maandag 11 september 2017

Spuiten en slikken met Veilig Thuis




Maya Angelou zei dat mensen vergeten wat je gezegd of gedaan hebt, maar dat ze nooit vergeten welk gevoel je hen gaf. Bij de uitzending van EenVandaag (1) over Veilig Thuis en vermoedens van Münchhausen by proxy, werd voor veel kijkers die nog nooit met deze organisatie te maken hebben gehad of er zelfs maar van gehoord hebben, duidelijk wat voor een rigide mentaliteit en venijn er onder hun medewerkers te vinden is. Verschillende twitteraars namen het woord ‘eng’ en ‘griezelig’ in de mond en menigeen twijfelde aan de toerekeningsvatbaarheid van de nog op PCF te promoveren vertrouwensarts van Veilig Thuis, Patries Worm. De persoon die naast haar stond was Tanno Klijn, lid Raad van Bestuur van Veilig Thuis, bestuurder Samen Veilig Midden-Nederland (in 2011 acht maanden directeur Jeugdzorg Nederland), maar die trok niet de meeste aandacht. Zijn verhaal was er een uit het boekje van standaardantwoorden bij persvragen over jeugdzorgmisstanden en daarbij kwamen de bekende termen als ‘privacy’ en  ‘complexe zaken’ voorbij waar men zich gewoonlijk achter verschuilt. Ook stelde hij dat er vanuit Veilig Thuis maar weinig zaken worden doorgestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming om de schrik een beetje weg te nemen. Dit gegeven is echter geen teken van mildheid van de organisatie of van secuur onderzoek doen, maar simpelweg een bewijs dat er teveel loze meldingen worden gedaan. Als we dan bedenken dat bij serieuze gevallen van kindermishandeling, zoals huiselijke geweld met politiebetrokkenheid, de route via Veilig Thuis juist een vertraging betekent voor zaken die rechtstreekse bemoeienis van de Raad vereisen in verband met ‘acuut en ernstig gevaar’ voor het kind(2) dan begrijpen we waarom deze organisatie het van speculaties en ongefundeerde beweringen moet hebben.

Drie gevallen in veertig jaar

In de uitzending hoorden we emeritus-hoogleraar kindergeneeskunde Pieter Sauer zeggen dat hij in veertig jaar tijd slechts drie gevallen van Münchhausen by proxy heeft meegemaakt, maar de impliciete- en expliciete beschuldiging van ouders die zouden lijden aan deze aandoening is al een aantal jaar bespeurbaar in talloze AMK (Veilig Thuis)- en jeugdzorgrapporten. Soms is de beschuldiging MBP de directe aanleiding voor een uithuisplaatsing (waarbij het bewijs achteraf gefabriceerd moet worden), maar veel vaker worden er in rapportages suggesties gedaan die wijzen in die richting. Veilig Thuis-medewerkers die door onvoldoende kennis van het zeer zelden voorkomende syndroom niet om de haverklap de term durven te noemen in hun rapporten kunnen er wel naartoe sturen (Sauer:’Ze redeneren naar een bewijs toe’) zodat het er in de rechtszaal bij aanvraag van ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing allemaal heel verdacht uitziet. Vandaar dat in de uitzending één van de vaders een uitspraak van de Veilig Thuis-medewerker aanhaalde: ‘bij de rechter krijgen wij altijd gelijk’. Ze zijn er namelijk gepokt en gemazeld in om bij de rechter de schijn te wekken die moet suggereren dat er sprake is van ernstig en acuut gevaar voor het kind, zelfs als dat er niet is. En om het nog erger te maken zijn er rechters, die wanneer ze bij een aanvraag voor uithuisplaatsing door de Raad voor de Kinderbescherming een juridisch onjuiste grond voorgeschoteld krijgen, eigenhandig de volgens het wetboek vereiste juridische formulering invullen in de toekenning van de machtiging uithuisplaatsing! Dit laat niet alleen zien hoeveel onduidelijkheid er bij jeugdbeschermers bestaat over de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing, maar ook hoe weinig rechters de behoefte voelen om die gronden te toetsen.

Nooit het boetekleed aantrekken

Tanno Klijn zei wat we vaak van jeugdzorgwoordvoerders te horen krijgen bij elk misstand en ieder gezinsdrama, wanneer ze met veel moeite tussen hun opeengeklemde tanden door de belofte weten te persen dat ze hun best zullen doen ervan te ‘leren’. Natuurlijk gaan ze ervan leren. Zonder grondige analyse, zonder het boetekleed aan te trekken, gewoon omdat ze het zo sneu vinden dat ouders of door jeugdzorg beschadigde kinderen het ‘zo beleefd hebben’. Het zijn natuurlijk maar subjectieve belevingen al die klachten decennia lang, maar ze zijn heel begripvol en ze staan open voor verbetering. Als we voor elke beterschapbelofte van jeugdzorg honderd euro zouden krijgen, dan hadden we spoedig geen staatsschuld meer. Maar wie het echt bont maakte en werkelijk de overtreffende trap bereikte van meest krankzinnige reacties op falen en machtsmisbruik door jeugdbeschermers, was vertrouwensarts Patries Worm. Zij had niets te maken met het feit dat de moeder van één van de gezinnen al vijf maal door verschillende psychiaters onderzocht was en vrijgepleit van psychiatrische stoornissen en bleef erop hameren dat de diagnose PCF voor het kind geldt. Jeugdbeschermers denken immers altijd aan het belang van het kind, maar het is een beetje onlogisch dat het kind een conditie oploopt met de naam PCF als het daarvoor feitelijk mishandeld moet zijn door ouders die leiden aan Münchhausen by proxy. De ouders hebben de aandoening niet, maar het kind heeft wel het ermee verband houdende trauma. Hoe onredelijk, blind en fanatiek kun je zijn als mishandeling-inquisiteur?

Rioolwater inspuiten

Dat de beide jeugdbeschermers in de studio bijzonder ongemakkelijk werden van de getoonde beelden en de verbijsterende uitspraken die werden gedaan door een vertrouwensarts van Veilig Thuis (‘Ik hoop dat er iets gebeurt, want dan zijn we van de hele discussie af.’ Ziekenhuisarts: ‘Maar het kind mag er natuurlijk niet aan overlijden.’) werd wel duidelijk uit het feit dat mevrouw Worm herhaaldelijk van het onderwerp afweek en over situaties sprak als ‘ouders die hun kind met rioolwater inspuiten’ alsof dat maar iets te maken had met de verschrikkelijke situatie waar de getoonde gezinnen in terecht waren gekomen. Normale mensen die op een vreselijke manier worden bejegend, waarbij jeugdbeschermers hun eigen gelijk en tunnelvisie laten prevaleren boven het oordeel van meerdere onafhankelijke deskundigen en zelfs een tussenvonnis van de rechter. Wat ons ook meteen uit de droom helpt over de geloofwaardigheid van de gebruikelijke verdediging van jeugdzorg dat alle beschermingsmaatregelen door de rechter worden getoetst. Niet alleen toetst de rechter in veel gevallen niet of nauwelijks, maar het komt regelmatig voor dat jeugdzorg zelf zich niet houdt aan de uitspraken van de rechter en bij omgangsfrustratie door één van beide ouders na een ‘vechtscheiding, toelaat dat de ouder die recht heeft op omgang zijn/haar kind maanden of zelfs jaren niet ziet.

‘Diagnostische signalen’

Een andere dooddoener die voorbij kwam was het MDO (multidisciplinair overleg) dat moest suggereren dat er bij jeugdzorg onderling kritisch met elkaar gesproken wordt over een casus, maar als verweer tegen de beschuldiging van ‘tunnelvisie’ is dit niet erg steekhoudend. Tunnelvisie impliceert juist dat iedereen die bij een zaak betrokken is lijdt aan dezelfde beeldvorming in de richting van een van tevoren bepaalde uitkomst. De tunnelvisie zorgt ervoor dat men elkaar niet kan bijsturen in een team, omdat iedereen van hetzelfde last heeft. Bovendien ziet de gedragsdeskundige van jeugdzorg in dit team het kind meestal niet persoonlijk (art. 35 UvB.Wjz) maar gaat hij/zij af op de ‘diagnostische signalen’ die worden overgebracht door de Veilig Thuismedewerker of gezinsvoogd.(3) Wat de ‘samenwerking met ouders’ betreft die eveneens in het studiogesprek naar voren kwam, kan er niet genoeg voor gewaarschuwd worden dat iedere ouder die met jeugdbeschermers te maken heeft nooit op basis van gelijkwaardigheid met ze om de tafel zit, want het belang van het kind wordt veilig gesteld door te taxeren hoe gevaarlijk de ouders zijn. Het feit dat een ‘transparant’ gesprek meteen in een dossier terecht komt dat juridisch gewicht heeft bij een eventuele rechtsgang zou ouders aan het denken moeten zetten.

Veilig Thuis bij je thuis  

Uit eigen ervaring kan ik beschrijven hoeveel vertrouwen men kan hebben in de ‘vertrouwensarts’ van Veilig Thuis, de enige arts in Nederland zonder beroepsgeheim die allesbehalve transparant is naar ouders (tegenwoordig worden ook normale artsen van overheidswege gedwongen hun beroepsgeheim te schenden). Wij kregen zeven jaar terug een casemanager en vertrouwensarts van het AMK (Veilig Thuis) over de vloer naar aanleiding van een zorgmelding gedaan door de school van onze dochter. Ons kind was seksueel geïntimideerd en geslagen door twee zusjes uit een probleemgezin die hierin ook andere kinderen wisten te betrekken en toen wij ons verhaal hierover deden op de school ging niet alleen de school hermetisch op slot (niemand mocht met ons praten) maar deed de interim-manager een zorgmelding onder het motto ‘de aanval is de beste verdediging’. (4) Er kwam geen onderzoek naar eventueel misbruikte kinderen (vier tot zes-jarigen), maar een onderzoek naar ons gezin en het gevaar dat wij zelf vormden voor ons kroost. De school werd ook in het onderzoek betrokken, maar natuurlijk alleen als informant en als ketenpartner van jeugdzorg. Vandaar dat we naderhand in het AMK-rapport lazen ‘Melder is school, dus betrouwbaar.’ Dat wij ons kind na overleg met de leerplichtambtenaar enige maanden thuis hielden, totdat wij een nieuwe school voor haar hadden gevonden was ook een reden om de kindermishandeling ‘bewezen’ te achten, naast het feit dat wij vermoedelijk nog veel ergere dingen op ons geweten hadden.

Hangslot en drogeren

Dat wij van Münchhausen by proxy verdacht werden (of dat in die richting werd gewerkt gedurende het informantenonderzoek) ontdekten we pas vijf jaar later na een uitzending over een moeder met autisme die van MBP beschuldigd werd, tegen het oordeel van meerdere deskundigen in. Maar zover waren we nog niet tijdens het eerste gesprek met de beide dames bij ons thuis. Het gesprek zelf verliep schijnbaar soepel en niets wees erop dat wij ons in die fase al in de gevarenzone bevonden. Wij hadden de hoop dat er een onderzoek zou komen naar alle partijen (ook de school en de andere kinderen, zowel daders als slachtoffers) en we verwachtten begrip van het AMK vanwege het trauma dat onze dochter had opgelopen. De vertrouwensarts vroeg vlak voor de beëindiging van het gesprek of ze nog een extra koekje mocht nemen en wij zijn weliswaar Nederlanders, maar in ‘het belang van ons kind’ kon dat er nog wel vanaf.

Huisarts belt 

De grote schok kwam een kwartiertje nadat ze vertrokken waren en ik een telefoontje kreeg van onze huisarts, die vertelde dat wij ervan verdacht werden onze zoon gedrogeerd te hebben. Hij was die dag niet naar school gegaan vanwege de griep en lag diep te slapen met zetpillen tegen de koorts. De schuifdeur van zijn kamer hadden we met een klein slotje van zo’n vier centimeter afgesloten, omdat anders zijn zesjarige zusje (met autisme) hem de hele dag zou storen en dan kon hij niet rusten. Het slotje was ooit ingevoerd vanwege een tamme muis die met zijn bak zaagsel op het stapelbed stond en we wilden niet dat onze dochter daar voortdurend op zou klimmen. Uiteraard vond de huisarts die vrij snel bij ons ter plaatse was niets bijzonders, buiten het feit dat hij de griep van onze zoon kon bevestigen, maar het slotje op de schuifdeur kwam later in het AMK-rapport terug als een ‘hangslot’ waarmee we onze zoon hadden opgesloten. Het was natuurlijk het makkelijkst geweest als de vertrouwensarts zelf even naar onze zoon had gekeken (zijn ogen checken) om te zien of hij gedrogeerd was, want als Veilig Thuismedewerker ben je ‘expert’ in kindermishandeling, maar het is voor het AMK-rapport veel beter om er een andere arts bij te halen. Door de huisarts medeplichtig te maken aan het mishandelingsonderzoek, zijn er samen met de school en het AMK al drie ketenpartners die de ‘mishandeling’ onderzoeken en daar kun je als ouders niet tegenop. Het is echter in strijd met de normale logica, want huisartsen wordt juist geadviseerd om Veilig Thuis te bellen als ze het zelf niet zeker weten bij een vermoeden van mishandeling…

‘Paradoxale verdenking’

Dit is maar één voorbeeld om te illustreren hoe de ‘samenwerking’ met Veilig Thuis kan verlopen en het kan niet vaak genoeg herhaald worden dat je als ouders geen poot hebt om op te staan. In het civiel recht draait het niet om bewijzen, daar overheersen de vermoedens. De vermoedens van jeugdbeschermers wel te verstaan, niet van deskundigen. Vandaar dat de opgestelde rapporten van Veilig Thuis en de Raad altijd een rode draad volgen van het aaneenrijgen van ‘zorgelijke signalen’ die bij elkaar opgeteld het beeld moeten geven dat er meer aan de hand is. Heel af en toe komen we zelfs het verschijnsel tegen van de ‘paradoxale verdenking’ die inhoudt dat ouders verdacht zijn in de ogen van jeugdbeschermers, juist omdat ze liefdevol en zorgzaam met hun kind omgaan, want dat kan niet kloppen. Iedereen heeft wel eens een ‘offday’ en ouders die steeds geduldig, liefdevol en pedagogisch verantwoord bezig zijn, daar moet iets achter schuil gaan. Dat is de categorie waar Patries Worm waarschijnlijk hoog op gaat scoren, nadat ze is gepromoveerd op één van de meest zeldzame aandoeningen bij ouders. Als eenmaal bewezen is dat er één vader of moeder in Nederland een kind heeft ingespoten met rioolwater dan zullen alle jeugdbeschermers en rechters vanaf dat moment daarin getraind worden. Hoe signaleer je injecties met rioolwater? Kinderen van tachtig kilo met overgewicht, welnee! Volgespoten met rioolwater zul je bedoelen en als het nodig is maakt Veilig Thuis het Rioleringsbeheer ook ketenpartner van het samenzweringskordon rondom ouders, zoals eerder de woningbouwvereniging. Iedere keer dat het rioolwaterpeil met een paar centimeter zakt zijn die Münchhausen-ouders weer met duizenden tegelijk bezig. En ze zullen gevonden worden, want het gaat er niet om of het zo is, maar of ze bij jeugdbescherming dat label op kinderen kunnen plakken en dan hoef je de mishandelende ouders er alleen nog bij te zoeken.

Een paar honderd duizend extra

En dat hoeft niet zo moeilijk te zijn als we recent onderzoek naar kindermishandeling mogen geloven, blijkens een artikel in JeugdenCo. (5) De aantallen vermoedelijke gevallen van kindermishandeling zijn namelijk een klein beetje bijgesteld van zo’n 119.000 duizend bij de laatste twee Leidse prevalentieonderzoeken naar een getal van rond de 650.000 gevallen uit fröbelonderzoek. Ach wat scheelt het, eerst een getal tot op duizend kinderen nauwkeurig en er vervolgens met 531.000 gevallen van mishandeling boven gaan zitten! Gelukkig gaf het artikel wel het advies om ‘genuanceerd’ met de cijfers om te gaan. Je mag er dus een paar honderdduizend naast zitten… En dan te bedenken dat volgens een onderzoek van Maartje Schouten, dat anders dan het laatst genoemde hysterie-onderzoek van 650.000 wel wetenschappelijk gevalideerd is, de werkelijke aantallen kindermishandeling zelfs beduidend lager liggen dan de 119.000 waar in de Leidse prevalentieonderzoeken vanuit gegaan werd. (6) Maar dat hoeft toch niemand te weten? Het belangrijkst is dat iedereen blijft melden. Of er iets gevonden wordt of dat het bij vermoedens blijft, het gaat erom dat ze ouders kunnen dreigen met de rechter en als dat nog niet voldoende is, kunnen ze eraan toevoegen ‘en wij krijgen altijd gelijk’.

Sven Snijer