vrijdag 31 juli 2015

Gespeelde verbazing bij de politiek


Het schijnt dat het CDA en D’66 zich zorgen beginnen te maken over de zorg aan jeugdigen nu deze is overgegaan naar de gemeenten. Vera Bergkamp excuseert haar partij door te beweren dat de links-liberalen pas hadden ingestemd met de nieuwe jeugdwet nadat staatssecretaris Van Rijn had ‘beloofd’ dat jeugdigen de behandeling die vorig jaar begon dit jaar gewoon zouden kunnen afmaken. En helaas…dat blijkt het zoveelste fabeltje aangaande de Transitie(1). De VNG belooft 'zorgcontinuïteit', maar dat moet al uit de reservepotjes komen.

Kan het misschien zo zijn dat mevrouw Bergkamp en alle Tweede Kamerleden die met de drievoudige overheveling van zorgtaken van het Rijk naar de gemeenten hebben ingestemd in een ietwat kinderlijke veronderstelling verkeerden dat de Sociale Wijkteams een substantieel deel van de toestroom van jeugdigen naar specialistische hulp overbodig zou maken? En dat dit nu helemaal niet blijkt te gebeuren?! Dat het niet meer dan 3 à 4 procent(2) betreft die op die manier (met vermoedelijk lichte problematiek) geholpen wordt, terwijl de meeste zorgtrajecten gewoon nog langs de oude routes lopen en dat daarmee een gigantische misrekening is ontstaan voor de verwachte zorgkosten voor de gemeenten? De gemeenten was een utopie voorgespiegeld dat een groot deel van de zorg aan jeugdigen via het ‘gratis’ eigen netwerk zou worden gerealiseerd, omdat er een heftige campagne is geweest vanuit de overheid -in navolging van de stemmingmakerij door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling- om alle kindeigen problematiek verdacht te maken en te doen alsof de halve Nederlandse jeugd onterecht met autisme of ADHD is gediagnosticeerd. Nu blijken de serieuze problemen waar jeugdigen mee kampen vaak toch niet zo ingebeeld.

'Vertrouwen'

Maar ondertussen werd er al voor de Transitie in werking ging flink bezuinigd op de kenniscentra voor specialistische hulp, want de vrolijke gemeenten zouden de problemen van de kindertjes wel wegtoveren door buurtparticipatie en de inzet van ‘Eigen Kracht’. Autisme? Dat is maar een labeltje dat je erop plakt! Suïcidaal-depressief? Kom op zeg, er is niets dat een fijne muziekles of een middagje paardrijden niet kan verhelpen! Tja, gemeenten…Het ziet er naar uit dat de nog even hoge zorgkosten met een valse belofte van het kabinet van preventieve aanpak vanuit de wijk om ze te drukken, op jullie bordje wordt neergelegd zonder een duidelijke controle op de uitvoering (zonder oormerk), want in Nederland hebben we toch gewoon ‘vertrouwen’? Het principe van vrije-marktwerking(3) toepassen op de zorg voor de meest kwetsbaren in de samenleving, net als in de financiële wereld waar voor de crisis van 2008 het geloof in de zelfregulering van de markt ook zo hemelhoog was en waar dat uiteindelijk zo fantastisch heeft uitgepakt.

Sven Snijer


Hoezo privacy? – Sociaal Wijkteam als informatie opslag

De gemeente Amsterdam laat onderzoek doen naar de lacune in de jeugdwet met betrekking tot de privacy van burgers. Het lijkt op het eerste gezicht al een wassen neusonderzoek te worden, want de kern van het probleem wordt duidelijk niet begrepen. Na het lezen van de berichtgeving hierover op Skipr dacht ik in eerste instantie te kunnen volstaan met een lezerscommentaar dat kort en bondig het centrale probleem weergeeft, maar er zitten natuurlijk nog veel meer haken en ogen aan deze kwestie.  


(Mijn commentaar): Een 'lacune' in de jeugdwet is wat eufemistisch uitgedrukt. De Transitie en de jeugdwet zijn synoniem aan privacyschending. De bedoeling van dit stelsel is om de huisarts buiten spel te zetten en de Sociale Wijkteams aan de burger op te dringen. Ieder persoon die in een dossier graaft bovenop de huisarts is er in feite één te veel. De privacy wordt met de Transitie in het geheel niet geborgd, omdat iedere hulpvraag verwordt tot een 'sociaal probleem' dat zoveel mogelijk met eigen netwerk moet worden opgelost om de dure specialist voor de gemeente uit te sparen. Die moet zich dus wel met zeer persoonlijke gegevens gaan bemoeien, want anders kan ze nooit beoordelen of een hulpaanvraag valide is of dat mensen het maar in eigen kring moeten oplossen (naar het ondeskundig oordeel van de Wijkteams) Hoezo privacy

Ouder- en Kindadviseur

Neem nu het ‘probleem’ van de informatieoverdracht zoals dit in het bericht naar voren komt.  Er wordt gesteld: “Op verschillende momenten moet in de nieuwe organisatie van de jeugdzorg privacygevoelige informatie worden overgedragen. Het gaat bijvoorbeeld om dossieroverdracht wanneer de Ouder- en Kindteams doorverwijzen naar specialistische hulp.” Het lijkt in dit voorbeeld alsof de privacygevoelige gegevens van de burger gevaar lopen bij de overdracht van de Wijkteams naar de specialist, terwijl die juist aan een beroepsethiek en tuchtrecht gebonden is. Als ergens de gegevens gevaar lopen van misbruik dan is het wel bij het wijkteam zelf, waar niet-universitair geschoolde personen met sociale beoordelingen van de gezinssituatie -exact vergelijkbaar met het vroegere jeugdzorg!- de plaats innemen van deskundig onderzoek naar uw kind(1).

Kartel van sociale bemoeials

Zoals we kort geleden hebben kunnen lezen in de griezelcasus van Participatie-ambassadeur Pieter Hilhorst op Sociale Vraagstukken(2), bemoeien de Sociale Wijkteams zich zelfs met de scholen (helemaal in Amsterdam waar de Ouder- en Kindadviseurs aan de scholen werden opgedrongen) zodat de privacy in dit sociale kartel van beroepsbemoeials per definitie zwaar onder druk komt te staan. In het oude model bestond er nog zoiets als een Zorg Advies Team waar een kind in besproken kon worden als er zorgen waren en de ouders hadden het recht om daarbij aanwezig te zijn en te bepalen wie van de Team-leden daarbij wel of niet door hen gewenst waren (bijvoorbeeld niet de aansluitmedewerker van jeugdzorg, vanwege mogelijke juridische ellende). 

Wat heeft een ZAT (Zorg Advies Team) nog voor betekenis als de Ouder- en Kindadviseur in de school al met zijn neus op de gezinssituatie zit en dat rechtstreeks kan doorbrieven naar het hele Sociale Wijkteam? Het gevaar voor ouders met een kind met kindeigen problematiek is juist de obstructie door het Sociale Wijkteam van de toegang tot specialistische hulp en degelijk diagnostisch onderzoek, dus de informatieoverdracht naar de specialist hoeft geen enkel probleem te vormen. Een probleem ontstaat alleen dan als alle wijsneuzen in het wijkteam, samen met de onder gemeente-curatele gestelde huisarts en de aan de leiband van het wijkteam lopende school, de ouders een vorm van eigen netwerkhulp willen aansmeren waar ze niet om hebben gevraagd. Waardoor de onvrede met de sociale behandeling vertaald kan worden als hulpweigering of probleemontkenning bij de ouders of in het gunstigste geval dat ze gewoon afgepoeierd worden met een te lage zorgkwaliteit.

Sven Snijer

(1) Bureau Jeugdzorg zei ook altijd ‘vertrouwelijk’ met de gegevens van de cliënten om te gaan, vandaar dat het voor de cliënt zelf vaak godsonmogelijk was om aan het eigen complete dossier te komen.

(2)http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2015/07/onder-de-knoet-van-het-sociale-wijkteam.html

woensdag 29 juli 2015

De islam – een religie zonder filosofisch vertrekpunt


Eén van de belangrijkste vragen die westerlingen bezig houdt die de islam bestuderen, is hoe het toch komt dat de stap naar echte moderniteit en vooruitgang zo moeilijk is voor veel moslimlanden en in hoeverre de religie daar ideologisch een rol in speelt. Een groot dilemma voor alle deelnemers aan het debat -of ze nu geloven in een betere toekomst voor de islam of daar juist een hard hoofd in hebben- is het gegeven dat de islam ooit wél in staat was religie en rede met elkaar te verenigen. Waarom dan in de huidige tijd niet?

Als eerste is het van belang om meteen een scheiding te maken tussen filosofie beoefenen in een islamitische cultuur en een ‘islamitische filosofie’ beoefenen, want dat zijn twee geheel verschillende dingen. Als het in de eerste eeuwen van de islam was toegestaan om de Griekse filosofen te bestuderen als Aristoteles en Plato wil dit niet zeggen dat daarmee een islamitische filosofie werd geboren, eerder dat er binnen de context van de islamitische religie de mogelijkheid bestond om de weg van de ratio te bestuderen als aanvulling op de geloofswaarheid van de koran. De Arabische filosofen (vaak ook Perzen) waren geen moslimdenkers als zodanig, maar filosofen die een islamitische achtergrond hadden en die in hun filosofische beschouwingen moesten oppassen om geen onislamitische uitspraken te doen, want anders konden ze flink in de problemen komen.

Zoeken naar synthese

Een islamitische filosofie heeft in feite nooit bestaan. Wel zijn er moslims geweest met een grote belangstelling voor het Griekse denken en velen van hen hebben geprobeerd om een synthese te bewerkstelligen tussen de geloofswaarheden zoals geopenbaard door de profeet Mohammed en de logische analyses van de hellenistische denkers uit de oudheid. Bij enkelen van hen overheerste de sympathie voor de rede ten nadele van het geloof en zij werden bedreigd, verjaagd en hun boeken verbrand. Anderen probeerden, gebruik makend van de status die de filosofie in de eerste eeuwen in de islam nog had, om haar logische constructies als argumenten aan te voeren voor een gnostische werkelijkheidsbeleving die meer mystiek-extatisch was dan orthodox religieus. De meerwaarde van de mystieke ‘islamitische’ beleving moest daarbij uiteraard wel voorop blijven staan om niet in hetzelfde verdachtmakinghoekje terecht te komen als de aristotelische denkers die met concepten als ‘monopsychisme’ de islamitische zieltheorie ondergroeven.

Wantrouwen van moslims

Te veel zelfstandigheid was de Arabische denkers dus niet toegestaan. We zitten nu eigenlijk met een vertekend beeld van het harmonieuze samengaan van rede en religie in de islam van weleer. Overigens geldt dit in de zelfde mate voor de positie van de filosofie in de christelijke context. Zij moest ofwel de christelijke geloofsinhoud ondersteunen of werd vervormd en aangepast om beter als ‘godsbewijs’ dienst te kunnen doen. Het geloof heeft ook bij ons niets aan de rede bijgedragen, ze werd gebruikt en misbruikt. Het hoeft dus niet zoveel verbazing te wekken dat het wantrouwen dat veel moslims hebben ten aanzien van een op rede en wetenschap gebouwde samenleving zo sterk is, want de rede is nooit werkelijk geïntegreerd geweest in de islamitische wereld, zoals bij ons ook eeuwen lang het geval was. Het grote verschil is dat in Europa de rede uiteindelijk de geloofswaarheden heeft verdrongen en in de islam niet. 

Waar in de islamitische wereld de wetenschap de betekenis heeft van materiële voorspoed en medische kennis –geheel los van levensbeschouwelijke betekenissen-  is in het christelijke Europa de wetenschap op de eerste plaats een bedreiging geweest van geloofswaarheden, die stap voor stap toch heeft doorgezet, vermoedelijk omdat de materiële voordelen van de wetenschappelijke methode gingen opwegen tegen de belofte van een ‘heerlijk hiernamaals’ waar je uiteindelijk nooit zeker van kon zijn. Wat daarbij vermoedelijk heeft meegespeeld is de kracht van de rede zelf, haar zelfcorrigerende vermogen. Omdat zoveel mensen in het christelijke Europa de filosofie beoefenden, was het op zeker moment onvermijdelijk dat die methode in haar resultaten de christelijke context te buiten zou gaan en haar eigen waarheidskader zou gaan creëren.

Seyyed Hussain Nasr 

Een groot hiaat in de discussie over de islam en de moderniteit is dat niemand kan verklaren waarom de islam (in concreto het Ottomaanse Rijk rond 1500) er niet in slaagde om dezelfde wetenschappelijke ontwikkeling door te maken welke in Europa gaande was vanaf de natuur-wetenschappelijke ‘onafhankelijkheids-verklaring’ van de filosoof Francis Bacon. 

De bekende islamitische filosoof en universitair docent Seyyed Hussain Nasr spreekt in zijn lezing ‘Islam and the West’ uit 2004 over het ‘in slaap vallen’ van de islamitische wereld op wetenschappelijk gebied. De islam zou onder de Ottomanen en ook in Isfahan, Caïro en het Indiase Delhi op het verleden gefixeerd zijn geraakt en niet in de gaten hebben gehad dat Europa zich transformeerde van een christelijke beschaving naar een wetenschappelijke cultuur. Pas in het jaar 1798 met de inval van het leger van Napoleon in Egypte zouden de moslims wakker zijn geworden en in de gaten hebben gekregen dat de wereld ondertussen was veranderd. Een periode van driehonderd jaar van ‘onachtzaamheid’ waar hij buiten deze fixatie op het verleden geen enkele andere verklaring voor geeft!

Filosofie als Gnosis

Extra verwarrend in zijn betoog is in dit verband zijn bewering dat de islamitische filosofie wel degelijk is doorgegaan na het verval van het Arabisch Spanje, waar de filosofie bij moslims, joden en christenen hoogtij vierde onder de (zo vaak benadrukte) tolerante moslimheerschappij. Het is echter maar de vraag over welke filosofie hij het heeft, want een nader onderzoek naar de achtergronden van Nasr brengt aan het licht dat hij zelf afkomstig is uit Iran, waar hij op zeker moment is weggevlucht vanwege de Iraanse revolutie van Ayatollah Khomeini. 

De filosofische achtergrond van Nasr is een Shiitische gnostische leer die eeuwenlang heel kenmerkend is geweest voor de Perzische filosofie. Het was een soefi-georiënteerde manier van denken die als een mystieke onderstroom in de islam werd getolereerd door de orthodoxie, omdat ze nooit de islam bekritiseerde maar beweerde de innerlijke betekenis ervan te doorgronden. Het was een naar binnen gekeerde filosofie, die weliswaar gebruik maakte van de rationele methode, maar enkel met als doel om tot zelfontplooiing te komen en ‘innerlijke kennis’. Het was een mystieke ontwikkelingsweg die geenszins te vergelijken is met (dat deel van) de aristotelische denkwijze die in het Westen zou leiden tot de empirische wetenschap. Wat Nasr beweert over de voortgang van de studie van medicijnen in de islamitische wereld tot het jaar 1800 komt daarmee sterk overeen, want hij wijst erop -als ‘meerwaarde’ ten opzichte van de westerse medicijnenstudies- dat in de islam de geneeskunde veel holistischer georiënteerd was en dat de islamitische geneesheren bijvoorbeeld ook de Chinese kennis opnamen in hun werkwijze.

Dat is allemaal heel aardig vanuit een spiritueel standpunt en ja, er is in de moderne tijd in het Westen ook veel belangstelling voor holistische geneeswijzen, dus je zou met veel pijn en moeite kunnen beweren dat de moslims ‘hun tijd ver vooruit waren’, maar dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag hoe de islam stond en staat tegenover empirische wetenschap, speciaal als die wetenschap zich uitbreidt van het natuurkundig-chemisch gebeuren naar het levensbeschouwelijk terrein en de moderne mensopvatting. Dat wordt een heel ander verhaal en juist op dat gebied heeft de islam nooit enige vrees hoeven hebben voor de wetenschap, in welke mate en op welke terreinen ze zich ook mocht ontplooien. Men verzekerde zich ervan dat door wetenschappers nooit de fundamentele geloofswaarheden werden betwijfeld, want het primaire doel van de wetenschap in de islam was altijd om beter ‘de schepping van Allah’ te begrijpen zoals geopenbaard in de Koran. Zelfs in de huidige tijd worden wetenschappelijke onderzoeken in de islamitische wereld stopgezet als ze geloofsdogma’s bedreigen.

De Liefdes-mystiek

In het artikel ‘Kennis die het verstand te boven gaat’ heb ik betoogd dat het voornaamste probleem van de islam en haar houding tegenover een kennismaatschappij gezocht moet worden in haar eeuwenlange voorkeur voor gevoelswaarden boven die van het verstand. Dat klinkt vreemd in de oren van moderne islamcritici die getuige zijn van het fundamentalistische geweld van Al Qeada, Al Shabab en Islamitische Staat, maar dat komt omdat ze de geschiedenis van de islam vanaf het jaar 1000 tot en met 1500 niet kennen. En dan met name de allesoverheersende invloed van het soefisme in de gehele islamitische wereld, een stroming die zich vooral kenmerkte door liefdes-mystiek, geuit in poëzie, muziek, dans, meditatieve samenkomst, literatuur, verhalenvertellers, rozentuinen, mystieke symbolen in de architectuur en allerlei charismatische stromingen die de hoogste werkelijkheid specifiek definieerden als ‘wijsheid van het hart’. Los van de metafysische discussie of de weg van de Rede  in de transcendentale toestand waar ze uiteindelijk heen voert (in bijvoorbeeld het Neoplatonisme) niet tot dezelfde bewustzijnstoestanden leidt als de ‘weg van het hart’ gaat het mij hier om de culturele betekenis van de liefdes-mystiek en haar invloed op de islam als geheel. Want het lijkt me niet toevallig dat de islamitische wereld wetenschappelijk ‘in slaap viel’ in het jaar 1500, vlak na de ‘gouden eeuw’ van Perzische mystiek waarin grote namen als die van Roemi, Attar, Jami, Saadi en Khayyam schitterden. Allemaal predikten ze een liefdes-mystiek ten nadele van rationele kennis, wat overigens vanuit spiritueel standpunt geheel legitiem is om te doen als je primaire levensdoel spirituele realisatie is.

Mohammed Iqbal

Het is alleen wel zo dat de omringende maatschappij er weinig mee opschiet in sociale, culturele en wetenschappelijke zin. De moderne dichter en filosoof Mohammed Iqbal heeft de soefi’s hierom bekritiseerd en gesteld dat zij weliswaar tot grote spirituele hoogte zijn gestegen, maar dat het nooit heeft geleid tot maatschappelijke veranderingen, tot sociale hervormingen. En dat is logisch aangezien die uitsluitend kunnen voortkomen uit een emancipatie van achtergestelde groepen in de samenleving door kennis. Kennis is wat mensen zich bewust doet worden van wat er mis is met hun levenscondities en geeft de kracht om tot zelfbewustzijn te komen en tot actie over te gaan. Liefde is ‘zelfloos’ en geeft zich over. In de liefdes-mystiek is er geen ‘ik’, enkel de Geliefde (Allah) wat een manier is om het eigen ego te zuiveren van de verkeerde zelfzucht die hatelijk maakt, inhalig of agressief, maar cultureel gezien leidt deze zelfbeleving tot teveel aanpassing aan de bestaande machtsverhoudingen en opgelegde religieuze dogma’s. Als de doelstelling van de mens gelegen is in het hiernamaals of in een spirituele staat van zijn, dan is er weinig ruimte over voor het veranderen van de concrete levensomstandigheden, omdat de richting van het denken daar niet naar is gekeerd.

De reden waarom in de soefi-broederschappen de liefdes-mystiek (vergelijkbaar met de Indiase bhakti) zo sterk op de voorgrond trad, is omdat de weg van de rede altijd verdacht is geweest in de religieuze context. De structuur van de islam was gebouwd op het gezag van de profeet en zijn religieuze en sociale wetgeving, waardoor er voor de weg van kennis maar een beperkte speelruimte bestond. Een weg die haast niet betwist kon worden vanuit orthodox standpunt was de weg van het hart, omdat de Koran herhaaldelijk vermeldt dat mensen die twijfelen aan de boodschap van Mohammed ‘een ziekte hebben in hun hart’, zodat een weg van ‘zuivering van het hart’ nooit kon worden verboden, al had de orthodoxie heus wel in de gaten dat de soefi’s er vaak allerlei vreemde onislamitische gebruiken aan toevoegden. Maar de kracht van het soefisme was eeuwenlang te sterk om te worden tegengehouden en vooral het feit dat ze in veel landen zorgde voor de expansie van de islam op vreedzame wijze sprak bijzonder in haar voordeel.

Identiteitscrisis in de islam

De ellende begon voor de islam pas echt vanaf 1700 - 1800 toen duidelijk werd dat haar verwaarloosde empirische wetenschappen haar in een inferieure positie hadden gebracht ten opzichte van het westen en ze onder de voet werden gelopen door haar legers. In de loop van enkele eeuwen werd nagenoeg de gehele islamitische wereld koloniaal gebied. Een moeilijk te begrijpen mechanisme dat zich toen voltrok, doet nog steeds talloze islamdeskundigen en geïnteresseerde leken zich achter de oren krabben over het hoe en waarom. Hoe kon het gebeuren dat de eens zo tolerante islam, die zich kenmerkte door kunst en wetenschap, mystiek en literatuur, zo bruut gewelddadig en fundamentalistisch kon worden en zo’n grote afkeer kon ontwikkelen ten opzichte van westerse waarden, wetenschap en voorruitgang? Het antwoord daarop is heel subtiel en kent twee lagen, die tezamen hebben gezorgd voor de huidige chaos en identiteitscrisis in de islam. 

Ten eerste is het zo dat spiritualiteit altijd bloeit bij een culturele en economische welvaart. Wie de piramide van Maslow kent weet dat de hoogste waarden die de mens nastreeft in het leven (de meest idealistische) het best te realiseren zijn als er eerst aan de meer basale levensbehoeften is voldaan. De islam is vanaf haar ontstaan voortdurend in een staat van expansie geweest en heeft talloze bloeiperioden gekend van verschillende islamitische rijken in Oost en West. De islamitische mystiek van het soefisme heeft daar altijd van geprofiteerd. 

Ze heeft in veel gevallen in het voetspoor van de militaire veroveringen van de Arabische heersers een spirituele invulling gegeven in de ontstane ruimte van de onder islamitisch regime gestelde nieuwe landen en volkeren. Het soefisme heeft vaak een succesvolle vermenging weten te creëren van de bestaande culturen en spirituele gebruiken en het islamitisch geloof. In veel gevallen omdat de islam de bovenliggende partij was en de oudere culturen zich enkel en alleen binnen een islamitische context konden continueren, in geïslamiseerde vorm. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de invloed van de eeuwenoude Perzische mythologische thema’s in de mystiek van de islam die een wereldwijde verspreiding kenden. 

Maar vanaf de overheersing van de islam door Europese mogendheden verloor de soefi-mystiek in rap tempo haar draagvlak, omdat zij geen antwoord had op de nieuwe politieke- economische situatie.Waar in vroeger tijden de islam altijd de dominerende overtuiging bleef (zelfs toen ze onder de voet werden gelopen door de legers van Dzjengis Khan gingen de Mongolen na verloop van tijd over tot de islam) was de situatie vanaf 1700 geheel anders. Niet alleen waren de Europese volken sterker in militaire zin, ze vonden ook hun eigen ideeën en wetenschappelijk ontwikkelingspeil veruit superieur ten opzichte van de islam. De soefi-mystiek begon in de gehele islamitische wereld op zijn retour te raken en werd geleidelijk aan totaal verdrongen door politiek georiënteerde fundamentalistische stromingen, waarvan een deel ook voortkwam uit soefi-kringen. 

Afkeer van de mystiek

De aandacht voor het innerlijk leven verschoof naar aandacht voor de achtergestelde positie van de islam wereldwijd en voor een groot deel kreeg het soefisme daar zelfs de schuld van, omdat ze met haar spirituele praktijken lange tijd onislamitische waarden had geïntroduceerd. Heiligenverering (het bezoeken van graven van grote soefi-meesters) wat in het soefisme altijd een centraal element is geweest van haar geloofsbeleving en tevens een manier om met soefi’s in contact te komen, werd in het salafisme en wahabisme volstrekt van de hand gewezen en gezien als corrumpering van de leer van Mohammed. Daarnaast kregen de nieuwe orthodoxen ook een gruwelijke afkeer van de lyrische liefdesboodschap, vooral als die universeel van toon was zoals bij Roemi en Ibn Arabi die stelden dat God alle religies verwelkomt zolang mensen maar oprecht van hart zijn.

De reden dat veel mensen verbaasd zijn dat de islam zich wereldwijd zo gewelddadig manifesteert via talloze fundamentalistische groeperingen, terwijl ze ooit tolerant, vooruitstrevend en ontwikkeld was, is dat ze niet begrijpen hoezeer het soefisme eeuwen lang de spirituele ruggengraat is geweest van de islam,  een ‘verborgen religie’ die in hoge mate verlichtend en humaniserend heeft gewerkt op de wat primitieve boodschap van Mohammed afkomstig uit een woestijncultuur doordrenkt van tribale gebruiken. De eerste volgelingen van Mohammed waren in feite woestijnrovers die karavanen plunderden ‘met toestemming van Allah’ omdat ze vanuit de oorspronkelijke afwijzing die Mohammed met zijn boodschap ontving, van een defensieve positie later na militaire successen steeds meer offensief georiënteerd raakten. De islam werd een veroveringsgeloof, dat zeker de eerste honderd jaar van haar verspreiding gekenmerkt werd door militaire campagnes. Het doet er niet toe of vreemde volkeren gedwongen werden zich tot de islam te bekeren, of dat ze ‘vrij’ waren om te kiezen voor een speciale belasting voor niet-moslims. Het feit blijft dat de islam zich nooit naar het oosten en het westen had kunnen verspreiden in zo’n hoog tempo als militaire expansie daarin geen rol had gespeeld.

Identificatie met de onderdrukten

Het soefisme werd na verloop van tijd het vriendelijke gezicht van de islam en het spirituele hart van een religie die in de basis een vrij eenvoudige doctrine kent zonder echte filosofische vertrekpunten. De islam heeft zich aan de filosofie opgetrokken, maar haar invloed beperkt gehouden daar waar het geloof erdoor bedreigd werd. Het soefisme heeft de openbaring van Mohammed gehumaniseerd en verdiept en opzettelijk meer gelezen in bepaalde Koranteksten dan er in te vinden was om haar eigen mystieke gedachten en praktijken mee te legitimeren. 

Met het wegvallen van de islamitische mystiek of beter haar degeneratie en geleidelijk aan verdwijnen, komen we langzaam terug bij het principe waar het allemaal mee begon: de boodschap van Mohammed die door zijn eigen familie en stadgenoten aanvankelijk met hoon en spot werd ontvangen. Dat is de situatie waar veel moslims van vandaag, die hun geloof willen redden van de ondergang, zich in herkennen. De positie van een verdrukte, van iemand die het goed bedoelt, maar die niet begrepen wordt. Van iemand die mensen met een onzuivere levenswandel (toen de Mekkanen, nu het ‘goddeloze westen’) moet overtuigen dat ze op de verkeerde weg zijn, omdat Allah ze anders zal straffen in het hiernamaals vanwege hun leugens, oneerlijke handel en het doden van baby’s. Dit alles wordt nu geprojecteerd op Amerika en het Westen, omdat het militaire overwicht van het westen ook bij tijd en wijle leidt tot burgerslachtoffers onder de moslimbevolking. Het is daarom ook niet zozeer het geloof dat veel fundamentalistische moslims willen beschermen, als wel het instrument waar ze het heil van verwachten als geneesmiddel voor hun maatschappelijke, politieke en economische achterstand.

De filosofische uitdaging

De gematigde islam van het verleden was veel mooier diepzinniger en universeler dan de politieke islam van het moment. Maar de gematigde islam heeft nooit een antwoord kunnen formuleren op de ellendige situatie waar de islam vanaf de tijd van het imperialisme in terecht kwam en daarom spreekt ze veel jongeren niet meer aan. Zelfs al hebben ze in het westen de mogelijkheid om zich intellectueel te ontwikkelen, dan nog blijft de kwestie van de scheve machtsverhoudingen in de wereld bestaan en een ander gevaar vanuit religieuze optiek is dat een overmaat aan westers denken ook kan leiden tot geloofsafval en opgaan in het westerse cultuurmodel. Veel moslims zijn bang om zichzelf kwijt te raken wanneer er aan hun fundamentele geloofswaarheden getornd wordt, maar dat gevaar brengt leven in het westen nu eenmaal met zich mee. Wij zijn een kenniscultuur en sparen uiteindelijk geen enkel sentiment, ook niet de meest heilige en diepgewortelde overtuigingen. De uitdaging voor de islam is in de eerste plaats een filosofische uitdaging. Kan zij accepteren dat ‘de waarheid’ niet bestaat in een moderne geseculariseerde samenleving, maar dat iedereen hier recht heeft op een persoonlijke spiritualiteit en geloofsbeleving (in groepsverband) of blijft het stiekeme verlangen bestaan dat het ‘ware geloof’ uiteindelijk toch zal overwinnen, zodra de juiste piëteit door de gelovigen is teruggevonden en Allah hen uiteindelijk toch weer zal begunstigen?

Sven Snijer

dinsdag 28 juli 2015

Het integratievraagstuk en het Participatie bedrog


Hoe Nederland aan ideologische armoede te gronde gaat heb ik in verband met de verfoeilijke participatiesamenleving al meerdere keren proberen aan te tonen met artikelen op Jeugdzorg Dark horse en Essays. Het simplistische denken van bestuurders en beleidsstrategen is voornamelijk pragmatisch ingesteld en kenmerkt zich door een overmaat van geloof in het ‘leren door doen-principe’ wat bij de voorbereiding van de Transitie vooral bleek door overvloedige statements in de trend van ‘dat zal in de praktijk moeten blijken’. Een blind geloof dat we er samen wel uit komen als we het vizier maar op positieve zaken gericht blijven houden. Vandaar dat er ondanks de structurele wanorde die de overgang van zorgtaken naar de gemeenten kenmerkt vooral wordt vastgeklampt aan de kleine lichtpuntjes die er soms ook zijn.

Bang voor stigmatisering

Wanneer zullen politici gaan inzien dat ‘handelen’ zonder dit handelen vooraf grondig te doordenken, altijd tot chaos leidt? Hoe lang blijven volksvertegenwoordigers zichzelf wijsmaken dat grote maatschappelijke problemen kunnen worden aangepakt door de symptomen ervan te bestrijden of te verzachten, zonder de onderliggende structuur die ze veroorzaakt bloot te leggen. Het ontgaat ook veel critici van jeugdzorg dat de drammerige pogingen van de overheid om ‘achter de voordeur te komen’ vooral een manier zijn geweest om sociaal-culturele problemen met etnische en religieuze wortels niet hardop te hoeven benoemen. Met omzeiling van het integratievraagstuk -door mensen met een andere culturele afkomst hun privacy te schenden (en om stigmatisering te voorkomen ook maar gelijk die van de rest van de Nederlanders) en ze onze normen en waarden op te dringen vanuit sociaal-pedagogische insteek via Jeugdzorg/Sociale wijkteams- lijken de problemen ‘handmatig’ te kunnen worden aangepakt. In hetzelfde licht moet het plan van een half jaar terug worden gezien vanuit Den Haag om kinderen al op veel jongere leeftijd naar school te sturen, om ‘eventuele taalachterstanden in te lopen’, want waar zouden die taalachterstanden nu het meest voorkomen?

Ayaan Hirsi Ali

In het boek de Zoontjesfabriek van Ayaan Hirsi Ali uit 2002 citeer ik een gedeelte over ‘schurende normen’ dat ik vooral wil aanhalen om te illustreren hoe er in Nederland vaak gedacht wordt dat de ideologie niet ter zake doet of dat zij in geval van grote maatschappelijke veranderingen slechts als reclameslogan hoeft te dienen, omdat het echte werk toch in de praktijk plaats vindt. En omgekeerd, dat een diepgewortelde ideologie of geloof geen onoverkomelijk obstakel vormt voor mensen met ‘goede wil’; de mensen in het veld die het moeten uitvoeren en de cliënten of burgers waar het over gaat. Het citaat:

“In het integratiedebat hebben we de neiging om gedrag van moslims dat afwijkt van die (Nederlandse) normen af te keuren maar de bronnen waaruit dat gedrag voortvloeit te vrijwaren van kritiek of deze zelfs in bescherming te nemen. We veroordelen polygamie, eerwraak en mishandeling van vrouwen; we willen achterstanden in het onderwijs en arbeidsparticipatie bestrijden; we zien het verband tussen afgebroken schoolcarrières en criminaliteit. Toch discussiëren we liever niet over de culturele en religieuze achtergronden van die misstanden en problemen.”

Nog steeds mag niet hardop gezegd worden dat de verregaande bemoeienis met het privéleven van burgers door de overheid direct verband houdt met integratie-problematiek die al decennia lang speelt en dat de normale jeugdzorg gewoon niet goed heeft gefunctioneerd. Niet alleen op dat terrein, maar in het algemeen ten aanzien van de gespannen verhouding tussen hulpverlener en cliënt, want als je niet genoeg deskundigheid in huis hebt om problemen goed te analyseren dan wordt het sociaal speculeren,wat een tweeledige problematiek op gang brengt. De gezinnen die niet zelfstandig voor hun kroost kunnen zorgen wordt meerdere malen een krediet gegeven dat ze niet verdienen, met het risico dat het opeens fataal kan aflopen met één van de kinderen, terwijl bij gezinnen waar lichte opvoedhulp kan volstaan door het dwingende karakter van de jeugd-‘zorg’ (onder dreiging van juridische maatregelen) een escalatie in de hulpverleningsrelatie kan leiden tot onnodige en kindbeschadigende procedures en verblijven in instellingen.

Geen waarheidsvinding

Het politieke bedrog dat de vernieuwing in de zorg aan jeugdigen tot een hap gebakken lucht maakt, is dat er een verhaspeling heeft plaatsgevonden van twee geheel uiteenlopende doelstellingen. De voornaamste klacht van jeugdzorgcliënten in het verleden was nooit dat ze te weinig ‘eigen regie’ hadden onder jeugdzorg, maar dat jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming de hele boel bij elkaar logen in hun rapportages over gezinnen omdat ze niet aan waarheidsvinding hoefden te doen. Dat maakte van het jeugd- en familierecht een regelrechte farce en het zorgde ervoor dat tientallen jaren lang hopeloze ouders bij de politiek aan de bel trokken, omdat ze in de reguliere klachtenprocedures volkomen vastliepen. Bij wijze van tegemoetkoming aan de jeugdzorgsector werd er op zeker moment voorgesteld vanuit de cliënten om ouders meer gebruik te laten maken van hun eigen netwerk in geval van gedwongen maatregelen. Zodoende zouden de maatregelen minder stringent zijn en minder lang hoeven te duren. Dit had als bijkomend voordeel voor jeugdzorg dat ze dan een minder slecht imago zou krijgen, want ondertussen begon het bij de politici in Den Haag ook door te dringen dat Nederland de internationale lijst aanvoerde met de meeste uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen. Die aantallen moesten naar beneden.

Ook zonder Transitie

De vervalsing die vervolgens werd uitgevoerd werd eigenlijk al zichtbaar in de plotselinge daling van de aantallen ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen bij Bureau Jeugdzorg in Amsterdam, vanaf het moment dat de politiek besloten had dat de aantallen moesten dalen. Er was een direct verband tussen de wens van de politiek en de resultaten in de praktijk, wat te denken geeft over de ‘noodzaak’ van de aantallen gedwongen maatregelen in de jaren daarvoor. Maar het punt waar het hier eigenlijk om gaat, is dat de gedwongen maatregelen in Amsterdam drastisch begonnen te dalen nog voordat de Transitie van kracht werd! En dat is merkwaardig, want dat betekent dat onder het ‘oude regime’ van jeugdzorg ook al een vermindering van gedwongen maatregelen mogelijk was wat de vraag opwerpt wat de Transitie dan eigenlijk voor meerwaarde heeft? Het antwoord is even eenvoudig als schokkend; niets! Wat veel mensen uit het oog hebben verloren is dat de befaamde Eigen regie en Eigen Kracht vooral bedoeld waren voor gezinnen waar het met vrijwillige hulp echt niet ging en waar de noodzakelijke gedwongen maatregelen, door de rechter op voorstel van Bureau Jeugdzorg of de Raad opgelegd, konden worden verzacht. Maar dat is maar een heel klein percentage van alle ouders die met een hulpvraag zitten voor hun kind. Met welke reden zou je als overheid mensen opzadelen met keukentafelgesprekken en ‘eigen regie’ als ze geen probleemgezin zijn?

Dat hoeven ze dan niet hardop te zeggen

Het antwoord moet gezocht worden in zowel de financiële situatie van de overheid als bij het integratiedebat, dat tot op heden nog steeds niet op (religieuze) inhoud gevoerd mag worden. Door te prediken dat de burgers allemaal de ‘eigen regie’ mogen voeren in de hulpverlening onder gemeentelijke verantwoordelijkheid slaan ze twee vliegen in één klap. Ten eerste kan zo bezuinigd worden op allerlei voorzieningen door mensen op te zadelen met een meer dan wenselijke bemoeienis van familie, vrienden en buren met betrekking tot zorgvragen en in de tweede plaats hopen ze door een gestroomlijnde sociale controle door de Sociale Wijkteams problemen in gezinnen te kunnen opsporen meteen als ze zich voordoen. En die doen zich in de regel het meest voor in gezinnen waar ze slecht Nederlands spreken, een groepscultuur de individualiteit verdringt, vrouwen voornamelijk dienen voor het zorgen en kinderen krijgen, waar de jongetjes worden voorgetrokken en meisjes jong worden uitgehuwelijkt en een niet-gemoderniseerde religie allerlei anti-westerse waarden blijft bekrachtigen door de continu import van buitenlandse bruiden en imams. Dat hoeven ze dan allemaal niet hardop te zeggen…

Multi-probleemgezinnen

De leugen van de nieuwe zorg aan jeugdigen is dat hetzelfde amateurisme waar jeugdzorgouders zich groen en geel aan hebben geërgerd zich bij de gemeenten gaat herhalen, maar de gedwongen maatregelen zijn voor het grootste deel ingewisseld voor privacyschending en het sociaal debiliseren van volwaardige zelfstandige burgers, omdat we niet hardop mogen zeggen dat bepaalde groepen die zelfstandigheid (voor een deel) missen en vooral niet dat cultuur en religie daar een hoofdrol in spelen. Het ‘achter de voordeur’ komen is vooral van belang bij gezinnen waar er een groot wantrouwen heerst ten aanzien van hulpverleners in het algemeen, westerse normen en waarden (en omgangsvormen) en waar verdergaande deelname aan het maatschappelijk systeem wordt ervaren als een bedreiging van de eigen religieuze en culturele waarden. Het is complete waanzin om ieder gezin met een hulpvraag te onderwerpen aan hetzelfde systeem van overheidsbemoeienis, als heel specifieke etnische groepen niet of onvoldoende in het zicht komen van de hulpverlenende instanties. Waarom moeten individuele hulpvragers uit een gemiddeld gezin op één lijn gesteld worden met een multi-probleemgezin waaruit meerdere criminele jongeren afkomstig zijn? Allemaal om niet te stigmatiseren. De jeugdzorgouders uit een recent verleden hebben niet op de eerste plaats gevraagd om meer ‘eigen regie’, want dat zou impliceren dat ze het met het oordeel van de hulpverlenende instantie eens zijn over de noodzaak van gedwongen maatregelen. Eigen regie verondersteld al dat ouders die kwijt zijn, omdat de hulpverleners het als taak zien het aan het gezin ‘terug te geven’.

Sociale fopspeen

In het kader van de vrijwillige hulpvraag is de Eigen Kracht-benadering volkomen lariekoek en een verkapte manier van de overheid om dichter op de huid te komen van groepen mensen die zich aan het socialiserings -en integratieproces proberen te onttrekken met torenhoge kosten voor ons hulpverlenings -en juridisch apparaat en alle maatschappelijke gevolgen. In hetzelfde boek De Zoontjesfabriek staan de cijfers over de ‘blijf-van-mijn-lijf’huizen die overvol zitten met vrouwen van een niet-westerse afkomst die voor een groot deel islamitisch zijn. Dezelfde cijfers zijn van toepassing op abortusklinieken, waar ook weer door de schaamtecultuur een onevenredig groot deel van de vrouwen van islamitische overtuiging is. Het is niet fijn voor de politiek om te benoemen wat het echte probleem is in sociale zin als we het hebben over de falende jeugdhulpverlening van de afgelopen dertig jaar, vooral wat de multiprobleemgezinnen betreft. Zowel het sociaal-culturele aspect van de problemen wil men liever verdoezelen met een sociale fopspeen (de Civil Society) als de juridische maffiapraktijken die er jarenlang door Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming op na gehouden zijn, omdat de overheid verzuimde om ze echt te controleren, maar -typisch Nederlands- er wel op ‘vertrouwde’ dat de sector zichzelf kon controleren en verbeteren.

In de jeugdhulpverlening wordt er nog steeds niet aan waarheidsvinding gedaan en dat zou de sleutel zijn geweest tot een betere hulpverleningsrelatie, want het is specifiek de angst voor gedwongen maatregelen op valse gronden geweest die veel ouders ervan weerhouden heeft bij Bureau Jeugdzorg aan te kloppen. En datzelfde zien we nu weer gebeuren bij de instantie tegen huiselijk geweld, die sinds de samenvoeging met het voorheen aan Bureau Jeugdzorg gerelateerde AMK opeens een daling ziet van vrouwen die zich aanmelden. Nog steeds zijn ze bang dat die instantie hun kinderen zal afnemen. In plaats van de Bureau’s Jeugdzorg te professionaliseren en beter te controleren en ze ertoe aan te zetten hun waarheidsvindingstreven niet alleen in mooie woorden voor de camera te formuleren (‘het beter scheiden van meningen en feiten’), maar ook in de rechtszaal met concrete zaken te komen in plaats van met een dossier vol ongecontroleerde aannames, heeft de overheid haar toevlucht genomen tot weer het zoveelste misbaksel in de jeugdhulpverlening dat in de praktijk haar mankementen één voor één mag aantonen.

De Sociale Religie

Komt het wel eens in de hoofden van die vrolijke plannenmakers op dat juist bij gezinnen die ernstig disfunctioneel zijn, de kans heel groot is dat een aanzienlijk deel van hun netwerk ook niet zal uitblinken in maatschappelijk engagement? En dat gezinnen die een betrouwbaar en behulpzaam netwerk hebben de overheid waarschijnlijk in het geheel niet nodig hebben of alleen wanneer er een echte (medische) hulpvraag is? Als de bestaande jeugdzorg van voor 2015 aan strengere richtlijnen onderworpen was geweest, als klachtenprocedures geen tijdrovende en weinig resultaat gevende aangelegenheden waren geweest, als de hulp aan kinderen sneller op een professionele manier zou zijn aangepakt (met diagnose), de omgangsfrustratie bij vechtscheidingen hard zou zijn aangepakt en de echte probleemgezinnen niet keer op keer werden toevertrouwd aan de handelingsverlegen poppetjes die net van school komen, dan zou het oude systeem in principe beter zijn geweest dan de sociale religie genaamd Participatie-samenleving waar de overheid ons nu weer in wil laten geloven.

Sven Snijer