minder?’


Eén klein zinnetje typeert het hele islamdebat in Nederland. Het is afkomstig van een publicist die vanwege zijn/haar deelname aan het publieke debat beveiliging nodig heeft net als een aantal collega’s die hier eveneens een bijdrage aan leveren (1)

Het krantenbericht vermeldt niet over wie het gaat, maar de bescherming door plaatselijke politie of vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is niet in de eerste plaats ingegeven door angst dat straks het vrije woord verdwijnt, zo lijkt het. De publicist: ‘Ze zijn vooral benauwd voor de reacties als mij iets overkomt’. (En niet: ‘Ze zijn bang dat mij straks iets overkomt, voor zoiets normaals als het uiten van je mening in een vrij land.) Opmerkelijk hoe de prioriteit van politici (want politie en veiligheidsdiensten krijgen instructies van boven) altijd weer gelegd wordt bij het de-escaleren en het voorkomen van ‘trammelant’ en niet bij het bevorderen van een open discussiecultuur, omdat we geloven dat waarheid en feiten het moeten winnen van valse sentimenten. Dat een columnist eventueel zijn keel wordt doorgesneden is niet vervelend voor de Haagse feestneuzen (al zullen ze allemaal ‘zeer geschokt’ zijn na afloop), maar de maatschappelijke oproer waarbij ‘mensen tegenover elkaar komen te staan’ is waar ze ’s nachts zwetend van wakker worden. Het beschermen van de vertegenwoordigers van het vrije woord is daarmee een middel geworden en niet een doel in zichzelf. Het is eigenlijk jammer voor de bestuurders dat er nog mensen zijn die hun mond open durven te doen over ‘gevoelige kwesties’, want je wordt op die manier zo in beslag genomen door het de-escaleren en het voorkomen van maatschappelijke onrust, dat je haast geen tijd meer over hebt voor zelfverdoving en wegkijken.

Sven Snijer


woensdag 18 maart 2015

Wil Voltaire even wachten, a.u.b.?


Op wie gaan we stemmen vandaag? Voor veel mensen mag dat tegenwoordig elke partij zijn behalve de Partij van de Arbeid. Ze hebben als geen andere partij voor hen het eigen gedachtegoed op alle mogelijke fronten in de uitverkoop gedaan, variërend van de afbraak van de sociale voorzieningen, het oogluikend toelaten van het cliëntelisme door allochtone partijgenoten, het niet -of te laat verdedigen  van mensenrechten tegenover opkomend religieus conservatisme en fundamentalisme, het jarenlang mekkeren over mogelijke nieuwe ‘Hitlers’ als Fortuyn en Wilders, terwijl onder een deel van het eigen electoraat het antisemitisme kon opbloeien als de krokussen in maart, zodat we na veertig jaar van (vooral links) wegkijken weer moeten vechten voor ons recht om de geschiedenis te ‘mogen’ onderwijzen op scholen (Holocaust) aan mensen die daar niet zoveel mee hebben.

Wat hoop ik dat de Partij van de Arbeid volledig te gronde gaat! Het is misschien sneu voor die verdwaalde sociaal-democraten die nog wel zelf kunnen nadenken, die wanhopig proberen de eigen gelederen wakker te schudden uit de sociaal-culturele winterslaap, maar niet getreurd, de meeste van hen zijn ondertussen al lang overgestapt naar andere partijen, omdat die socialer zijn geworden, realistischer zijn, geen electorale belangen stellen boven mensenrechten of emancipatie en niet langer geloven dat kunst en cultuur de mensheid zullen verheffen en helpen verbroederen als er niet eerst een paar spijkers met culturele koppen worden geslagen. Wie heden ten dage het woord ‘dialoog’ nog over zijn lippen krijgt, maakt dat ik meteen wegzap, want het woord is volkomen betekenisloos geworden. Wie geen eigen identiteit heeft (als volk/cultuur) hoeft niet te verwachten deze in gesprek met andersdenkenden per abuis tegen het lijf te lopen. ‘Waarden’ ontstaan niet door slap lullen, maar door te handelen vanuit doelbewuste uitgangspunten. De impliciete waarden achter deze handelingen moeten soms nadrukkelijk worden bevestigd in de taal, door af en toe ook dingen te zeggen die mensen liever niet willen horen.

Onderwijsmanifest

Neem nu het Europese onderwijsmanifest van de Radicalisation Awareness Network (RAN) om het radicaliseren van jongeren met name op scholen tegen te gaan. Er is in het manifest een lijst opgesteld van mogelijke succesmethoden om jongeren binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat te houden. Er wordt gesproken over het belang van de onderwijzers, decanen, veiligheidsmanagers en in Nederlands verband horen we in dat rijtje vaak ook jeugdzorg, wijkagent en (sinds kort) gesprekken met ouders van jongeren die dreigen te radicaliseren. In het krantenbericht over het manifest lees ik eveneens tot mijn ‘grote opluchting’ dat expliciet aandacht zal worden besteed aan les in democratische waarden en kritisch denken. Je wordt al huiverig als je bedenkt dat hier een apart ‘strijdplan’ voor nodig is, omdat ons huidige onderwijssysteem dat dus niet meer aanmoedigt. Scholen worden naar gelijkenis met het altijd blunderende jeugdzorg ‘handelingsverlegen’ genoemd, wat vrij vertaald wil zeggen dat docenten de leerlingen geen culturele en religieuze vooroordelen uit hun hoofd durven te praten, omdat ze ofwel bang zijn in elkaar geslagen te worden, of omdat ze geen ‘mes in hun rug’ willen krijgen van de politiekcorrecte schoolleiding, onze eigen IS-variant.

Ziekelijk cultuurrelativisme

Na vele jaren van ziekelijk cultuurrelativisme van links en de eenzijdige economische blik van rechts-liberaal, krijgen veel mensen eindelijk in de gaten dat we het als westerse samenleving helemaal niet zo slecht gedaan hebben, ondanks de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog, de Koude oorlog en Vietnam, de economische uitbuiting van derdewereldlanden, het vernielen van de planeet aarde, enz. Want wat als een paal boven water staat, is de verontwaardiging die in onze cultuur blijft bestaan ten aanzien van allerlei soorten van onrecht en de democratische wegen naar het beëindigen ervan, ook al duurt het soms lang. Veel radicaliserende jongeren ‘geloven’ niet in de democratie en zoeken hun heil in een wat duidelijkere bestuurswijze, desnoods met hoofden afhakken. Geen geklets van politici die allemaal verborgen belangen hebben, die als marionetten van de multinationals de taal van de Mammon spreken en de scheve machtsverhouding in de wereld gewoon laten bestaan. Ze denken niet dat een systeem dat door mensen bedacht is ooit goed kan komen en laten zich verleiden door een absolute, door god gegeven maatschappelijke ordening. Een lesje democratische waarden lijkt in deze tijd inderdaad niet overbodig.

Mijn verwachting van de anti-radicaliseringsmethoden op scholen is dat ze er nog van zullen schrikken hoeveel onwetendheid er heerst, hoeveel onversneden antisemitisme, hoeveel antiwesterse waarden, hoe weinig historisch besef of kennis van de wereld in het algemeen en hoeveel weerstand tegen het makkelijk uitgesproken ‘kritisch denken’ als daarmee ook de geloofswaarheden van de islam zelf zullen worden betwist, zoals eerder met christendom en Jodendom is gebeurd. Maar ik ga ervan uit dat politici het laatste zullen proberen te vermijden. Hoe dan ook stuiten ze op termijn op verschillende tegenstellingen, van rede en openbaringsgeloof, humanistisch denken (mens centraal stellen) en religieus denken (God en goddelijke wet centraal stellen) en de cultuurkloof tussen het kritisch bevragen of het gehoorzamen aan het wereldlijk gezag en de grond waarop je dat doet (religieuze of seculiere waarden). Het kader waarin men de radicalisering nu wil tegengaan is dat van de ‘mainstream’ gematigde islam, maar die geeft er al jaren blijk van geen antwoord te hebben op de argumenten van radicalen, omdat die hun geschriften vaak beter kennen.

Geen hete hangijzers

Wie langs de humanistisch lijn het extremisme tegemoet wil treden, kan op den duur niet voorkomen dat er ook een aantal geloofszekerheden zullen sneuvelen van gematigde moslims, want er bestaat niet zoiets als een mooie scheidslijn tussen de ‘leugens’ van de radicalen en de voedende en verheffende waarden van het normale geloof. Vooral het historisch perspectief geeft in deze kwestie meer verwarring dan opheldering, omdat de islam in haar vroege geschiedenis helemaal niet vreemd stond tegenover gewelddadige maatregelen ter bevestiging van haar positie. En laat het nu net een gebrek aan historisch besef zijn waar ze de jongeren mee willen helpen, om het radicaliseren tegen te gaan. Is het voldoende om terug te gaan naar de Tweede Wereldoorlog om de waarden van onze samenleving duidelijk te maken (eigenlijk vreemd, want op dat punt in de geschiedenis waren we er als Europeanen zelf behoorlijk ver van afgedwaald) of moeten we beginnen bij Erasmus, Ficino, Agricola en andere wegbereiders van de moderne mens en zijn zelfbewustzijn? Ik zou niet weten hoe je een religie in culturele en historische zin kunt wortelen in onze samenleving, als je haar niet door dezelfde ‘wasstraat’ laat gaan als alle anderen. Heel voorzichtig zijn we met de islamitische integratie bij het hoofdstuk ‘kritisch denken’ aangeland, maar vooralsnog worden de hete hangijzers daarbij uit de weg gegaan. We willen een opwaardering van de ‘frisse en vrolijke islam’ tegenover de ‘kapers’ van het geloof. De echte godsdienstkritiek van Voltaire en zijn tijdgenoten laten we nog even in de wachtkamer, want het is al moeilijk genoeg voor die arme leraren en politici.    

Sven Snijer